Brandstapel

Dat de bewoners van Apeldoorn zo laconiek reageerden – om niet te zeggen onverschillig – op het nieuws dat ze de moordenaar van Pim Fortuyn voortaan bij de bakker kunnen tegenkomen – voor de breed uitgewaaierde media bleek het een regelrechte afknapper. Ontwrichting, opstand, volksgericht en eigenrichting, het was allemaal zo verlekkerd voorspeld dat het wel moest gebeuren – en nu zou er dagenlang geoogst kunnen worden, tot ver in het WK.

Eind vorig jaar al werd het melodrama opgestart. Van der G. werd verlof geweigerd vanwege „de grote maatschappelijke onrust” die dat zou veroorzaken. Aan dat vage begrip wilde niemand zijn vingers branden. De rechterlijke macht, maar ook de journalisten en cameramannen die de afgelopen dagen kwijlend de nieuwe buurt van Volkert afstruinden bleken een klassieke denkfout gemaakt te hebben – veel maatschappelijke onrust speelt zich in Nederland alleen af op televisie.

Wat te doen? Omdat de woede achterwege blijft, heet de reactie van de nieuwe buren van Van der G. nu ineens „kalm” en „rustig”. Het deed me denken aan de CNN-reporter die ik na de moord op Rajiv Ghandi begin jaren negentig in India tegenkwam. Hij en zijn ploeg waren afgereisd in de verwachting een land in chaos aan te treffen, maar overal ontmoette hij enkel rustige, onaangedane mensen. Met een van ernst vertrokken gezicht sprak hij dus maar tot de camera: „A nation too stunned to grief.”

Onverschilligheid is geen nieuws.

Uit de voxpopjes bleek dat de komst van Volkert van der G. niemand in Apeldoorn wat kan schelen zolang de buurtbarbecue maar niet door een kogelregen wordt verstoord. Gevreesd wordt enkel een op wraak beluste gek: „We hebben het nu goed met de buren en zitten met dit soort dagen graag met een wijntje bij de beek buiten. Dat willen we graag zo houden.”

Je moet uitkijken met voorspellingen, maar ik denk niet dat we nog veel over Volkert van der G. zullen horen. Hij is geschiedenis.

Is het een overwinning van de rechtsstaat, heeft het verstand het gewonnen van de emotie? John Berends, de burgemeester van Apeldoorn, wordt geprezen vanwege zijn trefzekere aanpak en glasheldere communicatie. Terecht, maar ik heb niet de indruk dat hij een uitslaande brand heeft moeten blussen. Er was veel rook, maar geen vuur. De meeste mensen laat het eenvoudig koud.

Van wie was de rook afkomstig? Al die loze opwinding rondom Volkert in Apeldoorn maakte opnieuw zichtbaar wat iedereen allang weet: dat zoveel „nieuws” dat zichzelf rechtvaardigt met „laten zien wat er speelt” en „dicht bij de mensen wil staan” geen idee heeft wat er speelt – en gewoon schandaal jagen is.

Het opstoken vingertje van verontwaardiging, het etaleren van erge mensen met erge meningen: al zappend zag ik vorige week hoe Johan Derksen aan tafel bij Knevel en Van den Brink de tot de islam bekeerde ex-PVV’er Arnoud van Doorn de mantel uitveegde. Even opende zich een afgrond van betekenisloosheid. Maatschappelijk stelt Van Doorn niets voor, zijn nieuwswaarde is nul – hij functioneert nog slechts aan de borreltafel in de studio. Op zich geen probleem, de Nederlandse televisie wordt bevolkt door mensen die hun aanwezigheid louter aan het scherm danken. Onverteerbaar is de schijn van maatschappelijke betekenis waarmee het geklets wordt gerechtvaardigd. Men doet alsof het gaat over „wat er speelt”.

Geen wonder dat wanneer men er een keer op uittrekt, de werkelijkheid er plotseling heel anders blijkt uit te zien.

De afgelopen veertien jaar – pak ’m beet – was het schema helder. Er was volk dat verteerd werd door onvrede en wrok – je hoefde maar even de juiste knop in te drukken of de woede golfde hoog op. De populaire journalistiek – en welke journalistiek wil tegenwoordig niet populair zijn? – raakte eraan verslaafd. Het ging meestal nergens over, maar het was „mooie televisie”.

In het geval van de nieuwe woonplaats Van der G. bleek het schema ineens niet meer te kloppen. De brandstapel wilde maar geen vlam vatten. De inwoners van Apeldoorn weigerden de hen toebedeelde rol te spelen – en ook de verantwoordelijke bestuurder bedankte voor de traditionele rol van elitaire paljas. En dus stond een heel regiment dat nieuws ziet als een self-fulfilling prophecy ineens met z’n mond vol tanden.

Of het een kentering is, weet ik niet. Een verademing is het wel.