Spijt? Erik Staal had niks gezien

De problemen van Vestia deden voormalig bestuurder Staal „pijn”. Maar zijn schuld was het niet, zei hij.

Erik Staal tegen de parlementaire enquêtecommissie: „Ik kan er niets aan doen dat er zo veel feiten zijn.”
Erik Staal tegen de parlementaire enquêtecommissie: „Ik kan er niets aan doen dat er zo veel feiten zijn.” Foto David van Dam

Spijt? „Dat vind ik een moeilijk begrip”, zei Erik Staal gisteren na een verhoor van vier uur door de parlementaire enquêtecommissie die de schandalen van woningcorporaties onderzoekt.

Het deed Staal wel „pijn, meer dan pijn” dat het grootste woningbedrijf van Nederland in 2012 bijna ten onder ging aan miljardenspeculatie met risicovolle rentecontracten (derivaten). En ja, hij begreep ook wel de ophef over de 3,5 miljoen euro bruto aan extra pensioen en loon die hij bij zijn vertrek meekreeg. „Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien. Ik wou dat ik dingen had kunnen zien, had gezien”, zei Staal. Maar spijt betuigde hij niet.

Met een mea culpa had Staal zichzelf ook in problemen kunnen brengen. Het nieuwe bestuur van Vestia stelt dat hij schuldig is aan wanbestuur en wil de 3,5 miljoen euro terugvorderen. Hij is aansprakelijk gesteld voor 2,1 miljard euro: het bedrag waarvoor de corporatie de derivaten in 2012 uiteindelijk afkocht bij banken.

Leugenaar

De houding van Staal bevestigt ook het beeld van de trotse, eigenwijze en taaie bestuurder die hij was. De commissie had de grootste moeite om bondige en heldere antwoorden uit hem te krijgen. Staal greep steeds terug op het verre verleden, kwam met technische verklaringen als om zijn persoonlijke mening werd gevraagd. „Ik kan er niets aan doen dat er zo veel feiten zijn”, zei hij Cruijffiaans.

De eerste die zijn geduld verloor was een bezoeker met strohoedje die Staal na een half uur luidkeels voor leugenaar uitmaakte. Hij werd verwijderd uit de zaal, stelde zich buiten op de stoep voor als Dick de Jong, oud-raadslid uit Den Haag, en ging toen maar een biertje pakken.

Commissie-voorzitter Ronald van Vliet was het na drie uur en twintig minuten zat om vragen steeds te moeten herhalen. „U draait er gewoon omheen, meneer Staal”, zei hij.

Volgens Staal had het hele drama voorkomen kunnen worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze stichting staat garant voor corporaties, zodat ze goedkope leningen kunnen krijgen. In 2011 daalde de rente door de eurocrisis en eisten de banken meer onderpand op de rentecontracten op. Tegelijkertijd sloegen de externe toezichthouders alarm over de ruim 23 miljard euro aan derivaten die Vestia had. Als het WSW tóén de borgstelling voor Vestia niet had gestaakt, had de corporatie gewoon door kunnen lenen en de banken kunnen betalen, zei Staal.

De commissie ging niet mee in het verhaal. Ze vroegen zich af of Staal echt niet had geweten dat zijn eigen kasbeheerder, Marcel de V., miljoenen aan provisies op de derivatencontracten kreeg doorgesluisd, zoals justitie denkt. En had Staal werkelijk nooit gehoord van de tussenpersoon met wie Marcel de V. samenwerkte, Arjan G. van het Larense adviesbureau Fifa Finance, die zichzelf uiteindelijk aangaf bij de politie? De Deutsche Bank stuurde Staal in 2005 namelijk al persoonlijk een brief, hield ondervrager Van Vliet hem voor. De bank schreef zich te verheugen op de samenwerking met Marcel de V. én beloofde netjes alle provisies aan Fifa te betalen.

„Ik heb die brief persoonlijk nooit gekregen”, was het simpele antwoord van Staal. Er belandde wel meer post bij andere afdelingen. En al die handtekeningen dan die Staal persoonlijk onder alle vierhonderd derivaten zette? „Het waren standaardcontracten”, zei hij. In het begin las hij ze nog wel, maar later niet meer.

Deloitte, de accountant van Vestia, die had toch zorgen over de derivaten en aangedrongen op onderzoek? Waarom werd het financieel statuut in 2011 dan zo aangepast dat Marcel de V. juist meer vrijheid kreeg? Staal had er geen duidelijk antwoord op, maar benadrukte wel dat Deloitte „uitvoerig onderzoek” had gedaan. „Dat rapport kennen wij ook”, zei Van Vliet. „Het is drie pagina’s.”

Voor vragen over zijn eigen verantwoordelijkheid had Staal een mantra klaar. Hij was in 2011 een paar maanden ernstig ziek geweest en kon niet weten wat Marcel de V. in die periode had uitgespookt. En iedereen, van toezichthouders en accountants tot banken en andere corporaties, zei jarenlang dat Vestia financieel en qua volkshuisvesting uitmuntend presteerde. Erik Staal, die treft geen blaam.