Roddelen is leuk. Tot het niet meer leuk is

Albert Verlinde (53) heeft het vaak over het privéleven van anderen. Opeens stonden hij en zijn man in de spotlight. Even schrikken. Heeft hij ervan geleerd?

Boulevardkoning Albert Verlinde: „Ik wil heel graag mensen verbinden.”
Boulevardkoning Albert Verlinde: „Ik wil heel graag mensen verbinden.” Foto Mieke Meesen

Hij dacht dat hij het wist. Hoe het is als kranten dag in dag uit over je schrijven. Hoe het is om in opspraak te zijn. Talloze malen onthulde Albert Verlinde affaires van anderen. Op televisie vertelde hij dan dat er een gerucht ging over een Bekende Nederlander. Of toonde hij een onthullend filmpje.

Voor die BN’ers moet het vervelend zijn geweest, dat begreep hij ook wel. Vaak sprak hij ze nadat het was gebeurd, en dan vertelden ze hem dat het een verdrietige periode was geweest, maar dat ze er sterker waren uitgekomen. Zo ongeveer, dacht hij, moet het zijn om in opspraak te komen: vervelend – en daarna gaat het wel weer over.

En toen gebeurde het hem zelf.

Een half jaar geleden doken beelden op van Verlindes echtgenoot Onno Hoes, die met een andere man zoende. De burgemeester van Maastricht werd ter verantwoording geroepen door de gemeenteraad, de voltallige Nederlandse pers dook erop. Van de Telegraaf tot NRC: overal verschenen berichten over de affaire, een aantal weken lang.

Normaal gesproken is Albert Verlinde (53) zélf de journalist die zulke affaires naar buiten brengt. Voor RTL Boulevard becommentarieert hij al twaalfenhalf jaar Bekende Nederlanders. Hoe ze gekleed gaan, hoe ze acteren, presenteren, wie het met wie doet, wie met wie ruzie heeft, wie met wie in scheiding ligt of gaat trouwen of in verwachting is van een kind. Dat scoort, al jaren achtereen, meer dan een miljoen kijkers op een avond.

Hij kreeg veel kritiek om het uitzenden van video’s waarop BN’ers te zien waren met hun minnaar. Bekendste voorbeeld: voetballer Wesley Sneijder die actrice Yolanthe, toen nog samen met zanger Jan Smit, zoende in een parkeergarage.

Verlinde zit deze donderdagmiddag op een leren bankje, helemaal achterin café Millers in Den Haag. Daar heeft hij een rustige plek laten reserveren. Hij drinkt cappuccino.

Opeens was Albert Verlinde zelf het nieuws.

„Had ik nog nooit meegemaakt. Ik heb zelden last van paparazzi, vind het nog steeds raar om een foto van mezelf terug te zien in een blad. En opeens waren Onno en ik overal.”

Hoe vond je dat?

„Het was erg… veel.”

Verlinde wacht even, twijfelt of hij verder wil vertellen. Dan zegt hij dat hij best wel is „geschrokken”. Hij had niet verwacht dat mensen met zoveel „fanatisme” op het nieuws zouden duiken. „Het is ongekend wat je op internet allemaal kunt roepen aan discriminerende opmerkingen”, zegt Verlinde. „Ik bedoel, we moeten altijd de Marokkaanse en Turkse minderheden steunen, maar als homo heb je het in dit land óók niet makkelijk.”

Aanvankelijk las hij alles: de artikelen op internet, de roddelbladen, de serieuze kranten, die allemaal aandacht schonken aan de overspelige burgemeester. „Het was een rare en hectische tijd”, zegt Verlinde. „Op een gegeven moment kies je ervoor om het te negeren. Je kunt je er wel in gaan wentelen, maar wat schiet je ermee op? Niks. Dat is ook een overlevingsmechanisme, dat je denkt: ik heb er niets aan om dat te lezen.”

