Het paard is de ster in pakkend drama

Het paard Joey in War Horse.
Het paard Joey in War Horse. Foto Brinkhoff/Mögenburg

Het paard ademt. Het briest en het hinnikt, het snottert, het zwiept met zijn staart, schudt met zijn hoofd, komt ten val en staat weer op. Het is een wonder van poppenspelersvernuft – zoals het zich, metershoog en majestueus, weet te verheffen. We zien duidelijk dat het in beweging wordt gebracht door twee mannen in het met gaas bespannen bamboelijf en één man die het hoofd bestuurt, en toch is dit een levensecht paard. Het komt na afloop zelfs een buiging maken, als de centrale figuur in War Horse, de voorstelling die het National Theatre in Londen maakte naar het gelijknamige succesboek van Michael Morpurgo.

War Horse is nu hier, in een niet eerder vertoonde alliantie van het Holland Festival en producent Joop van den Ende. Trouw aan het Engelse origineel, dat in Londen al sinds 2007 volle zalen trekt. Maar wel in een Nederlandse vertaling die onvermijdelijk als nadeel heeft dat de Noord-Engelse couleur locale uit deze versie is verdwenen. Dat gaat ook ten koste van de herkenbaarheid, te meer omdat Nederland nu eenmaal niet betrokken was bij de Eerste Wereldoorlog die hier ten tonele wordt gevoerd.

Tijdens die oorlog werden alleen al uit Groot-Brittannië miljoenen paarden naar het front gestuurd. Morpurgo’s relaas gaat over de band tussen een boerenjongen (in Nederland authentiek gespeeld door Kay Greidanus) en een van die frontpaarden. Sentimenteel, jazeker, en soms zelfs melodramatisch. Maar zo pakkend verteld dat de toevalligheden – jongen en paard raken van elkaar gescheiden, en worden toch weer verenigd – volstrekt niet storen. Sterker nog: wij, de toeschouwers, willen niet anders dan dat het goed zal aflopen.

Het door de Handspring Puppet Company in Zuid-Afrika ontworpen paard is zonder meer de grootste attractie van War Horse. Maar daarnaast is dit ook een schouwspel met duizend bommen en granaten die een alles verwoestende oorlog suggereren – een toonbeeld van theatertechniek op topniveau. Het ene oogverblindend angstwekkende tafereel volgt op het andere. Soms zelfs letterlijk oogverblindend. En oorverdovend. Zodat de acteurs er niet altijd even subtiel tegenop kunnen spelen. Af en toe staat hen niet anders te doen dan schreeuwen, en dat maakt weleens murw. Of onverstaanbaar. Terwijl de Carré-akoestiek toch al niet ideaal is voor toneeldialogen.

In de regie van Drew Barr is niettemin een bewonderenswaardige productie gemaakt, die het Nederlandse publiek in staat stelt deze Engelse theatersensatie met eigen ogen te zien. Het is een massaspel met een hier ongekend aantal acteurs (zo’n 25 in totaal) waarin de intieme scènes desondanks niet ten onder gaan.

War Horse staat tot eind september in Carré, en komt daarna nog in Rotterdam, Breda, Groningen, Apeldoorn en Heerlen. En overal zal het paard stijgeren, snotteren en schuddebuiken zoals het intussen ook al met langdurig succes in diverse andere landen doet.