Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Onderwijs

Laat universiteit plaats zijn waar andersdenken bloeit

31 mei 2014 – Zij zijn toegewijd en trouw. En hebben vaak een hypotheek. Anders zouden veel academische docenten en wetenschappelijke onderzoekers er morgen vandoor gaan. Zij dromen van een plek waar zij ongehinderd hun werk kunnen doen. De Nederlandse universiteiten zijn overspannen. Hoe komt dat? Wat is er aan te doen? Soms is het

31 mei 2014 - Zij zijn toegewijd en trouw. En hebben vaak een hypotheek. Anders zouden veel academische docenten en wetenschappelijke onderzoekers er morgen vandoor gaan. Zij dromen van een plek waar zij ongehinderd hun werk kunnen doen. De Nederlandse universiteiten zijn overspannen.

Hoe komt dat? Wat is er aan te doen? Soms is het nodig terug te gaan naar de kern. Over universiteiten in Nederland is eindeloos gedebatteerd. In de loop van veertig jaar gedoe is het bestuursmodel een beetje gedemocratiseerd – dat is grotendeels teruggedraaid. Stiller maar ingrijpender is het financieringsmodel veranderd en is een web van beheersregels gesponnen. Den Haag heeft steeds meer universitaire touwtjes om aan te trekken.

De impliciete boodschap: universiteiten kunnen zichzelf niet adequaat besturen, zij doen te weinig waar de samenleving wat aan heeft. Onderwijs en onderzoek moeten meer centraal worden gestuurd. O ja, en kunt u in minder tijd meer studenten beter opleiden?

Colleges van Bestuur en hun Raden van Toezicht moesten zich meer te oriënteren op het bedrijfsleven. Hun salarissen werden meer compensatiepakketten. Sjanghai is de norm. Met het Ministerie van Onderwijs werden prestatieafspraken gemaakt, alsof het doen en laten van duizenden wetenschappelijke onderzoekers, docenten en studenten betrouwbaar en zinvol te meten, laat staan te sturen is.

Ogenschijnlijk is het een peulenschil, zie het studierendement: hoeveel jaar zit er voor de gemiddelde student tussen kennismakingsdag en buluitreiking? Vergeleken met de officiële studieduur, vergeleken met andere universiteiten in binnen- en buitenland. Maar wat hebben ze geleerd? Wat kunnen ze? Kregen de grotere aantallen waar voor hun en ons geld? Wie meet weet alleen wat hij meet.

Ook in het wetenschappelijk onderzoek werd de jacht op de cijfermatige scores geopend. Zeker in het werk van de al gepromoveerde onderzoekers werd de race naar de denkbeeldige top verplicht gesteld. Niet geciteerd in een internationaal toptijdschrift betekent minder statusmiles, dus minder geld voor een volgend project. Pech als je een typisch nationaal vak doet.

Steeds meer onderzoeksgeld wordt nationaal en zelfs Europees verdeeld binnen vooropgezette projecten. Anderen weten waar uw onderzoek het beste over kan gaan. Knap van ze. De maatschappij mag toch wat terug vragen? In de praktijk zijn het vooral de maatschappijen die dat doen.

Toen deze hele ontwikkeling begon waren er al mensen die waarschuwden tegen de opmars van het bedrijfsmatig organiseren van universiteiten. In 1968 verzetten Ton Regtien, Hugues Boekraad en Michel van Nieuwstadt van de Unie van Studenten te Nijmegen zich tegen de ‘ondemocratische managersfilosofie’ waarmee het toen actuele rapport van de commissie-Maris de universiteiten doordrenkte.

Publiek gefinancierde universiteiten zouden het bedrijfsleven voorzien van goedkoop onderzoek en voorgeplooide werknemers. Intussen zijn opeenvolgende Haagse coalities trotse wederverkopers van het Topsectorenbeleid, dat academische onderzoekers bijna dwingt onderzoek te doen waar bestaande bedrijven op korte termijn behoefte aan hebben. Wat de Kritiese Universiteit vreesde is nu ongeveer beleid.

En kijk, zowel de academisch-wetenschappelijke als de democratische kritiek is terug. Het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten (H.NU) zit dit voorjaar aardig op het spoor van de critici van 45 jaar geleden. Zie de titel van hun eerste conferentie Breaking the Silence in Academia: Understanding the Corporatisation of Universities in the Netherlands and beyond.

Zeker zo fundamentele kritiek op het huidige academische bedrijf komt van Science in Transition. De gangmakers trokken najaar 2013 van leer tegen de overwaardering van ‘peer reviewed’ wetenschappelijke artikelen als graadmeter van academische prestaties. Ook zij hekelen een democratisch tekort: de maatschappij zou moeten meepraten over waar publiek onderzoeksgeld naar toe gaat.

