‘Cucurucu’ van Nick Mulvey is een zomerse festivalkraker

Van een muzikant met een achtergrond in Cubaanse en Afrikaanse muziek mag één ding verwacht worden: ritme. Bij de Engelse zanger en gitarist Nick Mulvey komt de swing uit onverwachte hoek. Strikt genomen is hij een vrij traditionele folkzanger met statige zang. Zijn dwingende gitaarspel geeft hem de aanstekelijke groove, soms solo met een samplemachine, dan weer aan het hoofd van een dienende band.

De 28-jarige etnomusicoloog uit Cambridge zat eerder bij de groep Portico Quartet waarin hij de Cubaanse hang bespeelde; een percussie-instrument met een geluid als een steeldrum.

Het ware talent van Nick Mulvey zit echter in priegelig virtuoos gitaargetokkel in combinatie met zijn sonore zangstem. Eerder dit jaar debuteerde Mulvey met het album First Mind, een titel die staat voor zijn instinctmatige aanpak. Het Utrechtse publiek in Tivoli kreeg hij al snel aan het wiegen op zijn jazzy swing.

Hoe eigenzinnig Nick Mulvey de muziek benadert, mocht blijken uit zijn prettig excentrieke versie van Donna Summers I feel love waarin het discoritme met repeterende gitaarnoten werd verbeeld. Zijn repertoire dat nu nog niet veel meer dan een uur in beslag neemt, is rekbaar door spontane improvisatie. Zijn bekendste nummer Cucurucu, met het luchtige huppelritme en meezingpotentie, wordt zeker een van de festivalkrakers van deze zomer.