Cultuur

Lang lunchen en veel kletsen: zo doe je zaken met Spanje

ZOETERMEER - **ILLUSTRATIE** Landenvlag van Spanje. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT
ZOETERMEER - **ILLUSTRATIE** Landenvlag van Spanje. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT Foto ANP

Vandaag zijn we natuurlijk even tégen Spanje. Maar als de wedstrijd gespeeld is, en het WK voorbij, gaan de zaken gewoon verder. Wat zijn de do’s en don’ts van het zakendoen met Spanjaarden? Deel één van een korte serie.

Een broodje kaas met een glas melk. Dat kun je beter niet voorschotelen, aan je Spaanse zakenpartner. Denk groter: een restaurant, een fles wijn, uitgebreide lunch, met voor-, hoofd- en nagerecht.

“Alle clichés zijn waar”, zegt Rigtmar Brandenburg, over zakelijke cultuurverschillen tussen Spanje en Nederland. Brandenburg adviseert Nederlanders die voor zaken naar Spanje komen. “Nederlanders zijn opportunistisch, Spanjaarden terughoudender. Nederlanders komen direct ter zake, Spanjaarden willen iemand eerst beter leren kennen.” Dat laatste lukt niet in twintig minuten, met een kroket in de kantine. “De lunch is de basis van het vertrouwen.”

Geduld hebben, dus. Om half twee ‘s middags aan tafel, en eten en praten maar. Niet meteen de deal bespreken die je met het bedrijf hoopt te sluiten, maar praat eerst over voetbalclubs, familie of over het nieuwe Rijksmuseum.

Geduld ook, als een Spanjaard “mañana” zegt. “Dat moet je niet te letterlijk nemen”, zegt Nannette Ripmeester van Expertise in Labour Mobility. Ze geeft trainingen aan mensen die internationaal (willen gaan) werken. “Het staat voor een andere manier van werken. Spontaner, flexibeler. Niet met een strakke planning.” Het heeft geen zin om een plan er door heen te drukken, zegt ze. “Beslissingen hebben gewoon veel tijd nodig.”

En dat komt echt niet alleen door de lome middagen. Ripmeester: “Wij lachen misschien om de siësta, zij lachen om dat wij om zes uur aan de aardappels zitten.” Want: in Spanje is het vroeg beginnen, laat eindigen. “In Nederland neemt soms om vijf uur al de beveiliger, en niet het personeel de telefoon op”, zegt Ripmeester.

Dat beslissingen veel tijd nodig hebben, ligt eerder aan de hiërarchie. In Nederland is het niet ongewoon dat werknemers met de baas meepraten, of tegenspreken. In een team mag iedereen zijn mening geven. De top in een Spaans bedrijf is juist afstandelijker. En een baas waar alles tegen te zeggen is, is ongewoon.

Spaanse teams zijn meer als de stijl- Van Gaal, legt Ripmeester uit. “Dat is: prima, een team, als jullie maar gewoon doen wat ik zeg.”

Om wat voor zaken gaat het eigenlijk?