Ik heb papier, dus ik besta

Papier vormde de geschiedenis: sinds de uitvinding ervan lag aan elke revolutie wel papier ten grondslag. Nu lezen we op het scherm, wat betekent dat? Het verhaal van een machtig en bescheiden medium.

Alles wat papier kan, kan het scherm ook, constateert sinoloog en journalist Alexander Monro, behalve eeuwig en onveranderlijk zijn.
Alles wat papier kan, kan het scherm ook, constateert sinoloog en journalist Alexander Monro, behalve eeuwig en onveranderlijk zijn. Foto Thinkstock

Het is in de zomer van 1521 en een man van in de veertig zit alleen in een kleine kamer in het Duitse kasteel Wartburg. Hij is eenzaam, depressief, seksueel gefrustreerd, heeft last van obstipatie en nachtmerries. Het enige dat hem rest is schrijven: hij vertaalt, schrijft brieven en aanklachten tegen de kerk. Het is dankzij het papier dat hij tot zijn beschikking heeft dat hij op het Europese continent even beroemd is als de paus. Sterker nog: dankzij het papier is hij de eerste man die een massamedia-beroemdheid is, schrijft sinoloog en journalist Alexander Monro in zijn boek The Paper Trail. Binnen een paar jaar waren zijn 95 stellingen in verschillende talen in Europa te verkrijgen geweest. Niemand zal er in slagen om een propagandaoorlog of massabeweging sterker te domineren dan Maarten Luther, zelfs Lenin, Mao Tse-Tung of Thomas Jefferson niet.

Niet het wiel was de belangrijkste uitvinding die de mensheid ooit heeft gedaan, maar het papier, stelt Monro in zijn fascinerende geschiedenis over de route die het papier heeft afgelegd. Het maakt niet uit of dat papier van linnen, hout of andere tot pulp te vermalen producten is gemaakt (voor papier wordt pas sinds 1802 hout gebruikt), want in alle gevallen is het makkelijk te beschrijven en te verspreiden. De wereldgeschiedenis vanuit één onderwerp benaderen, is een inmiddels zeer beproefde benadering – Monro’s boek past thuis in het mooie rijtje van geschiedenissenboeken verteld vanuit zout, kabeljauw, oesters, kruiden, kleur, zijde, peper of banaan. Maar aan deze geschiedenis is tegelijkertijd de ontwikkeling van de vrijheid van meningsuiting gekoppeld – waardoor het, meent Monro, de belangrijkste uitvinding ooit is.

Voordat er papier was, werd er uiteraard al geschreven op bamboe, zijde of papyrus – maar dat was kostbaar, moeilijker te beschrijven en duur waardoor het maar voor een beperkte groep beschikbaar was en er dus vooral verheven zaken op geschreven werden. Toen het woord papier voor het eerst opdook in schrift was het overigens om andere kwaliteiten dan we er nu aan zouden geven: ‘Wanneer het haar zonder redenen recht overeind komt te staan – wenkbrauwen of wimpers – dan is het bezeten door kwade geesten. Om dit op te lossen moet een schoen van hennep met papier gekookt worden en zal het kwaad uitgedreven worden’. Het is een dagboekfragment (op bamboe) van een onbekende Chinees in 217 v. Chr. in China. De man beschikte kennelijk al wel over enige medische kennis, maar wist duidelijk nog niet dat het natte, zachte goedje dat alleen maar even gedroogd hoefde te worden de wereldgeschiedenis zou gaan bepalen. Het spul zou revoluties gaan ontketenen, de haren juist laten rijzen bij menig gezaghebber. Zonder papier zouden vele omwentelingen nooit hebben plaatsgevonden en werelden nooit ontdekt en ingevuld zijn.

