Symbool van vergane glorie, 1822

Uit het blauwgrijze water rijst in het vroege ochtendlicht een monsterlijk gedrocht op, het verwrongen karkas van een overleden gebouw. Alles is als door een reuzenhand door elkaar geschud. Het overgebleven deel van het gebouw laat zien hoe groot het ooit was: twee vleugels van vier verdiepingen. Op de dubbele zolders liggen dezelfde geelbruine bergen als in de bouwval: het graan dat er opgeslagen lag. Vanuit roeibootjes vergapen nieuwsgierigen zich aan dit spektakel, en rechts heeft zich op de oever een kleine menigte verzameld. Ramptoerisme anno 1822. We zijn op Oostenburg en tekenaar Cornelis de Kruyff (1774-1828) stond aan de overzijde van de Wittenburgervaart, op het eiland Wittenburg.

In de ochtend van 13 april 1822 was een scheur ontdekt in het gebouw, die snel groter werd en „veel gerucht verwekte”. Om half vijf ’s middags stortte de westelijke vleugel „met een groot gedruisch” in. ’s Nachts volgde een deel van de oostelijke vleugel en het klokkentorentje. In de vroege ochtend van 19 april liet koning Willem I zich in een vaartuig om het rampgebied roeien. Waarschijnlijk is hij met zijn gezelschap afgebeeld in de sloep met de Nederlandse vlag.

Ooit was dit het grote pakhuis van de Verenigde Oostindische Compagnie, het ‘Oostindisch Zeemagazijn’. Gebouwd in 1665 lagen hier de kostbaarheden verzameld die de retourschepen meenamen uit Azië, en de uitrustingen voor nieuwe reizen. Het Zeemagazijn strekte zich met een lengte van zo’n 215 meter uit over de volle breedte van het VOC-complex op Oostenburg. Het domineerde het nabijgelegen IJ en toonde zo de macht van deze ‘multinational’, en van het Nederland van de Gouden Eeuw. Maar de VOC hield in 1799 op te bestaan en de instorting van haar hoofdgebouw bevestigde wat iedereen in 1822 allang wist: Nederland was vergane glorie.

Begin mei werd begonnen het puin te ruimen en het graan te bergen. Naar de oorzaak bleef het gissen. Hier kwam uiteindelijk het terrein van Werkspoor met de Van Gendthallen. Pas bij archeologisch onderzoek in 2002 bleek dat een deel van het muurwerk van de fundering was gegleden, wat mogelijk de instorting in gang heeft gezet.

Naschrift: twee weken geleden ging het op deze plaats over een tekening van het latere Museum plein, gemaakt vanaf Ruysdaelkade 39. Maar in het begin van de 20ste eeuw zijn de huizen hernummerd; nu is het Ruysdaelkade 51.