Thé Lau neemt afscheid van het podium

Thé Lau, ongeneeslijk ziek, gaf gisteravond met The Scene een geweldig slotconcert in de Heineken Music Hall.

In april maakte Thé Lau bekend dat hij een ongeneeslijke vorm van keelkanker heeft. Gisteravond trad hij nog één keer groots op, gesteund door gastzangers.
In april maakte Thé Lau bekend dat hij een ongeneeslijke vorm van keelkanker heeft. Gisteravond trad hij nog één keer groots op, gesteund door gastzangers. Foto Andreas Terlaak

Het laatste optreden van The Scene klonk allerminst als een slotakkoord. Zanger Thé Lau (61) mag ongeneeslijk ziek zijn, gisteren in de HMH blaakte hij van energie en levenslust. „En ik hef dit glas op jouw gezondheid”, kon het laaiend enthousiaste publiek hem zijn eigen woorden terugzingen na een bijna twee uur lange viering van zijn werk, zijn muziek en zijn inspiratie voor de Nederlandse en Belgische popmuziek. Paskal Jakobsen van Bløf, Jacqueline Govaert (ex-Krezip) en Tom Barman van dEUS stonden hem bij op een emotionele avond die nog eens overtuigend liet horen wat een hechte rockband The Scene was en is.

Thé Lau begon de terugblik op een roerig muzikantenleven met nieuw werk: de ouverture van het door zijn ziekenhuiservaringen geïnspireerde Platina Blues dat in de bandversie meteen een onweerstaanbare swing aan het concert gaf. Op de beste momenten is The Scene een groovemachine die het beste van James Brown en Booker T & the MG’s koppelt aan de hoekigheid van Lau’s Nederlandstalige poëzie. Geloof klonk als een beginselverklaring voor elke rockband die een eigen geluid nastreeft: „Niets werkt, niets doet wat het moet doen zonder geloof.”

Blauw, met zijn straffe cadans van de standvastige basnoten van Emilie Blom van Assendelft, kwam met overenthousiaste achtergrondzang van Paskal Jakobsen, die er nog net niet in slaagde het nummer uit het lood te slaan. Thé Lau heeft dat soort uitbundigheid niet nodig: hij staat als een vertrouwenwekkende roerganger aan het hoofd van een band die doorstoomt als het moet en gas terug kan nemen als de tekst daarom vraagt. Het ingetogen Rivier moest over, want Thé vond het zonde als zo’n mooi nummer werd bedorven door technische problemen met te harde violen.

Onder aan de dijk met Jacqueline Govaert was al even kwetsbaar, als een engel en een brombeer die elkaar vonden in wringende samenzang. Nog veel beter was het korte gastoptreden van Maria de Fatima die de weemoed van haar fadozang perfect liet aansluiten op de knoestige rockstem van Lau. Een merkwaardige episode uit zijn muzikantenbestaan werd nog eens overgedaan in het duet Zing voor me met Lange Frans, misschien wel de grootste smartlap van de Nederlandstalige hiphop.

Het onnavolgbare samenspel van The Scene stond centraal in Rij rij rij, Zuster en Open, waarin Tom Barman het publiek een geheide meezingtekst mocht aanreiken: „Open open open moet het zijn!” Barman eerde Thé Lau met een aankondiging over diens invloed op dEUS, en zong samen met zijn held een Nederlandstalige versie van zijn Serpentine. „Niet gejat maar het lijkt wel een beetje op The Scene”, bekende Barman grootmoedig.

De grote ontlading kwam bij Iedereen is van de wereld, het nummer dat al onsterfelijk is nu we het Thé Lau zelf nog kunnen horen zingen. En daar was weer de als een kind in een snoepwinkel rondspringende Paskal Jakobsen, die bij Bløf nog nooit zo ongeremd tekeerging. Het zijn de teksten van Thé Lau die The Scene uniek maken in de Nederlandse pophistorie, maar ook het soepele samenspel en de soulvolle cadans van de muziek. Hoewel dit het laatste grote concert was, werd er gezinspeeld op kleinere evenementen waarbij Thé Lau nog te horen zal zijn, als zijn gezondheid het toelaat.

Hij besloot de avond met een ander tekstfragment dat bij zal dragen aan zijn muzikale testament: „Doe het rigoureus maar altijd uit het hart.” Thé Lau is een levend monument van muziek met poëtische diepgang, hartstochtelijk tot op het eind.