Dure analisten? Helemaal niet nodig

De Europese markt voor trackers, een nieuw soort beleggingsfonds dat goedkoper is dan de traditionele fondsen, groeit. De grote banken volgen schoorvoetend.

Jim Wiandt tovert een grafiek op het scherm in de goed gevulde congreszaal van het Amsterdamse Okura Hotel. Het staafje uiterst links komt nauwelijks boven de x-as uit. De meest rechtse staaf gaat bijna door het dak. De grafiek toont de onstuimige groei van de Europese markt voor ETF’s ofwel trackers, een nieuw soort beleggingsfonds. In 2003 belegden Europeanen nog ‘slechts’ 20 miljard euro in ETF’s. Vorig jaar was dat al 300 miljard. In de VS, waar de ETF in 1993 is uitgevonden, is dat nog eens vier keer zoveel.

Wiandt is Amerikaan en hoofdredacteur van ETF.com, dé nieuwsbron over deze groeimarkt. „In Europa is de tracker jarenlang tegengewerkt”, vertelt hij zijn gehoor van beleggingsprofessionals op het congres Inside ETF’s Europe, door ETF.com georganiseerd. „Traditionele beleggingsfondsen zijn hier nog steeds dominant.” Ten koste van de particuliere belegger, stelt hij. „Een portefeuille samengesteld uit beleggingsfondsen kost gemiddeld 1,35 procent per jaar van het geïnvesteerde kapitaal”, heeft hij uitgerekend aan de hand van openbare bronnen als de fondsenvergelijker Morningstar. „Een ETF-portefeuille kost gemiddeld 0,14 tot 0,28 procent.”

Dat verschil heeft ingrijpende gevolgen. Stel dat je vijf jaar lang vijf ton belegt met een brutorendement van 5 procent per jaar. Als dat beleggen jaarlijks 1,35 procent van de inleg kost, groeit het kapitaal in vijf jaar netto tegen 3,65 procent per jaar tot 598.000 euro. Zijn de kosten 0,30 procent, dan kom je uit op 629.000 euro – 31.000 euro meer, ofwel 6,2 procent van de oorspronkelijke inleg. We ain’t seen nothin’ yet, voorspelt Wiandt dan ook. In 2023 zal de Europese ETF-markt acht keer zo groot zijn als nu: 2.500 miljard ofwel 2,5 biljoen euro, voorspelt hij. Met een wervende glimlach wendt hij zich tot de zaal. „Jullie zitten op de eerste rij. Welcome to the show.”

Het voornaamste kenmerk van ETF’s is dat zij zo nauwkeurig mogelijk een index proberen te volgen, of een ander mandje onderliggende effecten, zoals aandelen van goudmijnexploitanten of producenten van duurzame energie. Vandaar hun tweede naam: trackers ofwel volgers. Investeren in ETF’s heet ‘passief’ beleggen, in tegenstelling tot traditionele beleggingsfondsen die ‘actief’ worden beheerd. Daar staan fondsmanagers aan het hoofd, met een bepaalde visie op de financiële markten – dat die zullen stijgen of instorten, dat je in Chinese aandelen moet zitten of dat je daar juist ver vandaan moet blijven, dat Brazilië dan wel Mexico de toekomst heeft.

Er zijn ook veel traditionele beleggingsfondsen te koop die markten volgen, zogenoemde indexfondsen. Maar trackers zijn door hun speciale structuur (zie kader) op ieder moment van de beursdag te kopen of verkopen, net als aandelen of obligaties. Bij beleggingsfondsen kan dat alleen aan het einde van de beursdag. Of eens per week, per maand of zelfs per kwartaal.

Snel in- en uitstappen

Trackers zijn daarom veel meer ‘liquide’ dan gewone beleggingsfondsen. Dat leidt tot een nauwkeuriger prijsvorming, met kleinere verschillen tussen ‘bieden’ (kopen) en ‘laten’ (verkopen). De belegger kan sneller in- en uitstappen, tegen een betere prijs. Naast hun lage kosten is dat de voornaamste verklaring voor de populariteit van de trackers.

