SCP: te hoge verwachting van de participatiesamenleving

Kim Putters, voorzitter van het Sociaal Cultureel Planbureau.
Kim Putters, voorzitter van het Sociaal Cultureel Planbureau. Foto ANP / Bart Maat

De verwachting dat burgers voor elkaar gaan zorgen in de participatiesamenleving is niet realistisch. Niet iedereen heeft zin, tijd of de vaardigheden om als mantelzorger of vrijwilliger ouders, familieleden of buren te verzorgen of verplegen.

Dat zegt Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in een essay dat hij vandaag presenteert op het jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hij wil een debat op gang brengen over de moeizame weg die Nederland wacht om van de verzorgingsstaat een participatiesamenleving te maken.

Putters heeft geen oordeel over de wenselijkheid van de participatiesamenleving. “Dat is een politieke keuze.” Hij wijst erop dat burgers tijd nodig hebben om te beseffen dat ze niet automatisch recht hebben op een bepaald aantal uren zorg. Ze hebben ook tijd nodig om de nieuwe actieve rol op te pakken en zelf die zorg te gaan regelen.

“We zien dat de mantelzorg tot nu toe vooral door vrouwen wordt gedaan van boven de veertig, die al gewend zijn om te zorgen. De mantelzorg komt nu nog vooral terecht bij een heel specifieke groep.”

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat mantelzorg meestal aanvullende zorg is. Professionele zorg blijft nodig. Dat betekent dat er geen grote bedragen worden bespaard. “Gemeenten moeten zich dus niet te snel rijk rekenen.”

Putters: overheid moet zich er wel mee bemoeien

De meeste gemeenten zijn nog niet klaar voor hun nieuwe taak, zegt Putters. Zij moeten gaan bepalen en vastleggen, in overleg met de gemeenteraad en inwoners, welke minimale professionele zorg zij willen bieden. Onherroepelijk zullen er verschillen ontstaan tussen gemeenten die een sober zorgpakket bieden en gemeenten met een ruimer zorgpakket. Die verschillen zijn niet erg, vindt Putters. “Zolang het niet leidt tot willekeur.”

Gemeenteambtenaren zullen gaan bepalen welke zorg mensen zelf kunnen regelen en wat de gemeente moet bieden. Dat is een lastige taak die lang niet iedereen goed zal kunnen vervullen, stelt Putters.

“Niet elke ambtenaar is in staat in de huid van iemand met psychische problemen of een verslaving te kruipen en zo te bepalen wat er nodig is.”

De participatiesamenleving is niet binnen een paar jaar gerealiseerd, zegt Putters. De overheid kan zich niet volledig terugtrekken maar moet het proces begeleiden. Dat betekent volgens hem niet dat er bij elk probleem nieuwe regels bedacht moeten worden.

“Dat was nou juist niet de bedoeling. Maar het Rijk moet zich er wel mee bemoeien. Het komt niet vanzelf wel goed.”

Lees vanmiddag het hele interview ‘Al die participatie, dat komt niet vanzelf goed’ met Kim Putters in NRC Handelsblad.