Chips, olijven en een pijnlijk lesje

Een lesje nederigheid kregen de Spaanse campinggasten in Aranjuez. „We moeten Nederland dankbaar zijn.”

Oranje-fans op het Rotterdamse Stadhuisplein.
Oranje-fans op het Rotterdamse Stadhuisplein. Foto Robin Utrecht

Recht tegenover hen staan ze – getuige een rood-geel vlaggetje aan de scheerlijn. Schuin achter hen klinkt Spaans. De buurman die net naast hen parkeert heeft de E van España op zijn nummerbord. Het echtpaar Dijkman is op de camping in Aranjuez werkelijk omsingeld door Spanjaarden. „Maar dat vind ik toch alleen maar leuk”, zeggen ze twee uur voor aanvang van de WK-wedstrijd Spanje-Nederland. Een buurman zegt: „Al ligt er het natuurlijk wel aan hoe de wedstrijd verloopt, of het ook leuk blijft.”

19u00

Als de Nederlanders horen dat de campingbar de wedstrijd op televisie zal laten zien, besluiten ze daar te gaan kijken. „Veel gezelliger, toch.” Hun caravan heeft satellietschotel noch tv. Twintig meter verderop staat Rubén op zijn zoon en dochtertje te letten in de speeltuin. Net als zijn kinderen draagt hij het shirt van La Roja, zoals Spanjaarden hun nationale team in de volksmond noemen. Boven het bondslogo prijkt de gele ster die Spanje mag dragen sinds het in de WK-finale van 2010 Nederland versloeg. Rubén kan zich die laatste ontmoeting tussen beide landen, vanzelfsprekend, goed herinneren. „Het was een smerige wedstrijd, maar omdat hij voor ons goed afliep zal je mij er niet over horen.” Hij weet dat Nederland met een jonge, relatief onervaren ploeg speelt. Maar hij dicht Spanje geen enorme kansen toe: „Het is bijna hetzelfde team, maar wel vier jaar ouder. We zullen wel winnen. Maar met 2-1 ofzo. Niet met 4-0.”

20u05

De tafel is al gedekt bij twee Brabantse echtparen. Spanjaarden zullen pas na de wedstrijd eten. „Wij eten nu, want na de wedstrijd is het natuurlijk feest”, zegt een van de vrouwen, terwijl haar man nog bezig is oranje vlaggetjes op te hangen. Op het menu staat pasta met, speciaal voor vandaag, een oranje tomatensausje. Al is het eigenlijk best rood uitgepakt. „Niet gaan zeuren nu, hè?”

Hun caravan heeft televisie, maar er zijn problemen met het bereik van de schotel. „Dus we gaan in de kantine kijken. Daar hebben ze ons al een fles champagne beloofd bij gelijkspel of als Spanje wint. Als ik ze tenminste goed begrepen heb.”

Hun buren, Spanjaarden, hebben het idee omringd te zijn door Nederlanders. „Maar zij ook door ons. Niks aan de hand.” Zij eten wat lichts: chips, olijven en ingemaakte mosselen. „5-0, denk ik, voor ons.”

21u15

De campingbar en het aanpalende terras zitten inmiddels bomvol. Enkele Nederlanders laten nog pizza’s, hot-dogs en zwaardvisfilet aanrukken, terwijl het voor de Spanjaarden nog borreltijd is. Met alle rondlopende bediening – uitgedost in Spaanse voetbalshirtjes en met rood-gele schmink op de wangen – heeft Wil van Gool slecht zicht op de enige televisie. Hij is hier komen kijken omdat zijn schotel door een flinke bospartij geen bereik heeft. Liefst had hij namelijk de wedstrijd met Nederlands commentaar gevolgd.

„Als die eigenaar nou gewoon een groot scherm had opgehangen”, klaagt Van Gool tegen zijn Nederlandse buurman. „Had hij ook meer omzet kunnen draaien”, vult die aan. Een Spaanse vrouw voor hen heft de strijdkreet A por ellos (We pakken ze) aan. „Maar de entourage is hier natuurlijk wel fantastisch.” In steenkolenspaans maakt hij haar duidelijk dat Spanje met dos-uno gaat winnen. Zij geeft hem een high-five en zegt: „Nee, hoor, het wordt minstens 4-0.”

21u28

De eerste goal voor Spanje valt. Enkele Nederlanders slaan hun handen voor hun gezicht en vloeken binnensmonds. De Spanjaarden juichen, maar ook weer niet uitgelaten: het toernooi is pas net begonnen. Spanje won weliswaar de afgelopen drie eindtoernooien waaraan ze meededen. Maar daarvoor bakte het er weinig van. En het is bovenal een land van clubvoetbal. Pas bij de kwartfinales begint een toernooi zodoende echt te leven.

21u43

De gelijkmaker valt. Na de eerste treffer had Toni het volume van zijn boxen met het commentaar van de Spaanse zender Telecinco nóg een slagje harder gezet. Maar nu zakt de stemming even in. Zijn vrouw zet haar leunstoel demonstratief in de slaapstand en staat dan op om het avondeten op te gaan warmen. „Nu ja, we hebben nog een volle helft om het goed te maken.”

22u10

Als de 2-1 voor Nederland valt, worden sommige Oranje-fans al overmoedig. Of voelen de behoefte hun gastheren te troosten. „España, España”, scandeert een aangeschoten Duits-Limburgs echtpaar. Na de 3-1, de afgekeurde 3-2 en de 4-1 gaat het tempo waarin de drankjes worden besteld verder omhoog.

22u21

Toni heeft bij zijn caravan het geluid inmiddels nagenoeg gedempt. Zijn naaste buren, Spanjaarden, zijn minder terneergeslagen. „We moeten Nederland dankbaar zijn. Dit is een lesje in nederigheid, dat hebben we nodig om weer even scherp te worden. Vier jaar geleden verloren we ook onze eerste WK-wedstrijd, tegen Zwitserland. En kijk hoe ver we kwamen.” De 5-1 moet dan nog vallen.