‘Half miljard Nederlandse steun Zuid-Soedan in rook op’

Zo’n 500 miljoen euro die Nederland de afgelopen tien jaar in Zuid-Soedan heeft besteed aan ontwikkelingshulp is in een half jaar burgeroorlog in rook opgegaan. Er is amper aandacht geweest voor waarschuwingen van de eigen inspectiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zeggen GroenLinks en D66 vandaag in de Volkskrant.

Een vluchtelingenkamp in Djoeba, de hoofdstad van Zuid-Soedan.
Een vluchtelingenkamp in Djoeba, de hoofdstad van Zuid-Soedan. Foto ANP/ Frank van Beek

Zo’n 500 miljoen euro die Nederland de afgelopen tien jaar in Zuid-Soedan heeft besteed aan ontwikkelingshulp is in een half jaar burgeroorlog in rook opgegaan. Er is amper aandacht geweest voor waarschuwingen van de eigen inspectiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zeggen GroenLinks en D66 vandaag in de Volkskrant.

De Kamer had volgens GroenLinks-leider Bram van Ojik grote sympathie voor de geboorte van de nieuwe staat. Volgens D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma ontbrak daardoor een kritisch debat.

Alleen aan Afghanistan heeft Nederland de afgelopen jaren meer geld besteed. Dat concludeert de krant uit cijfers die het opvroeg bij het ministerie. De hogere uitgaven aan Afghanistan kwamen voor het overgrote deel door de militaire missie in de provincie Uruzgan en de politietrainingsmissie in Kunduz. Die missies kregen veel aandacht, maar de geldstromen naar Zuid-Soedan kregen volgens de krant weinig belangstelling.

IOB: geld onevenwichtig besteed

Al in 2010 liet de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie zich kritisch uit over de inspanningen van Nederland en andere donorlanden. Geld werd volgens de inspectie onevenwichtig besteed, schrijft de krant. Zo was er ‘zeer ruime steun’ voor de bouw van onder meer scholen en ziekenhuizen, maar werd nauwelijks geld besteed aan de opbouw van politie en justitie of het terugdringen van wapenbezit. De donoren waren volgens de inspectie ‘te ambitieus en, in feite, onrealistisch’.

In april noemde de inspectie de veiligheidssituatie wankel. De IOB wees op gewelddadige incidenten van economische, etnische of politieke aard en het wijdverspreide wapenbezit. Ook bleken leger en politie niet in staat het geweld te beteugelen.

Negen maanden later brak een burgeroorlog uit. Die heeft sinds december duizenden levens gekost. Ook sloegen anderhalf miljoen mensen op de vlucht en dreigt nu een hongersnood. (Novum)