Onderwijs

Een eliteklasje voor advocaten, goed idee of niet?

Foto The Law School Firm

De Beroepsopleiding van de Orde van Advocaten is verplicht voor aankomende advocaten, na hun rechtenstudie. Maar is die ook goed genoeg? Nee, vond een aantal advocatenkantoren in 2008. Ze richtten een alternatieve privé-opleiding op, de Law Firm School. Inmiddels doen zestien kantoren mee, gespecialiseerd in internationale transacties. Dit ‘eliteklasje’ is effectief, maar ook omstreden.

Gemiddeld kost de LFS deelnemers een dag per week. Intussen is de werklast voor beginnende advocaat-stagiairs onveranderd, dus het huiswerk wordt ergens vroeg in de ochtend of ’s avonds laat gemaakt. Het is bovendien een dure onderneming: ongeveer 11.000 euro per advocaat. Dat komt bovenop de 10.000 euro die de kantoren per advocaat al kwijt zijn aan de examens en vakken van de Orde, de reguliere beroepsopleiding dus, waarvoor LFS-studenten geen vrijstellingen krijgen.

Is de LFS die investering waard?

Ja, zegt counsel Cristine Brinkman (38) van Freshfields Bruckhaus Deringer aan de telefoon. Stagiaires die de LFS hebben gedaan, leren sneller zelfstandig te werken. Het onderwijs sluit beter aan op de praktijk. Docenten geven voorbeelden die relevant zijn.

Het blijkt ook uit de cijfers, zegt LFS-oprichter Steven Schuit. De LFS-studenten moeten namelijk ook de ‘normale tentamens’ van de NOvA maken. Gemiddeld is het verschil tussen een LFS-student en een gewone student dat tussen een 7 en een 8,5, zegt Schuit.

„Maar dat kan ook makkelijk, want wij vissen natuurlijk in een vijver waarin mensen beter studeren.”

De Nederlandse Orde van Advocaten herkent zich overigens niet in dat beeld.

Wat zijn de bezwaren?

De Haagse ex-deken Lineke Bruins maakt bij de oprichting in 2008 bezwaar tegen de LFS. Een exclusieve opleiding zou slecht zijn voor de ‘sociale cohesie’ binnen de beroepsgroep. Wat voor gevolgen zou dat hebben voor de strijd van kantoren om de beste student? Of de positie van een cliënt met een advocaat die de ‘gewone beroepsopleiding’ heeft gedaan tegenover een cliënt met een Law Firm School-laureaat?

“Dat is gewone concurrentie tussen bedrijven”, zegt Schuit. Grote klanten betalen grote bedragen voor grote kantoren. Het opleidingsniveau van de advocaten moet dat prijskaartje rechtvaardigen. Advocaat-stagiair Maurice Dudink zegt dat zijn keuze voor een groot kantoor niet direct is beïnvloed door de LFS.

“Je kiest voor een groot kantoor, een bepaald type werk. Dan krijg je de LFS erbij.”

The Law Firm School wil geen splijtzwam zijn tussen groot en klein, tussen haves en have nots, benadrukt Schuit.

“Maar de internationale zakenwereld vraagt om toegepast onderwijs. Natuurlijk is het eigenlijk de taak van de universiteiten om de rechtenstudent klaar te stomen voor een togaberoep.”

Waarom is zo’n ‘eliteklasje’ eigenlijk nodig?

Twee redenen. Ten eerste heeft de overnamegolf door Britse kantoren in de jaren negentig tot meer gespecialiseerde kantoren geleid, waardoor de vraag naar specifiek onderwijs is toegenomen.

Het tweede punt ligt gevoeliger. Het universitair rechtenonderwijs voldoet simpelweg niet, concludeerde de Nijmeegse rector magnificus Bas Kortmann in 2010. Als voorzitter van een speciaal door de Orde in het leven geroepen commissie deed hij onderzoek naar de kwaliteit van de beroepsopleiding. Hij concludeerde dat het universitaire rechtendiploma onvoldoende garantie biedt dat afgestudeerden een goede basiskennis van het Nederlandse recht hebben. Om het gat tussen universiteit en praktijk te dichten, betalen de grote kantoren nu zelf.