Trekduif was ‘sprinkhaan met veren’

Geen vogel was zo talrijk als de Noord-Amerikaanse trekduif. Zwermen van miljoenen vogels trokken 200 jaar geleden van bos naar bos, op zoek naar noten en vruchten. Waar de trekduif neerstreek, kraakten de takken. Maar toen de massale jacht op de duif halverwege de negentiende eeuw begon, was het snel gedaan. Rond de eeuwwisseling was de duif al zeldzaam geworden. En in 1914 stierf de laatste, in de Cincinnati Zoo: van miljard naar nul in vijftig jaar.

Dat de mens een grote rol bij het uitsterven van de trekduif (Ectopistes migratorius) heeft gespeeld staat vast. Maar biologen denken dat er nog een reden was voor de snelle uitroeiing van de trekduif: het was een ‘explosieve soort’, net zoals sprinkhanen dat zijn.

Dat betekent dat de populatie enorm toenam als er genoeg voedsel voorhanden was, om even snel weer in te storten als de bossen leeggepikt waren. Waarschijnlijk waren de vogels vooral afhankelijk van eiken die in ‘mastjaren’ veel eikels produceerden.

De vogel stierf uit omdat hij door de toenemende jacht niet meer kon herstellen na een magere mastperiode. Dat de populatie regelmatig instortte, leidden de biologen af uit de geringe genetische diversiteit van drie museumduiven. Ze beschreven hun resultaten deze week in PNAS (Early Edition).