Een korte inspectieronde van de vluchtgarage

Het lot van de illegaal, de uitgeprocedeerde asielzoeker die terug moet ook als dat niet kan, had ik me nooit echt aangetrokken. We moesten ze niet te veel ‘vertroetelen’ was het regeringsstandpunt, anders kwamen er nog meer.

Na inspecteurs van het College van Rechten van de Mens – ze troffen ‘een mensonwaardige’ situatie aan – en ambtenaren van gemeente en stadsdeel – ze troffen geen onveilige situatie aan, helemaal niet nadat ze er rookmelders hadden opgehangen – bezocht ik gisteren ‘de vluchtgarage’, zoals de parkeergarage van Klarenbeek in Amsterdam Zuidoost wordt genoemd.

Een korte inspectieronde, meer was het eigenlijk niet.

Wat trof ik eigenlijk aan?

Een gore, vieze ruimte.

Ongeveer honderd mannen, de meesten kwamen uit Soedan, Eritrea, Somalië en Ethiopië. Apathische mensen, verwarde mensen, wanhopige mensen. Eentje ging aan mijn arm hangen en wilde zijn vluchtverhaal vertellen, een ander wees naar de vochtplekken op het plafond. Een jongen wilde me een riem verkopen. Ergens in een slaapzak liet iemand een boer, buiten op het parkeerdek lagen er twee op stretchers. Of ik een iPhone had, geld of eten was ook goed.

Iemand vertelde over de vechtpartijen om eten, wilde ik de toiletten zien?

Dat dan toch niet.

De opvang van dieren was beter geregeld dan dit.

Buiten was er weer de frisse lucht. Ik belde vriend en fotograaf Elmer van der Marel, die deze groep al langere tijd volgde. Hij vertelde over de onderlinge spanningen. Tussen de asielzoekers en de randfiguren, die nu eenmaal op dit soort plekken afkwamen. Hij stuurde me een foto die hij eerder deze week maakte. Een man met een handdoek om zijn middel geknoopt die met een fles shampoo in de ene en een emmer koud water in de andere hand door de parkeergarage liep.

„Later zag ik een plas water met daarin afgeknipte teennagels, ook een bijzonder beeld.”

Onwillekeurig gingen de gedachten naar de ambtenaren die naar de vluchtgarage waren gezonden om te controleren of het er daadwerkelijk mensonwaardig was. Net als wij waren ze waarschijnlijk over de liggenden heen gestapt, hadden ze hun iPhone gewoon zelf gehouden en hadden ze de menselijke ellende gezien, geroken en gehoord. Nee, ze kwamen geen voedsel, dekens of geld brengen, daar ging tenslotte een aanzuigende werking van uit. Ze gingen rookmelders ophangen. Hadden ze een trappetje bij zich, of moesten ze er voor terug komen?

    • Marcel van Roosmalen