Verlinde baalde van Shownieuws, het showbizzprogramma van concurrent SBS, dat veel aandacht besteedde aan de affaire. „Ze bleven maar doorgaan, ook toen er niets nieuws meer te melden was”, zegt hij. „Natuurlijk gun ik ze van harte dat ze bekeken worden. Maar op een gegeven moment vinden mensen het niet meer leuk. Ik vind dat de hoofdredacteur van Shownieuws had moeten ingrijpen. Die had moeten zeggen: klaar nu. Hoe heet een verhaal ook is, op een gegeven moment wéét het publiek het wel. En dan wordt het… roddel. Kijk, natuurlijk, we roddelen allemaal, het is een van de meest geliefde bezigheden van de mens. Maar roddelen is leuk tot het niet meer leuk is.”

In Boulevard roddel jij toch óók over het privéleven van anderen?

„Niet op deze manier, niet zonder hoor en wederhoor. Maar ik heb wel dingen geleerd van deze ervaring. Dat neem ik mee bij het maken van Boulevard. Ik kijk nu anders naar het nieuws dat binnenkomt.”

Wat doe je anders?

„Ik realiseer me meer dat als je over iemand bericht, het niet alleen die Bekende Nederlander is, maar ook de wereld om iemand heen: de vrouw, de man, de kinderen, de ouders. Dat realiseer je je ineens.”

En dat had je je nog nooit gerealiseerd?

„Jawel, maar nu weet ik het van binnenuit. De kwestie over Onno ging niet alleen over Onno en mij. Mijn ouders werden er ook door geraakt. Die komen ook op straat, die komen ook mensen tegen. Dat neem ik mee als ik nu commentaar geef op BN’ers.”

Je bent milder?

„Ik ben wijzer. Ik weet meer, heb meer meegemaakt. Zo ontving ik laatst Gordon, die net heeft gebroken met zijn vriend. Op internet is daar allerlei vreugde over. Maar dan denk ik: Jezus, wat jammer, het was zo’n leuke vent. Nou, twee jaar geleden zou ik dat nooit zo hebben gezegd. Dan had ik gezegd: ‘nou Gordon, we hebben even al je exen op een rijtje gezet. Tellen maar!’”

Verlinde lacht. „Ja, zo kan het natuurlijk ook hé. Of neem Mariska Hulscher, die ik een keer in de uitzending bij wijze van grap ‘hoer’ noemde, omdat ze na een kort huwelijk weer ging scheiden. Wat voor mij één woordje is, is voor Mariska het grote ding als ze een dag later haar kinderen naar school brengt. Daar was ik me vroeger niet genoeg van bewust.”

Had je dat zoenfilmpje in de parkeergarage van Wesley en Yolanthe nog steeds uitgezonden, nu je weet hoe groot de impact is?

„Dat had ik morgen zo weer gedaan.”

Waar ligt dan de grens? Is alles wat een BN’er op straat doet interessant voor Boulevard?

„Nee. Een BN’er die over straat loopt, is voor ons geen nieuws, dat brengen we niet. Als die BN’er een oude dame omver duwt, dán wel. Want dat is relevant.”

Als je een filmpje krijgt aangeleverd van een BN’er die in verwarde toestand naakt over straat rent, is dat relevant?

„Dat klinkt wel als iets dat bij Boulevard in de uitzending zou komen, ja.”

En als die BN’er hetzelfde zou doen in haar eigen achtertuin?

„Dan nooit. Je huis is privé.”

En een hotellobby, is dat ook privédomein?

„Een hotellobby is ook privédomein.”

Uw man Onno Hoes zoende een andere man in een hotellobby. Dat had dus niet naar buiten mogen komen?

„Was dat in een hotellobby? O ja, je hebt gelijk. Nou, dat was inderdaad wel nieuws.”

Dus er is geen grens.

„De grens is of iets nieuws is.”

Albert Verlinde kreeg zijn eerste showbizzrubriek eind jaren 90 in de radioshow van dj Edwin Evers. Het werd een groot succes, volgens Verlinde zelf: „Kranten schreven: wie is die man?”

