Turkse generaals de cel in voor coup

De twee laatste levende leiders van de militaire coup in Turkije in 1980 zijn woensdag tot levenslang veroordeeld. De veroordeling van oud-president Kenan Evren (96) en luchtmachtaanvoerder Tahsin Sahinkaya (89) is van groot symbolisch belang. Het is een bekroning op het indammen van de macht van het leger, door de regerende AK Partij.

Het leger gold in twintigste eeuw als hoeder van de Turkse grondwet en het seculiere karakter van de staat. Generaals waren machtiger dan politici. Als het land in hun ogen dreigde af te drijven naar wanorde, grepen ze in ‘om de democratie te redden’. Dat gebeurde voor het laatst in 1997. Toen trad onder druk van het leger de door religieuze politici gedomineerde regering af, zonder dat de strijdmachten in actie kwamen, zoals in 1980 voor het laatst gebeurde.

De zorgvuldig geplande staatsgreep op 12 september 1980, onder leiding van onder meer Evren en Sahinkaya, werd vooraf gegaan door een chaotische en gewelddadige periode met aanslagen door zowel extreem-linkse en extreem-rechtse groeperingen. Turkije gold als frontlinie in de Koude Oorlog. Een strategisch gelegen land waaraan zowel door de Amerikanen als de Russen aan werd getrokken.

Op de staatsgreep volgde een militaire dictatuur. Tientallen activisten werden geëxecuteerd, velen gemarteld en honderdduizenden gearresteerd. De onderdrukking in de jaren tachtig heeft een groot deel van de huidige politici en opiniemakers gevormd.

Het leger leek lang onaantastbaar, maar daar is verandering in gekomen onder de regering van premier Erdogan, die zelf vast heeft gezeten wegens zijn politiek religieuze opvattingen. In 2010 werd de grondwet gewijzigd, waardoor vervolging van coupplegers mogelijk werd.

In twee grote processen zijn honderden militairen veroordeeld, onder meer voor een vermeende couppoging in 2003 tegen de huidige regering. De bewijsvoering in die processen was zwak. De afgelopen maanden komen steeds meer veroordeelde coupberamers vrij.