De Romantiek van het nationalisme

In Frankrijk zorgde het nieuwe boek van Finkielkraut over de kwalen van de multiculturele samenleving voor enige ophef. Maar in Nederlandse oren klinkt de klaagzang van de onheilsprofeet al te bekend.

Was Astérix geen historische strip, maar een voorspelling? Je zou het denken, na lezing van het verontrustende jongste, nu vertaalde boek van de Franse intellectueel Alain Finkielkraut.

Frankrijk, het land van Verlichting en republikeinse burgerzin, dreigt in zijn boek opnieuw onder de voet te worden gelopen, nu door immigranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Zij zijn bovendien niet de enige scheurmakers: ook de uit Amerika overgewaaide politieke correctheid en de commercie van de vrije markt ondermijnen la douce France. De natie wankelt onder de dubbele kaakslag van islamisering en Amerikanisering. Wat rest is ‘het dunne universeel aandoende vernisje’ van de amusements- en consumptie-industrie.

Over het boek ontstond na de publicatie eind vorig jaar onvermijdelijk ophef in intellectueel Parijs. Finkielkraut, een kind van ‘mei ’68’ maar sinds jaren een uitgesproken criticus van de multiculturalisme, kreeg al eerder het verwijt van xenofobie of zelfs racisme. Het opvallende is, voor Nederlandse lezers, door de wol geverfd in tien jaar cultuurstrijd, komt de inhoud van dit boek minder als een schok

Integendeel, het is bekende, zelfs uitgekauwde materie: de ‘integratiecrisis’, de heimwee naar het homogene land ‘van weleer’, de zorgen om de verloedering van het onderwijs, en het digitale niemandsland van internet. Met bijbehorende spijt van de linkse vlegeljaren waarin oude ‘overgeleverde waarden’ werden ‘ontmanteld’, wantrouwen jegens (islamitische) immigranten met hun vrouwonvriendelijke, anti-westerse waarden, en diepe onzekerheid over de toekomst van de Europese beschaving.

Dat zulk cultuurpessimistisch alarmisme nu alweer routineus klinkt, bewijst hoezeer Nederland in dit idioom is gaan vooroplopen, of hoe radicaal we zijn geworden. Dat besefte kennelijk ook de uitgever, die aan de Nederlandse uitgave de ondertitel Het ontsporen van de multicultuur heeft toegevoegd. O ja, zo zat het!

Oikofobie

Daar komt het boek in de kern dan ook op neer: het is vooral een pamflet tegen multiculturalisme en immigratie, vooral die van moslims. De immigrant, schrijft Finkielkraut namens de Fransen, wordt ervaren ‘als een tot bezetter verheven indringer’. Autochtonen vragen zich af ‘waar ze wonen’. ‘Zijn ze bang voor wat hun vreemd is? Sluiten ze zich af voor de Ander? Nee, ze voelen zich vreemdeling worden op eigen bodem. Ze belichaamden de norm, en zijn in de marge terechtgekomen.’ Het zou zo uit een boek van Martin Bosma kunnen komen. En net als de jonge franc tireur Thierry Baudet leent Finkielkraut de term oikofobie, afkeer van het eigen culturele ‘huis’, van de gestileerde Britse conservatief Roger Scruton.

Een niet onbelangrijk verschil: Ongelukkige identiteit is, als schotschrift in de traditie van het Franse pamflettisme, beter te lezen dan het meeste werk van zijn Nederlandse geestverwanten of epigonen. Finkielkraut kan namelijk wél goed en indringend schrijven.

Maar dat pamflettistische karakter heeft ook een groot nadeel: in plaats van een serieus filosofisch of sociologisch onderzoek is dit boek vooral een ruim bemeten pak van Sjaalman, vol klachten, zorgen en verzuchtingen. Cijfers en empirische data ontbreken bijna volledig.

Want is het wel wáár dat het onderwijsniveau in Frankrijk hopeloos daalt? Is de autochtone Fransman echt een ‘minderheid’ geworden? Hij zegt het – en we moeten hem maar geloven.

Nu heeft Finkielkraut (1947) altijd een goede neus gehad voor de paradoxen, of uitwassen, van de multiculturele samenleving. Zijn pleidooien voor de Franse natiestaat en cultuur, maakten hem het zwarte schaap van de Franse intelligentsia, die zich liever laat voorstaan op weldenkend kosmopolitisme.

Slikken of stikken

Nu lijkt er anno 2014 weinig mis met het verdedigen van cultuuroverdracht, een mate van nationale trots, of het belang van goed onderwijs. Maar Finkielkraut gaat veel verder: hij pleit niet meer, hij treurt, hekelt en klaagt aan, en verwijst – provocatie aan de linkeroever – naar de rechtse nationalist Maurice Barrès, en diens afkeer van de ‘abstractie’ van het liberale universalisme. Alleen mensen met een bloedband kunnen dezelfde mentaliteit delen, vond Barrès.

Dát gaat ook Finkielkraut, die gespitst is op heroplevend antisemitisme, gelukkig te ver. Maar hij herkent Barrès’ ‘demonen van het universele’ die ons nu plagen. In de relativering van de eigen cultuur, of met de opgelegde, ‘gastvrijheid’ voor iedereen (alsof Europa nog zo ‘gastvrij’ is). Waarbij, zegt hij (met een verwijzing naar de moord op Theo van Gogh) ‘de haatdragende Ander’ maar even is vergeten. Oftewel: ‘In het tijdperk van de mensenrechten en de menswetenschappen is niets meer heilig.’

Het is een opmerkelijk renversement des alliances. Historisch gezien was dit nu juist de kritiek van Duitse romantici op het ‘kille’ rationalisme van de Franse Verlichting. En inderdaad, zegt Finkielkraut, we waren universalisten maar zijn weer ‘tegen wil en dank romantisch geworden’. Ja, door de immigratie en de islam.

Dat romantische nationalisme blijkt het meest pregnant, en potsierlijk, in Finkielkrauts kritiek op de hoofddoek. Zijn afwijzing daarvan is niet meer in de eerste plaats gegrond op republikeins secularisme of universele vrouwenrechten, maar op het culturele feit dat de hijab zich niet verdraagt met de Franse ‘galanterie’ tussen man en vrouw. Het ‘benauwend panseksualisme’ ervan, een teken van ‘barbaarse’ culturen, is de tegenpool van de Franse ‘panerotiek.’ En zo is het maar een kleine stap van Dzjengis Khan naar de sociale ellende in de banlieue.

Je kunt daar van alles van vinden, maar wie zijn kritiek in zulke desperate, compromisloze termen giet, heeft geen andere remedies dan: stikken of slikken. Dat is een recept voor culturele oorlog. Maar goed, die is volgens Finkielkraut dan ook allang uitgebroken.

Ongelukkige identiteit is een diep ongelukkig boek, dat eerder afstoot dan intrigeert, laat staan dat het overtuigt. Finkielkraut argumenteert niet meer, hij slaakt hartenkreten.

Dat stemt pas echt mismoedig.

    • Sjoerd de Jong