‘Beginnende leraar wiskunde verdient vaak meer dan andere docent’

Deze rubriek beoordeelt elke woensdag een bewering op waarheidsgehalte. Deze week een uitlating van de Algemene onderwijsbond Aob.

Foto Thinkstock

De aanleiding

Goed nieuws voor wiskundestudenten: ook in het onderwijs kunnen zij rijk worden. „Aankomende leraren wiskunde weten een steeds hoger salaris te bedingen”, meldde het dagblad Metro vorige week woensdag op gezag van een bestuurder van de Algemene onderwijsbond Aob. Het tekort aan wiskundeleraren is groot, dus nieuwe docenten kunnen hogere eisen stellen, schreef Metro.

Waar is het op gebaseerd?

Aob-bestuurder Clazien Rodenberg zei in Metro dat het in het westen van het land „eerder regel dan uitzondering” is dat aankomende leraren wiskunde een hoger salaris krijgen. Interessant: de Aob ontkende een maand geleden in dagblad Trouw nog dat wiskundeleraren meer verdienen.

En, klopt het?

Aan haar uitspraak in Metro lag geen onderzoek ten grondslag, maar eigen observatie, vertelt Clazien Rodenburg. Ze bezoekt regelmatig scholen in het westen van het land, waar schoolbesturen en leraren haar vertellen dat de schaarste aan wiskundeleraren leidt tot hogere salarissen. „De leraren komen meteen in een hoge schaal binnen”, vertelt Rodenburg. „Er zijn drie schalen: LB, LC en LD. Startende docenten beginnen meestal in LB. Maar als er maar één sollicitant is, kan die eisen dat hij meteen in LD mag beginnen.” Overigens gebeurt dat alleen in het westen: haar collega in Groningen, Friesland en Drenthe komt het niet tegen.

De VO-raad, de koepelorganisatie van middelbare scholen, heeft er geen zicht op of wiskundeleraren inderdaad meer verdienen. „We zouden niet weten waar hier data over te vinden zijn”, mailt een woordvoerder.

Daarom kijken we eerst naar de vacatures. Op dit moment zijn er bijna honderd vacatures voor docenten wiskunde, zien we op de vacaturesite MeesterBaan. Bij vijf van de 97 vacatures wordt een LD-schaal geboden voor startende wiskundedocenten, terwijl hun beginnende collega’s van vakken waarvoor geen tekort bestaat in LB of LC vallen.

Bij veel vacatures staat niets over de schaal. Die wordt meestal bepaald in de onderhandelingen tussen school en sollicitant, vertelt Jilles Veenstra, voorzitter van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties. „In zo’n gesprek zeggen mensen: ik wil wel komen, maar dan wel in LD. Als er geen andere sollicitanten zijn, krijgt zo iemand zijn zin.” Hij hoort vaak dat dit bij wiskundeleraren gebeurt.

Dat beaamt ook Peter Althuizen, voorzitter van Leraren in Actie, ‘een vakbond voor en door leraren in het voortgezet onderwijs’. „Je kunt het die scholen niet kwalijk nemen dat ze hun best doen om wiskundeleraren te krijgen. Maar hierdoor is er te weinig geld om andere docenten, die even zwaar werk hebben, hoger in te schalen. Een geschiedenisleraar die een LD-functie wil, wordt recht in zijn gezicht uitgelachen: er zijn honderd anderen om hem te vervangen.” Dat wiskundeleraren bij aanvang al een hoger salaris krijgen dan hun collega’s, lijdt volgens hem geen twijfel. „Ik heb er geen statistische gegevens over, maar ik weet dat het op een heleboel scholen in Nederland voorkomt. Dat hoor ik van vrienden, collega’s en mensen bij mijn vakbond.”

Conclusie

Er zijn geen statistische gegevens over de salarissen van wiskundeleraren in vergelijking met die van hun collega’s. Maar verschillende mensen uit het werkveld beamen dat wiskundedocenten hogere eisen kunnen stellen omdat ze schaarser zijn. We weten niet op welke schaal dit gebeurt, maar er zijn genoeg bewijzen dat het regelmatig voorkomt. We beoordelen deze uitspraak daarom als waar.