De olie ligt er voor het opscheppen

Shell laat de olie in het poolgebied bij Alaska even voor wat het is, maar wil de winning uit teerzanden in Canada uitbreiden. Dat is duur maar rendabel – en zeer omstreden.

Provincie Alberta
Provincie Alberta

Vanuit de lucht gezien vormt het uitgestrekte oliezandengebied van westelijk Canada een brede strook van industriële activiteit in de wildernis. Hoekige percelen van duizenden hectaren zijn uit de naaldbossen geschoren om plaats te maken voor grote donkere putten omgeven door stoffige wegen, fabrieken, kunstmatige heuvels en stuwmeren met afvalwater.

Tijdens een vlucht tussen Fort McMurray, de boomtown van de oliezanden in de provincie Alberta, en Fort Chipewyan, een inheemse nederzetting nog verder naar het noorden, trekken de winningsprojecten van de teerzanden gestaag voorbij. Aan weerszijden van de Athabasca rivier liggen de grote open mijnen van de Canadese bedrijven Suncor, Syncrude, Canadian Natural Resources en Imperial Oil, en van het Brits-Nederlandse Shell.

Op de grond is de schaal niet minder overweldigend. Aan de rand van de Jackpine Mine van Shell, een relatief nieuw project, is te zien hoe teerzand wordt gewonnen uit een open mijn: graafmachines dumpen zwarte grond in gigantische kiepwagens die af en aan rijden om het teerzand naar stortbakken te brengen waar het wordt verpulverd. Via een lopende band gaat het naar een fabriek waar zware olie chemisch wordt gescheiden van zand.

„We produceren hier 255.000 vaten verdund bitumen”, zegt Peter Zebedee, hoofd van het project, verwijzend naar het halffabrikaat dat het proces oplevert: een stroperige vorm van ruwe olie die, in verdunde vorm, via een pijpleiding naar Edmonton gaat voor verdere opwerking en raffinage.

Shell is een vooraanstaande exploitant van de Canadese oliezanden – en heeft plannen om zijn activiteiten uit te breiden. Een omstreden voornemen om de capaciteit van de Jackpine Mine per 2017 op te voeren met nog eens 100.000 vaten, is door de autoriteiten goedgekeurd. De definitieve beslissing moet Shell nog nemen – een aanzienlijke horde gezien de heroriëntatie die dit jaar is ingezet onder zijn nieuwe topman, Ben van Beurden.

Strategische belang

Terwijl andere miljardenprojecten in Noord-Amerika, zoals oliewinning in het poolgebied voor de kust van Alaska en winning uit schalievelden, zijn opgeschort omdat ze te duur zijn en te weinig opleveren, maakt uitbreiding van de activiteiten van Shell in de Canadese teerzanden toch kans.

Het concern acht oliewinning uit de teerzanden „van strategisch belang voor toekomstige groei”, zegt David Williams, woordvoerder van Shell in Calgary. Daar komt bij dat het niet gaat om een nieuw project, maar om een uitbreiding van bestaande activiteiten.

Met twee oliezandmijnen in productie heeft Shell een aanmerkelijke voorsprong op de concurrentie. Winning uit de oliezanden vormt weliswaar een relatief klein deel van zijn wereldwijde productie (4 procent), maar is „een goede manier om de portefeuille te diversifiëren van conventionele olie en gas”, aldus Williams. „Daarom blijven we streven naar groei.”

Een blik op de omvang van de teerzandoperaties maakt duidelijk waarom: met naar schatting 170 miljard vaten aan winbare olie vormen de Canadese teerzanden een van de grootste olievoorraden ter wereld. Alleen de winbare reserves van Venezuela en Saoedi-Arabië zijn groter.

De teerzanden liggen op een bekende plek in een stabiele bodem. Er zijn geen exploratiekosten en door de relatief hoge olieprijzen is het dure proces om olie uit de teerzanden te winnen toch rendabel.