Bescheiden

Toch is papier altijd bescheiden gebleven, prijst Monro zijn object van onderzoek. Die bescheidenheid zal ook de reden zijn dat papier zo populair werd, domweg omdat het niet ontwikkeld was voor de elite, maar gebruikt werd door alleman – die er liefdeskrabbels of boodschappenlijstjes op kwijt kon. Niet voor niets ontwikkelde papier zich het snelst in de arme delen van China. Het is precies de democratiserende rol van het papier die Monro nu bedreigd ziet worden doordat het langzaam maar zeker aan betekenis inboet. Om te zien wat het voor de geschiedenis betekent wanneer papier geen kennisoverdragende rol meer speelt, wil hij eerst laten zien wat voor belangrijke omwentelingen het teweeg heeft gebracht.

Uiteraard begint hij in China, waar de ontwikkeling van papier niet alleen begon, maar waar de ontdekking ervan ook bepalend was voor het schrift, poëzie, handel, verhalen, onderwijs en godsdienstbeleving. Toen het papier vanuit China eerst Azië had veroverd, begon de wereldwijde opmars. Die ging vanuit de Arabische wereld naar Europa, waar Maarten Luther er een paar eeuwen later dankbaar gebruik van zou maken.

Is het dan niet de boekdrukkunst geweest die zijn stempel drukte op de omwenteling in Europa? Nee, stelt Monro: Luthers stellingen werden breed opgepikt omdat ze in eerste instantie werden overgeschreven en opgenomen in brieven en studentenexposés. De Renaissance had nooit kunnen plaatsvinden zonder papier en was in staat om alle vaste waarden die kerk en staat ontboden omver te werpen. Met Luther begon de papieren revolutie in Europa. In China, Japan, Korea had het papier ook omwentelingen gebracht in zowel kunstvormen als staatsvormen, maar dat was een geleidelijker proces geweest. In China leidde het papier dat makkelijker verkrijgbaar was niet direct tot een grotere populariteit van het lezen. Hetzelfde gold voor de Arabische wereld en aanvankelijk ook voor Europa – waar de Arabieren het papier in de 11e eeuw introduceerden. De impact van papier werd pas goed duidelijk tijdens de Reformatie. Ze zou leiden tot vrijheid van meningsuiting die het fundament vormden tijdens zowel de Franse Revolutie (1789) als de Amerikaanse Bill of Rights (1791).En deze twee data hebben de identiteit van het papier bepaald, aldus Monro.

Wat betekent het dus voor de geschiedenis, nu informatie steeds meer digitaal wordt? Wc-papier, behang, posters, etiketten: overal is papier, we zijn er nog steeds van afhankelijk al wordt het niet meer gebruikt voor revolutionaire doeleinden. De rol van papier veranderde al enigszins door radio en tv, maar het werd nog niet eerder zo bedreigd als nu. Monro komt daarna tot een merkwaardige conclusie: anders dan alle digitale mogelijkheden is papier het enige dat je écht kan bezitten, omdat je voor digitale boeken als medium een apparaat nodig hebt dat voor een deel buiten je controle valt. En bezit is volgens Monro nog steeds erg belangrijk: hij is er plaatsvervangend trots op wanneer hij in Londen loopt en ziet hoeveel mensen er kranten op straat lezen om geïnformeerd te worden. We willen kennis in de hand hebben.

Het is een ogenschijnlijk wat bescheiden conclusie van dit weidse en schitterende geschiedenisboek – dat overigens ook digitaal te verkrijgen is. Maar de implicaties gaan vrij ver. Papier heeft de vrijheid van meningsuiting mede bepaald – en die leidende rol lijkt het kwijt. Omwentelingen gaan nu via Twitter en Facebook en niet meer via papier – revoluties zijn dus niet onmogelijk geworden, maar ze lijken wel kortstondiger.

Natuurlijk, alles wat papier kan doen, kan het scherm in praktische zin ook: behalve eeuwig en onveranderlijk zijn. Dat zegt Monro zonder enige sentimentaliteit maar in volle overtuiging: het spoor van papier loopt nog niet dood.