Hoe ISIS-strijders een heel leger op de vlucht joegen

Het succes van de ISIS-strijders zal hen zelf hebben verrast. Hun opmars lijkt onstuitbaar. Maar zullen ze het veroverde gebied kunnen vasthouden?

None

Een ware verrassingsaanval, dat was de opmars van de islamitische terreurbeweging ISIS de afgelopen week. Minder dan duizend lichtbewapende strijders in pick-uptrucks joegen twee Iraakse divisies (dertigduizend man) uit Mosul. Onder de vette buit: tanks en vliegtuigen. Daarna gingen het verder tot aan de poorten van de hoofdstad Bagdad.

Het succes zal ISIS zelf hebben verbaasd. Hoe is het mogelijk dat de Iraakse krijgsmacht van zo’n half miljoen man machteloos lijkt te staan tegen een legertje van – volgens de meest optimistische schattingen – 15.000 strijders?

Dat komt vooral door het slappe optreden van het leger. Dat viel voor de ogen van de ISIS-strijders uit elkaar, omdat het geen zaak had om voor te vechten. Het bestond voor een groot deel uit shi’ieten die geen zin hadden hun leven te riskeren voor sunnieten in steden als Mosul en Tikrit.

Wie door het publieke ontzag over dat bliksemoffensief heen kijkt, ziet een uiterst riskante strategie: ISIS is eerst en vooral een guerrillabeweging. Lees zijn jaarverslagen – die publiceren ze merkwaardig genoeg – er maar op na: ze voeren zelfmoordaanslagen uit, doen aanvallen met messen en bermbommen, onthoofden „ongelovigen”. En daar is ISIS allemaal goed in. Maar kijk naar de geschiedenis: met guerrillabewegingen die gewend waren zich te verstoppen tussen de bevolking en dan hit and run-acties inruilen voor reguliere militaire operaties, loopt het niet zelden slecht af. Ook als ze vliegtuigen of tanks buitmaken. Daar kunnen ze ongeoefend niets mee.

Vietcong en Talibaan als voorbeeld

Hét voorbeeld van een organisatie die verholen guerrillatactieken verruilde voor de open strijd is de Vietnamese Vietcong. In het zogeheten Tet-offensief tijdens het Vietnamese Nieuwjaar van 1968 gooide die de maskers af, kwam uit de oerwoudcoulissen en ging het straatgevecht aan met Amerikaanse en Zuid-Vietnamese strijdkrachten. Het kostte Charlie – zoals de Amerikanen hun vijand noemden – tienduizenden doden. Hinderlagen leggen in de jungle bleek een andere expertise te vergen dan urban warfare. Hun tegenstanders waren daar wél in getraind.

Ook de Talibaan in Afghanistan namen het op tegen een machtig leger. Toen de VS in oktober 2001 de Talibaan aanvielen, schoten deze in de verkeerde defensieve reflex: ze groeven zich letterlijk in tegenover de Noordelijke Alliantie. Die had versterking gekregen van tientallen Amerikaanse speciale eenheden, die vanaf hoog gelegen uitkijkposten met lasers doelen konden aanwijzen aan cirkelende gevechtsvliegtuigen. Het was de Eerste Wereldoorlog versus de 21ste eeuw: iedere geleide bom was raak, de overlevende Talibaan vluchtten.

Een ander voorbeeld: de Toyota-oorlog

De ISIS-strijders maken gebruik van technicals, civiele terreinvoertuigen zoals Toyota Landcruisers, met op de laadbak een zwaar machinegeweer. In de burgeroorlog in Somalië een kwart eeuw terug, toen die term technical in zwang raakte, vulde zo’n mobiel mitrailleursnest een militaire niche: hit and drive. Maar voor Al-Shabaab, de terreurgroep in dat land, is het allang geen goed idee meer om grote afstanden af te leggen met die voertuigen. De inzittenden moeten 24 uur per dag alert zijn op luchtaanvallen, bijvoorbeeld van Amerikaanse drones of AC-130 gunships die vliegen vanaf Kenia of Djibouti.

Technicals zijn kwetsbaar: dat bleek ook uit een video die de Iraakse overheid recent heeft vrijgegeven van luchtoperaties tegen ISIS – de authenticiteit valt niet te achterhalen. Mil-Mi 35-gevechtshelikopters onderschepten op die beelden een colonne ISIS-technicals die in een kaal woestijnlandschap op weg waren naar de volgende overwinning. De helikopters lieten er met hun boordwapens niet eentje ontsnappen. Beheersing van het luchtruim kan weliswaar de bewegingsvrijheid van technicals beperken, maar niet alle problemen oplossen. En de Iraakse leger heeft beperkte slagkracht in de lucht.

De harten van de bevolking

De ISIS-strijders zullen hun veroveringen moeten consolideren. Van doorslaggevend belang hierbij is de welwillendheid van de bevolking waarin ze moeten opgaan. Ook hier zijn problemen. Isis kan rekenen op de latente steun van de sunnitische bevolking die genoeg heeft van de shi’itische regering in Bagdad. Maar zijn optreden bij het handhaven van de opgelegde, streng islamitische leefregels valt niet altijd goed.

Ook hier is het nuttig naar de geschiedenis te kijken. In 2007 kozen de VS in Irak voor een nieuwe tactiek, de surge. Ze vergrootten het aantal militairen en lieten hen meer buiten de kazernes patrouilleren om zo beter inlichtingen te kunnen verzamelen. Die tactiek was vooral een succes doordat sunnitische stammen zich tegen Al-Qaeda-in-Irak (de voorganger van ISIS) hadden gekeerd. Ze hadden genoeg van de gruwelijke methodes van de extremisten in hun midden: groeperingen die bij het leggen van bommen niet letten op het verschil tussen militaire en civiele doelen, waardoor er veel onbedoelde slachtoffers vielen, ook onder de sunnitische bevolking. Dat volgens berichten een half miljoen inwoners van Mosul voor ISIS op de vlucht sloegen, geeft wat dat betreft ook al te denken.

    • Menno Steketee