Toch houden de grote Nederlandse banken vast aan traditionele beleggingsfondsen. Wie ING, ABN Amro, Rabobank of Van Lanschot vraagt om drie tot vijf ton defensief te beleggen, krijgt een portefeuille geadviseerd die bijna helemaal bestaat uit traditionele actief beheerde beleggingsfondsen. „Wij zijn geen specialist” in trackers, geeft de adviseur van ING Bank als verklaring. „Wij zien nog steeds de toegevoegde waarde van actief beheerde fondsen”, zegt de adviseur van ABN Amro. De redenering achter deze adviezen blijft duister. Tot voor kort verdienden de Nederlandse grootbanken veel aan de commissies die zij ontvingen door beleggingsfondsen van derden aan hun klanten te verkopen. Maar die zogenoemde kickbacks, retrocessies en distributievergoedingen zijn begin dit jaar afgeschaft, op aandringen van de fianciële waakhond AFM.

Waarom blijven de grote Nederlandse banken dan overwegend actief beheerde beleggingsfondsen adviseren? „Mensen houden niet van verandering”, luidt de psychologische verklaring van Deborah Fuhr, oprichter en directeur van ETFGI, een data- en onderzoeksbank over de ETF-markt. „Dat geldt zowel voor de bankmedewerkers als voor hun klanten.” Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar Nederlandse particuliere beleggers blijven inderdaad 80 tot 90 procent van hun totale kapitaal toevertrouwen aan de voornoemde Nederlandse grootbanken, en daarmee hoofdzakelijk aan traditionele, actief beheerde beleggingsfondsen.

Het gevolg is voorspelbaar: onnodig hoge kosten en daardoor onnodig matige rendementen. Dat blijkt zonneklaar op Beleggingsmatch.nl, een van de meest nauwkeurige vergelijkingssites van Nederlandse banken en vermogensbeheerders. Of je je geld nou zelf belegt, met hulp van een adviseur of het helemaal uitbesteedt (vermogensbeheer), of je defensief of offensief belegt, geen enkele grote bank is ooit de goedkoopste.

Merkwaardig, omdat ze de grootste partijen zijn op de markt en je zou verwachten dat schaalvergroting leidt tot lagere kosten. Maar de grote banken zijn altijd duurder dan de goedkoopste aanbieders. Vaak zijn dat onafhankelijke partijen, zoals iBeleggen, Today’s en Indexus, die het geld van hun klanten geheel of gedeeltelijk beleggen in trackers. Rabobank komt nog het dichtste bij hen in de buurt. Bij ABN Amro, ING Bank en Van Lanschot liggen de kosten meestal tussen de twee en drie keer hoger dan bij de trackerkampioenen. De gevolgen voor hun klanten kan Beleggingsmatch niet laten zien: de grootbanken willen hun rendementen niet vrijgeven.

Versnipperde markt

Toch zou er wel eens iets kunnen gaan veranderen voor de honderdduizenden Nederlandse particulieren die beleggen bij een grootbank, aldus ettelijke deskundigen die het congres Inside ETF’s Europe bijwoonden.

„Wij hebben inmiddels 3,5 miljard euro uitstaan bij ABN Amro, en 2,5 miljard bij Rabobank”, zegt Leen Meijaard, directeur van iShares, wereldmarktleider in ETF’s. Wim van Zwol van het Amerikaanse Vanguard, de uitvinder van het passieve beleggen en wereldwijd de nummer drie in trackers, schat dat hij al voor een miljard euro aan beleggingsproducten heeft verkocht aan Nederlandse grootbanken. Van Zwol en Meijaard zien die bedragen snel toenemen.

Beiden refereren aan de lancering door ABN Amro, in februari, van drie eigen ETF’s. Dat de grootste staatsbank van Nederland zich aan deze producten waagt, beschouwen zij als een belangrijke aanmoediging voor de Europese ETF-markt. Maar er is nog een lange weg te gaan, zegt Deborah Fuhr van ETFGI. „In de Verenigde Staten zijn nu 1.600 ETF’s te koop en 8.000 traditionele beleggingsfondsen. In Europa 2.015 ETF’s en 30.000 beleggingsfondsen. De Europese markt is versnipperd, door barrières van taal, cultuur en wet- en regelgeving.”