In 2001 werd hij door RTL gevraagd om een nieuwe entertainmentshow te presenteren: Boulevard. Ook daar bleef hij zijn mening ventileren. In deze rol van ‘showbizzdeskundige’ groeide Verlinde uit tot de onbetwiste koning van de roddel. Geen journalist had vaker primeurs dan Verlinde. Wel ging dit gepaard met af en toe een gemene sneer over mislukte plastisch chirurgische ingrepen, mislukte carrières, mislukte relaties, mislukte BN’ers. „Soms schrik ik van mezelf”, zegt Verlinde. „Ik kan hele harde dingen zeggen, zonder dat ik het meen.”

Mede hierdoor heeft een groot deel van het publiek een hekel aan jou gekregen.

„Ik merk daar weinig van. Het beeld dat door de pers van mij wordt gecreëerd vind ik altijd negatiever dan wat ik bij kijkers merk. Het lijkt wel alsof het prettig is om mij weg te zetten als roddelnicht. Dat is de rol waar ik ooit ben ingezet, in de eerste jaren dat ik bezig was, en die beeldvorming is er nog altijd. Ik laat het gaan, houd me er niet mee bezig. Wie mij goed kent, weet dat ik een enorme kracht heb om mezelf terug te trekken in mijn eigen wereld. In die wereld zit mijn eigen afweging, mijn eigen geluk, mijn eigen mensen die ik vertrouw.”

Als kind had je dat ook al, zei je eerder in een interview. Je kon je helemaal afsluiten van de buitenwereld.

„Ja, ik heb altijd behoefte aan mijn eigen dingen gehad. Mijn vader was ook zo. Die was het gelukkigst als hij aan de keukentafel een boek aan het lezen was. Heb ik ook. Of met een cd in de auto naar Maastricht rijden. Weer eens lekker al die oude cabaretplaten en musicals draaien. Het feit dat ik ben waar ik nu ben, is omdat ik van kinds af aan naar al die plaatjes heb geluisterd.

Nu ik die lange ritten maak naar Maastricht, ben ik dat weer allemaal aan het terugluisteren. Zo van: ‘Oh ja, die zong dat, en dat was ook zo mooi’. God, wat is dat leuk. Want dat is ook het gevaar van Boulevard: op een gegeven moment zie je het mooie dat mensen maken niet meer. Je denkt alleen: Wie was er bij de première? Is er iemand gestruikeld?”

Verlinde geeft naast zijn presentatorschap ook leiding aan Albert Verlinde Entertainment. Dat bedrijf is na Joop van den Ende de grootste musicalproducent van Nederland. Verlinde kiest alle titels uit en bemoeit zich daarnaast ook actief met de inhoud. „Ik houd ervan om mensen te verrassen”, zegt hij. „In al mijn producties kun je zien dat ik een combinatie maak tussen een breed publiek en de verrassing. Dus als ik Toon Hermans doe, zit daar óók de rouwverwerking in van zijn vrouw Rietje. Als ik The Sound of Music doe, loop ik niet weg van de oorlog. Eigenlijk is die musical een sprookje: Maria is de prinses, de kapitein is de prins en Hitler de boze fee. Dan kijk je met de ogen van een kind naar die voorstelling. Het is mijn keuze om nazi-Duitsland zo sterk neer te zetten. Bezig zijn met dat artistieke, is wat ik het liefst doe.”

Vind jij dat je op artistiek gebied de erkenning krijgt die je verdient?

„Mijn laatste productie was De kleine blonde dood. Een heel mooie musical. Vijf sterren in de Volkskrant. Maar geen wóórd erover in De wereld draait door, niks in Pauw & Witteman. Je mag best kritisch zijn op wat ik doe, het maakt me allemaal niet uit, maar hé: dit is wel iets heel bijzonders wat gewoon is doodgezwegen.”

En dat komt omdat jij het hebt geproduceerd?