Groeiend verzet

Ook andere oliemaatschappijen verdringen zich al jaren om te investeren in de teerzanden. Bij elkaar zijn in Alberta zo’n 120 winningsprojecten. Ze leveren tegen de 2 miljoen vaten ruwe olie per dag op. Dat zal volgens ramingen van de Canadian Association of Petroleum Producers (CAPP) oplopen tot 5,2 miljoen vaten in 2030. Sinds 2001 hebben exploitanten ruim 100 miljard euro geïnvesteerd. Naar verwachting komt daar in de komende acht jaar nog 150 miljard euro bij.

Dit onstuimige tempo stuit op groeiend verzet. Tegenstanders wijzen op de negatieve gevolgen voor milieu en klimaat, onder andere door de uitstoot van broeikasgassen. Zij richten zich met name tegen de voorgestelde verbindingen om de ruwe olie af te voeren. Zoals de Keystone XL-pijpleiding dwars door de VS naar de Golf van Mexico, en de Northern Gateway-pijpleiding naar de eigen westkust, voor de afzet in Azië. De aanleg van de laatste is deze week goedgekeurd door de Canadese regering.

De teerzandprojecten zijn ingrijpend voor het milieu. Duizenden hectaren van het boreale woud en moerasgebied worden ontgonnen, met drastische gevolgen voor flora en fauna. Grote hoeveelheden water worden voor het productieproces onttrokken aan de Athabasca rivier. De kunstmatige meren van afvalwater rond de mijnen zijn zweren van giftige stoffen. Volgens wetenschappers lekt een deel van deze beruchte tailings ponds weg naar het grondwater.

De oliewinning drukt zo een zwaar stempel op de leefmilieu van de inheemse bevolking, met name Dene, Cree en Métis. In Fort Chipewyan, een gemeenschap van 1.200 inwoners aan Lake Athabasca, wordt de zich uitbreidende exploitatie met argwaan bekeken.

Ray Ladouceur, een 72-jarige jager en visser van Métis achtergrond die opgroeide in Fort Chipewyan, maakt zich grote zorgen. „Fort Chip ligt in de gevarenzone, want al de vervuiling van het zuiden komt naar ons toe en vloeit in Lake Athabasca”, zegt hij aan de keukentafel in zijn bescheiden woning. Onze leefomgeving wordt vernietigd en de regering doet er niets aan.”

Huisarts John O’Connor sloeg alarm over mogelijk schadelijke gevolgen voor omwonenden. „De regering heeft een grondig onderzoek naar de gezondheidsgevolgen beloofd, maar dat heeft nooit plaatsgevonden. Ze ontkennen dat er een probleem is”, zegt hij.

Benefiettournee

De inwoners van Fort Chipewyan nemen daar geen genoegen mee – en hebben bijval gekregen van beroemdheden om aandacht te vestigen op hun bezwaren. Eerder dit jaar hield de Canadese rockzanger Neil Young een benefiettournee om de Athabasca Chipewyan First Nation te helpen bij zijn verzet tegen uitbreiding van de winning, waaronder de Jackpine Mine van Shell.

Shell wijst op uitvoerige maatregelen om het ingrijpende proces zo verantwoord mogelijk uit te voeren, in overeenstemming met geldende regels. Zo gaat er geen „water dat teerzand heeft aangeraakt” terug in de rivier, verzekert Zebedee. Ook is er een gedetailleerd plan om het grondgebied van de mijn na gebruik te herstellen tot een ecosysteem dat zoveel mogelijk lijkt op het oude.

De tegenstelling is niet altijd zo absoluut als op het eerste gezicht lijkt. De winning en de ondersteunende diensten bieden werk aan duizenden Aboriginals. Inheemse leiders als Steve Courtoreille, hoofd van Mikisew Cree First Nation in Fort Chipewyan, pleiten ook niet voor volledige sluiting van de teerzanden, maar voeren campagne voor ontwikkeling op een verantwoord tempo, met meer aandacht voor hun belangen en strenger toezicht op de gevolgen voor gezondheid en milieu. „Het gaat nooit terug naar de natuurlijke staat, want het is mensenwerk, maar er is onvoldoende oog voor herstel”, zegt Courtoreille.