Oorlogsbeelden die wegkijken onmogelijk maken

Foto’s en filmbeelden vertellen soms meer dan woorden, zoals die van de executies in Irak van afgelopen weekend. Juist omdat de beelden schokkend zijn, kunnen ze van beslissende betekenis zijn in een conflict.

Het Servische kamp Omarska in Bosnië in 1992. De televisiebeelden schokten de wereld. Later schreven journalisten dat de beelden waren gemanipuleerd en dat de mannen niet opgesloten waren achter prikkeldraad. Uit veroordelingen van het Joegoslaviëtribunaal zou juist wel blijken dat Omarska een concentratiekamp was waar gruweldaden werden gepleegd.
Het Servische kamp Omarska in Bosnië in 1992. De televisiebeelden schokten de wereld. Later schreven journalisten dat de beelden waren gemanipuleerd en dat de mannen niet opgesloten waren achter prikkeldraad. Uit veroordelingen van het Joegoslaviëtribunaal zou juist wel blijken dat Omarska een concentratiekamp was waar gruweldaden werden gepleegd. Screenshot ITN

De voorpagina van gisteren zal veel mensen rauw op hun dak zijn gevallen. De expliciete foto’s van de executies van Iraakse militairen door de extremistische strijdgroep ISIS lieten niets aan de verbeelding over en menig ouder zal aan zijn kind moeten hebben uitleggen wat er op de foto’s gebeurde. Net zoals ouders dat moesten doen in 1972 toen een foto werd verspreid van een naakt meisje dat in paniek wegrende na een napalmbombardement. Of in 1992 toen televisiebeelden uitgezonden werden van een Bosnisch kamp waarbij een uitgemergelde man achter prikkeldraad deed denken aan de slachtoffers in de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog.

Het zijn dit soort schokkende oorlogsbeelden die beklijven en voor velen deel zijn gaan uitmaken van het collectief geheugen. Ze leiden tot de onvermijdelijk vraag of kranten dit soort foto’s moeten afdrukken. Tegelijk roert het publiek zich na het zien van de beelden en ook politici kunnen niet achterblijven. Het meest duidelijk voorbeeld daarvan zijn de foto’s die in 2004 gepubliceerd werden van de situatie in de Iraakse Abu Ghraib gevangenis. Ze toonden niet alleen hoe gevangenen gemarteld werden maar ze werden nog gruwelijker toen bleek dat de foto’s gemaakt waren door de Amerikaanse bewakers zelf als ware het vakantiekiekjes van hun verblijf in Irak. Hoewel Amnesty International al in 2003 melding maakte van de gruwelijke praktijken, zorgden de foto’s ervoor dat de politiek zich niet langer stil kon houden.

Desalniettemin zijn dit uitzonderingen. Veel vaker blijft het onduidelijk of dergelijke beelden echt kantelpunten zijn in een conflict. In september vorig jaar leek de wereld op zijn kop te staan door de gruwelijke beelden van een gifgasaanval in een buitenwijk van Damascus. Maar de vraag is nu, bijna een jaar later, of die foto’s effect hebben gehad.

Veel vaker worden dit soort iconische beelden hergebruikt en herinnerd omdat ze meerdere verhalen in zich dragen. De foto van het naakte meisje vertelt in eerste instantie het verhaal van de Vietnamoorlog en de gevolgen van napalm voor de burgerbevolking. Maar de foto kan ook gebruikt worden om het leed van oorlog voor kinderen in het algemeen te verbeelden. Slechts weinig mensen kennen de hele foto. Meestal wordt de aangesneden versie getoond waarin het meisje in het midden van het beeld staat. Maar op de oorspronkelijke foto loopt een andere fotograaf naast het meisje. Hij heeft ogenschijnlijk geen oog voor haar maar lijkt in de weer te zijn met zijn camera. Juist die variant kan gebruikt worden om de rol van de media in de Vietnamoorlog te belichten. Het verandert niets aan de foto maar geeft haar een extra laag waardoor ze tot op de dag van vandaag gebruikt kan worden voor verschillende verhalen.

Hetzelfde gebeurt met oorlogsfoto’s waarvan de authenticiteit in twijfel wordt getrokken. In 1936 maakte Magnum fotograaf Robert Capa een foto van een neergeschoten Republikeinse soldaat tijdens de Spaanse Burgeroorlog. De foto kan het verhaal vertellen van het beslissende moment waarop iemand voor het eerst wordt gefotografeerd terwijl hij geraakt wordt door een kogel. Maar het mysterie van de foto zorgt voor een tweede verhaal. Tot op de dag van vandaag debatteren fotohistorici of de foto in scène is gezet. Dit verhaal verdringt de oorspronkelijke gebeurtenis en het lijkt er zelfs op dat mensen bij deze foto eerder denken dat dit een voorbeeld is van een gemanipuleerde nieuwsfoto dan dat het een foto is van de Spaanse Burgeroorlog.

Schrijnender is het verhaal van de man achter het prikkeldraad. Vijf jaar nadat de Britse televisiezender ITN de beelden als eerste uitzond, schreef het tijdschrift LM dat ze in scène gezet waren. Niet de mannen zouden achter het prikkeldraad staan maar de cameraploeg die daarmee bewust het beeld van een concentratiekamp zou creëren. Daarnaast zou de man een maagaandoening hebben waardoor hij zo dun was geworden. ITN klaagde het tijdschrift aan en won de rechtszaak glansrijk. De man op de foto heeft talloze interviews gegeven over de situatie in het kamp en de heersende ondervoeding. Toch blijft het verhaal rondgaan dat de beelden in scène zijn gezet en daarmee blijven ook de beelden circuleren. Niet als illustratie van de gruwel maar als vals voorbeeld van mediamanipulatie.

Wat wordt nu het verhaal van de gruwelijke executiefoto’s van ISIS? Hoewel de beelden onbevestigd zijn, trekt vrijwel niemand de authenticiteit in twijfel. Maar worden de beelden een kantelpunt waardoor het publiek en bestuurders actie zullen ondernemen? En dragen de foto’s meerdere verhalen in zich waardoor ze vaker gebruikt kunnen worden en zich vastbijten in onze herinnering?