„Ik denk het wel, en dat vind ik heel jammer. Als je ziet wat ik dit jaar weer allemaal op de planken zet – Dreamgirls, Agnes van God – dan denk ik ja, dat verdient toch wel aandacht. Telegraaf, Shownieuws, Koffietijd, die doen het wel allemaal. Ik vind het zo’n verkeerde tweedeling in de maatschappij. Alsof er een bepaald soort amusement is dat alleen op de ene programma’s voorbij komt, en een bepaald segment dat alleen in die andere programma’s zit. Ik wil best mee in die hokjes, hoor. Maar dan denk ik: De kleine blonde dood is high culture. En de enigen die er wat aan doen, zijn de zogenaamde low-culture-programma’s omdat het door iemand gemaakt wordt die bij high culture niet goed valt. Wat dat betreft werkt het in mijn nadeel, dat ik Boulevard presenteer

Bij Boulevard prijs je musicals aan die je zelf hebt geproduceerd.

„Ik druk ze er nooit doorheen hoor, mijn musicals. Dat beslist de redactie allemaal. Ik hoor vaak als laatste dat een musical van mij in de uitzending zit.”

Het lijkt toch op belangenverstrengeling?

„Ik doe dit al zó lang, joh. Sinds 1992 maak ik entertainmentprogramma’s en sinds 1998 maak ik theaterprogramma’s. Dan denk ik: kom op zeg. Ik zie het probleem niet.”

Het zal moeilijk zijn om een kritische opmerking te maken over je eigen musical, terwijl je wel eens kritisch bent over musicals van anderen.

„Volgens mij valt dat wel mee.” Hij zwijgt even. „Ik ben aan het nadenken, hoor.” Dan: „Natuurlijk ben ik enthousiast over mijn musicals. Ik heb ze gemáákt. En bij een andere productie, ja eh, daar lees ik me in principe voor in. Maar je blijft de tandarts die zegt: ‘Waar bent u hiervoor geweest? Ik ben de betere.’ Dat blijf je houden.” Hij zucht. „Ik heb hele rare dilemma’s in mijn leven, eigenlijk.”

Albert Verlinde is de laatste jaren „heel veel sociale dingen” erbij gaan doen. Hij zit in het Nationaal Comité 200 jaar Koninkrijk, waarmee hij onlangs een festival opzette om het jubileum van de Grondwet te vieren. En hij zit bij het Nationaal Theater Fonds, waarvoor hij langs Nederlanders gaat om geld op te halen voor theater. Hij zit al op zes ton.

Waarom hij zijn sociale kant meer is gaan ontwikkelen, weet Verlinde niet precies. Misschien is het omdat hij de vijftig is gepasseerd. „Dan ga je inzien dat het leven veel moois heeft gebracht, en dat het ook mooi is om dat te kunnen delen.” Of misschien komt het wel doordat zijn echtgenoot Onno Hoes burgemeester van Maastricht is geworden. „Daardoor zie je dat heel veel mensen bezig zijn met sociale dingen. Al die verenigingen, en zo. Dat kende ik eigenlijk niet. Ik was altijd bezig met hoeveel kaarten ik verkocht.”

Hoe ziet de toekomst van Albert Verlinde eruit?

„Het klinkt misschien een beetje raar uit mijn mond hoor, maar ik…” Hij aarzelt. „Ik wil heel graag verbinden. Mensen bij elkaar brengen, partijen bij elkaar brengen. Ik bedoel, ik ken natuurlijk zóveel mensen. Van hier tot hoger kun je in Nederland haast niet – ik ken iedereen. En ik merk steeds meer hoe leuk het is om een bindend element te zijn.”

Als commentator van Boulevard was je de afgelopen twaalfenhalf jaar niet bij uitstek een ‘verbinder’.

„Misschien is dat wel waar ik naartoe groei. Tien jaar geleden deed ik Boulevard heel anders dan nu. Als je ouder wordt, zit er meer inhoud in je en word je wijzer.”

Dan vertelt Verlinde dat hij een boek van zijn vader kreeg toen hij afstudeerde van de Kleinkunstacademie.

Een mooi, dik werk over de Broadway musicals. Voorin had zijn vader een tekst geschreven: ‘Leef het leven, ook als je succes mocht hebben’. Die tekst, zegt Verlinde, is hij nooit meer kwijtgeraakt. „Het is zo gemakkelijk om in geluk of verdriet te blijven hangen, en niet gewoon te leven. En dat is toch wat ik probeer. Ik probeer gewoon te leven.”