Zijn wij nou zo vies of zijn zij zo preuts?

Het komt omdat ze in Amerika nooit Jiskefet hebben gezien. ‘Dit is een boek waarin iemand daadwerkelijk een naald in zijn eigen oogbal steekt. Het bloed, de pus en de pijn die volgen worden liefhebbend beschreven.’ Om nog maar te zwijgen van de schimmeltenen. Ja ja, schimmeltenen. In een roman! Bah, bah, driewerf bah! Helemaal te kwaad krijgt Janet Maslin van The New York Times het als ze een derde stukje uit Summer House With Swimming Pool van Herman Koch citeert: ‘filthy, worthless sperm that smells like a half-finished bottle of fermented dairy drink stuck at the back of the fridge and then forgotten.’ In het Engels klinkt het viezer omdat dairy zo’n smerig woord is.

Hier gaapt een diepe literaire kloof – al vindt de The New York Times die beeldspraak vast ook onaanvaardbaar plastisch. Zijn wij nou zo vies of zijn zij nou zo preuts? Gedistingeerder is de analyse in de Times Literary Supplement naar aanleiding van Bonita Avenue, waarin staat dat Buwalda en Koch ‘de hypocrisie van de middenklasse’ onderzoeken ‘in essentie psychologische thrillers’. Ook kraakt critica Claire Lowdown de vertaler voor het gebruik van ‘headless chicken’ voor ‘stuipende kip’, ‘which Buwalda was surely looking to avoid, given that the Dutch have the same expression (‘kip zonder kop’)’. Stuipend of niet: de lichaamssappen gutsen weer naar buiten.

Dat is wat wij zijn: middenklassers met overmatige belangstelling voor bodily parts and bodily functions. Dan zijn de Denen beter af, die ineens op de literaire kaart staan met een van de best verkopende dichters ter wereld: Yahya Hassan, de negentienjarige zoon van Palestijnse ouders die 100 duizend exemplaren verkocht van zijn debuutbundel. 100.000 exemplaren? Hoe lang zouden alle verzamelde Nederlandse dichters nodig hebben om samen 100.000 bundels te verkopen? Twee jaar? Al hebben die het voordeel dat ze veilig zonder beveiliging over straat kunnen, wat de dappere Deen niet gegeven is – zijn boek heeft radicale moslims en andere pathologische bangmakers boos gemaakt. Intussen kreeg Hassan bij Poetry International in Rotterdam slechts een rol in een bijprogramma aangeboden, waarop hij prompt voor het Crea-café in Amsterdam koos. Het argument van het festival: Hassan was laat en zo goed was zijn bundel ook weer niet. Poetry liet daarmee een anti-opportunisme zien dat zeldzaam is geworden. Want 100.000 Yahya-fans kunnen het dan wel mis hebben, de meeste organisatoren hadden een moord gedaan om ze in hun zaal te hebben. Op het festival klonk nu gewoon het ‘Kutgedicht’ van de oude Jules Deelder.

Laat The New York Times het niet horen. En de Deense fundamentalisten nog minder. Wat zij delen is het onvermogen om te lezen zonder ideologie. Laten er vooral plaatsen blijven waar bij literatuur onbekommerd gekeken wordt naar wat er staat. Want, kijk, er staat niet wat er staat.