D66 en GL stappen uit overleg met kabinet over superprovincie

D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold staat op het Binnenhof de pers te woord.
D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold staat op het Binnenhof de pers te woord. ANP / Bart Maat

Politiek topoverleg resulteerde er vanavond in dat D66 en GroenLinks er niets meer voor voelen om met kabinetspartijen VVD en PvdA verder te praten over een superprovincie. De fusie van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland tot de Noordvleugel lijkt hiermee definitief op de lange baan te zijn geschoven.

Het kabinet heeft steun van D66 en GroenLinks nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Het overleg van vandaag vond plaats tussen de fractieleiders van de vier partijen en premier Rutte. Gisteren meldde de Volkskrant al dat de meningsverschillen tussen de gesprekspartners momenteel te groot zijn.

De fusie tot een grote provincie geniet vooralsnog niet de onverdeelde voorkeur van de drie betrokken provincies. Het plan maakt wel deel uit van het regeerakkoord.

Samsom: hoe nu verder?

“De ideeën liggen op dit moment te ver uit elkaar”, concludeerde D66-leider Alexander Pechtold na afloop van het overleg, dat zo’n twee uur in beslag nam, meldt persdienst Novum. “We hebben vastgesteld dat de verschillen te groot zijn”, zei ook Bram van Ojik (GroenLinks).

Ook Diederik Samsom zei dat op een aantal onderwerpen geen overeenstemming mogelijk bleek. Het is volgens de partijleider van de PvdA nog onduidelijk of de superprovincie nu van de baan is: “Het kabinet moet nu besluiten hoe nu verder.”

Kabinet bespreekt situatie morgen

Het kabinet bespreekt morgen of er alsnog een wetsvoorstel moet komen, zei minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA).

“Maar wat ik eigenlijk wilde, een akkoord sluiten waardoor je op voorhand weet dat er in principe een meerderheid is in de Tweede en de Eerste Kamer, is niet gelukt.”

Volgens Plasterk gingen de verschillen van mening niet om het principe van de provinciefusie, maar om onderdelen van zijn plannen. Hij beweert dat een superprovincie jaarlijks 70 miljoen euro kan besparen aan uitgaven. Maar Noord-Holland, Utrecht en Flevoland zijn vooralsnog niet onder de indruk van de door de minister voorgestelde praktische invulling van hoe dat voordeel tot stand moet komen.