De omgang van de nationale politiek met hoger onderwijs en wetenschap is in de loop der decennia van sober en gewichtig verschoven naar managerial en kortademig. Net als met de defensie-uitgaven bleek het opeenvolgende kabinetten verleidelijk eenvoudig om het percentage eraan besteden euro’s te laten afkalven. De heersende logica verlangt meer controleerbare prestaties voor minder geld.

Universiteiten en hogescholen hebben eieren voor hun geld gekozen en zo goed mogelijk voldaan aan de dominante verhaallijn. Dat leidde in veel gevallen tot verlaging van de normen, een aantal hogescholen hebben de vingers lelijk gebrand, een beperkt aantal universitaire onderzoekers zijn tegen de lamp gelopen met kunstmatig opgefokte onderzoeksresultaten.

Opgeteld bij steeds weer nieuwe administratieve eisen onder modieuze noemers als ‘valorisatie’ en ‘kwaliteitszorg’ is het geven van onderwijs een luxe geworden die een rechtgeaard onderzoeker zich amper kan veroorloven. Anders gezegd: onderwijs is een bijproduct geworden van de moderne universiteit. Het staat in laag aanzien en er worden te weinig uren vergoed voor les geven en examens afnemen mét de verplichte bureaucratische pseudoverantwoording er omheen. Zonder avond- en nachtwerk was er in dit land geen serieuze universiteit meer.

De dragende pretentie bleef onaangetast: hoger onderwijs en wetenschap zijn te sturen. Ook al promoveerde in 1988 de econoom en toenmalig universitair beleidsambtenaar Tom Groot op de dissertatie ‘Management van Universiteiten’. Thema: de mythe van doelmatig universitair bestuur.

Het is ook té ontregelend te beseffen dat wetenschappelijk onderwijs en onderzoek maar beperkt zijn te sturen van bovenaf. Men verkort de (gewenste) studieduur, men eist tij vretende competities bij de verdeling van onderzoeksgelden. Alleen, kwaliteit laat zich maar beperkt dresseren. Onderwijs wordt gedelegeerd aan nieuwkomers. Van veel besteld onderzoek hoor je nooit meer.

Moeten de politiek en universitair verantwoordelijken dan maar stil zitten en afwachten waar professor Pi mee komt? Ja en Nee. Ondanks alle sturingsdromen van de laatste decennia  moeten zij terug naar de overtuiging dat mensen die na uitvoerige toetsing hoogleraar zijn geworden het beste  weten wat op hun vakgebied – ook internationaal - te doen staat.

Zonder dat basisvertrouwen blijft het trekken aan een bureaucratisch knock-out geslagen paard. Mét dat vertrouwen ontstaat ruimte om onderwijs én wetenschap terug te brengen naar hun fundamentele taken. Het opleiden van studenten tot het best mogelijke niveau van kennis, inzicht en vaardigheid. Het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek dat door de besten op hun gebied belangrijk wordt geacht.

Prachtig als zulk fundamenteel onderzoek binnen een half mensleven aantoonbaar maatschappelijk en economisch nut oplevert, maar het hoeft geen slecht of nutteloos onderzoek te zijn als dat niet het geval is. Veel onderzoeken die wel ‘nuttig’ zijn bouwen voort op wetenschappelijk onderzoek dat eerst ‘nutteloos’ leek.

Daarmee hoeven onderwijs en onderzoek geen sektarische hobby’s te worden. Integendeel. Als de opgefokte publicatie- en valorisatiedwang wordt losgelaten kan het geven van goed onderwijs weer net zo veel prestige krijgen als het doen van fundamenteel voorhoedeonderzoek.

Als de maatschappij, via de politieke besluitvormingsorganen, zich blijvend gek laat maken door een bedrijfsleven dat zelf te weinig investeert in onderzoek want opgejaagd door korte termijn denken uit het handboek aandeelhouderswaarde, dan resteert de hoop dat werkelijk belangrijk wetenschappelijk onderzoek wordt mogelijk gemaakt door serieuze rijken zonder een op eigenbelang gerichte agenda.

Ho, maar de brandbrief van de researchdirecteuren van het grote Nederlandse  bedrijfsleven, en de Lerende Economie van de WRR, die willen meer samenwerken, meer onderwijs en wetenschap ten bate van tastbare welvaart. Zeker. Durf een stap opzij te doen. Besef dat alleen een echt vrije, onorthodoxe universiteit blijvend bijzondere resultaten oplevert. Bedrijven die morgen resultaat willen moeten zelf een research lab opzetten.

Een echte universiteit is geen opleidingscentrum voor de macht en de mode van de dag. Waar anders bloeit het tegenwicht, het alternatief? De universiteit moet weer dé broedplaats worden van andersdenken. Op ieder gebied. Vreest niet, geen samenleving is slechter geworden van originaliteit.

email: opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes