Verder dan zilver kwam Van Ass nooit

De Nederlandse hockeyploeg werd in de WK-finale vernederd door Australië. De hockeybond staat voor belangrijke keuzes.

Hij wilde per se een finale tegen Australië. Tijdens de Olympische Spelen in Londen al, twee jaar geleden. Twee ploegen met hun eigen spelstijl – en dan maar zien wie de sterkste is.

Paul van Ass kreeg gisteren antwoord. In een stampvol stadion in Den Haag richtte Australië een ravage aan die de Nederlandse hockeyers de rest van hun loopbaan bij zal blijven: 6-1. Nooit eerder werd een nationale hockeyploeg zo vernederd in een WK-finale als Nederland, nota bene in eigen land.

De Kookaburra’s waren overal en ze waren meedogenloos. Ze bleven scoren totdat ook het allerlaatste oranjevlaggetje in het stadion stil was gevallen. Zo voelt het dus. Zo moeten de Britse hockeyers zich twee jaar geleden hebben gevoeld toen zij met 9-2 door Nederland waren afgeschminkt. Op hun eigen toernooi, in hun eigen stad.

Australië was twee weken lang ongenaakbaar in Den Haag: de ploeg won alles, en met schijnbaar speels gemak. Maar het beste bewaarden ze voor de finale. Alsof de WK-organisatie het voelde aankomen was uitgerekend deze dag uitgekozen om Australië ‘te vieren’, zoals elk deelnemend hockeyland een keer centraal stond.

Voor de Nederlandse hockeyploeg valt voorlopig niets te vieren. Van Ass, de spelers – ze zochten na afloop wanhopig naar verklaringen. „Zij waren beter”, sprak hij gelaten. „Wij waren niet bij machte om het beste uit ons spel te halen.”

De monsternederlaag was des te pijnlijker omdat de Nederlandse hockeyers na al die magere jaren werkelijk het gevoel hadden gekregen dat de kloof met de twee toplanden in de wereld, Duitsland en Australië, was gedicht.

Van Ass baseerde zijn optimisme vooral op het onverwachte olympisch zilver van Londen en de eindzege in de Hockey World League in New Delhi, vier maanden geleden. Met zeldzame zeges op Australië en Duitsland moest dat de springplank zijn naar het wereldgoud in Den Haag.

Die droom veranderde gisteren in een nachtmerrie. Australië, dat zijn titel van 2010 prolongeerde, speelt een vorm van totaalhockey die Nederland op alle vlakken te machtig is: een unieke combinatie van fysieke kracht, snelheid, techniek en een dodelijke corner. Vooral het fysieke verschil met Nederland is schrijnend.

„Wij spelen het beste hockey ter wereld”, constateert de legendarische bondscoach Ric Charlesworth, die jarenlang boetseerde aan zijn team, met hulp van tal van wetenschappers, psychologen en specialistische trainers. „Wij hebben vier maanden geleden misschien twee keer verloren van Nederland, maar hier in Den Haag speelden wij met acht, negen andere spelers. Bovendien: als je achter de cijfers van die nederlagen keek kon je al zien dat wij altijd twee keer zoveel kansen creëren als Nederland.”

Van Ass heeft altijd gepredikt dat hij de hockeystijlen van Duitsland en Australië, gebaseerd op snelheid en fysieke kracht, kon pareren met een eigen Nederlandse spelstijl, met vooral technisch goede hockeyers. Maar wie de krachtpatsers van Australië aan het werk ziet moet concluderen dat de Nederlandse hockeyers op dat gebied de slag hebben verloren.

Van Ass blijft erbij dat hij zijn systeem niet wil omgooien, wijzend op de ervaringen in New Delhi, eerder dit jaar. Maar de vernederende nederlaag in Den Haag zal bij de hockeybond de vraag opwerpen of hij de juiste man is om de mannen naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro te leiden. Zijn contract liep tot en met ‘Den Haag’. „In principe stopt het hier”, zei Van Ass. „Mijn contract is afgelopen. Het is verder niet aan mij. De KNHB moet nu gaan kijken wat het beste is voor het Nederlandse hockey. Ik wil wel graag evalueren wat de afgelopen jaren hebben opgeleverd.”

Van Ass werd na het WK van 2010 in New Delhi bondscoach. Onder zijn leiding ontwikkelde een talentvolle groep spelers een zeer aanvallende speelstijl, al moest Van Ass het afgelopen jaar zijn ambities op dat gebied aanpassen, na zware nederlagen tegen Duitsland en België. Maar verder dan een verzameling zilver kwam Van Ass niet.

Om in de toekomst echt te kunnen concurreren met de Kookaburra’s ontkomt de bond niet aan professionalisering van het programma. Waar de Nederlanders elk jaar maandenlang competitie spelen, tegen elkaar, traint een grote groep Australiërs continu met de nationale selectie. Dat was goed te zien, de afgelopen weken.