Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Wetenschap

Conflict over kwaliteit van scholing in de kinderopvang

Kinderdagverblijf Pepijn in Haarlem.
Kinderdagverblijf Pepijn in Haarlem. Foto ANP/ Koen Suyk

Drie hoogleraren, onder wie de vooraanstaande pedagoog Louis Tavecchio, hebben zich teruggetrokken als adviseur van het bureau dat in Nederland de kwaliteit van de kinderopvang bewaakt en moet verbeteren. Aanleiding is een conflict over de scholing van gastouders en medewerkers in kinderdagverblijven.

Volgens de drie wetenschappers, naast Tavecchio ook de Amsterdamse hoogleraren Ruben Fukkink en Ron Oostdam, wordt subsidiegeld gebruikt voor cursusmethodes waarvan de effecten wetenschappelijk niet zijn bewezen en de resultaten achteraf niet zijn te meten.

Het gaat om cursussen waarvoor het ministerie van Sociale Zaken de komende vier jaar 15 miljoen euro beschikbaar heeft, bedoeld om de ‘taal- en interactieve vaardigheden’ te verbeteren van gastouders en medewerkers in de kinderopvang. Het Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK) kreeg van het ministerie de opdracht om offertes te beoordelen.

Goedkoper, maar minder goed

Bij BKK ging een speciale ‘adviescommissie trainingen’ aan het werk. Volgens Ron Oostdam, die lid was van die commissie, werd een wetenschappelijk onderbouwde lijst van de vijf beste programma’s door BKK veranderd:

“Een offerte die volgens Tavecchio en mijzelf nooit gehonoreerd had mogen worden, kwam bovenaan te staan.”

Die methode was goedkoper, maar volgens de wetenschappers veel minder goed. Wat bijvoorbeeld ontbreekt, is de methode van ‘videofeedback-interventie’. Oostdam:

“Je laat dan aan medewerkers zien wat ze goed en fout doen. Dat is bewezen effectief.”

‘Kwalitatieve rangorde veranderd’

Carla Bienemann, directeur van BKK, bevestigt dat de drie experts zijn opgestapt en dat de lijst met geselecteerde programma’s niet dezelfde is als die “waarvan zij gecharmeerd waren”. Volgens haar werd de “kwalitatieve rangorde” veranderd omdat het ministerie ook “prijstechnische” criteria hanteert. “Een aantal offertes pakte veel duurder uit dan andere.”

Het BKK-bestuur heeft de drie wetenschappers uitgenodigd voor een gesprek, maar die hebben haar volgens Oostdam laten weten daar geen behoefte aan te hebben. “Wij wilden graag praten met iemand van het ministerie erbij. Dat werd afgewezen.”

Het bureau werkte vrijdagmiddag nog aan een brief aan het ministerie met uitleg over het vertrek van de hoogleraren. Het ministerie zelf wilde nog niet reageren. “Wij hebben aan BKK gevraagd wat er aan de hand is”, zegt een woordvoerder.

‘Signaal dat we serieus moeten nemen’

In de Tweede Kamer zijn er al langer discussies over de kwaliteit van de kinderopvang, en ook over de onafhankelijkheid van het Bureau Kwaliteit Kinderopvang, opgericht in 2008 door de branche zelf en belangenorganisaties. “Als gezaghebbende wetenschappers opstappen uit dat bureau”, zegt Tweede Kamerlid Pieter Heerma (CDA), “is dat een signaal dat we als politici heel serieus moeten nemen. Het gaat om de kwaliteit van de opvang waar we onze allerkleinste kinderen naartoe brengen.” Hij zal komende dinsdag een debat aanvragen met minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA).