Harriet wordt Harry en Harry is heel boos

In De vlammende wereld, de zesde even erudiete als gelaagde roman van Siri Hustvedt, neemt een marginale kunstenares wraak op de nuffige kunstwereld in New York.

Tekening Paul van der Steen

Beeldend kunstenaar Harriet Burden heeft zich altijd goed gedragen. Als echtgenote van een kunsthandelaar, de 22 jaar oudere Felix Lord, was ze inschikkelijk, steunend en trouw. Ze was de eerst verantwoordelijke voor hun twee kinderen, dochter Maisie en zoon Ethan. Ze ontving en bediende Felix’ gasten en zakenrelaties en vergaf hem zijn onhandig verhulde avontuurtjes buiten de deur. Aan Felix’ zijde drong ze door tot het hart van Manhattans kunst-coterie – een boomlange, beetje vreemde ‘vrouw-van’. Dat haar eigen, van symboliek doordrenkte installaties vol levensechte wassen figuurtjes neerbuigend als ‘poppenhuizen’ werden weggezet, knutselkunst, ja, zelfs dat slikte ze.

Tot Felix opeens sterft. Hij zakt voorover aan de ontbijttafel, ‘met zijn voorhoofd op een stukje beboterde toast’, en Harriet is alleen. Ze is 55, en na de eerste, reddeloze maanden van rouw, vol nachtmerries en kotsbuien, ontwaakt er een nieuw mens in haar, een geslachtloos, krachtig alter ego. Harriet wordt Harry. En Harry is boos. Boos op ‘het kunstwereldje van Manhattan, die incestueuze, gefortuneerde, gonzende bubbel vol mensen die handelen in esthetische objets’. Boos op de critici, ‘randdebielen’ die hun brood verdienen met holle loftuitingen voor wie op dat moment maar ‘hot’ is, ‘de aanstormende kunstenaars met hun films en hun performances, hun pretentieuze geleuter en hun warrige theorieën’. Boos namens al die andere genegeerde en ten onrechte buiten de canon gehouden vrouwen in beeldende kunst, literatuur en wetenschap. Alles wat Harriet leest – en ze is net als haar schepster, auteur Siri Hustvedt (1955), een omnivoor, met behalve literaire ook wetenschappelijke belangstelling – sterkt haar in haar conclusie: de wereld is oneerlijk en seksistisch, en als ze nu niets doet, zal ze net als haar voorgangsters gemuilkorfd en anoniem eindigen.

Wraakplan

Van Felix’ erfenis koopt Harriet een pand in Brooklyn, groot genoeg om ook onderdak te bieden een paar typisch New Yorkse, creatieve klaplopers. Ze vindt in haar morsige, dichtende buurman Bruno een nieuwe minnaar, en in die veilige omgeving bedenkt ze een even ingenieus als riskant wraakplan. Ze zal alsnog een gevierd kunstenaar worden – als man. Niet door zich te verkleden of een schuilnaam à la George Eliot aan te nemen, maar door echte mannen als dekmantel te gebruiken.

Tot drie keer toe lukt het Harriet om , geheel volgens plan, critici te behagen met haar kunst, die nu veilig kan worden toegeschreven aan precies de juiste archetypes. In De vlammende wereld, Hustvedts zinderende, zesde roman, wordt bij monde van diverse betrokkenen gereconstrueerd hoe dat in zijn werk gaat. Het is een fictieve anthologie, samengesteld door ene professor Hess – dat klinkt saai, maar Hustvedt maakt er een regelrechte page turner van, even gelaagd als erudiet.

Hess snapt aanvankelijk weinig van de zaak-Burden. Als het klopt dat maar liefst drie solo-exposities in vier jaar tijd aan deze inmiddels overleden kunstenares moeten worden toegeschreven, waarom heeft ze dat dan nooit zelf bekendgemaakt? Waarom zwegen de participerende kunstenaars en bleven de critici blind?

Hess’ zoektocht voert hem onder meer naar Burdens kinderen, haar vriend Bruno en haar oudste vriendin, therapeute Rachel Briefman. Hij krijgt 24 notitieboeken van Burden in handen die de kern van de roman vormen, maar gelukkig voor de lezer is er tegenwicht en komen ook haar intimi aan het woord. Zo bouwt Hustvedt wat afstand in tot haar briljante, maar ook irritante hoofdpersoon: wat kan die vrouw krijsen en tieren. En wat is ze betweterig, hautain, egomaan. Maar juist als je gek van haar wordt en zeker weet dat ze overdrijft met dat anti-vrouwen-complot, knipt Hustvedt weg en laat ze een ander geluid horen. Van Rachel leren we meer over Harriets vader, een afstandelijke hoogleraar in de filosofie die zijn enige kind niet veel genegenheid toonde. Als puber vond Harriet zichzelf een monster, met haar lengte van 1.85 meter en onstuimige kroeshaar. En Felix – hoeveel geheime levens hield die er eigenlijk op na?

De drie kunstenaars die Burden als levende maskers gebruikt, worden door Hustvedt met duivels plezier neergezet. Je ziet ze voor je: de jonge, ‘hartverscheurend onnozele’ Anton Tish, een magere nitwit die dagdroomt over ‘post-warholiaanse werken’ maar voorlopig kan volstaan met een air van vage ‘cool’. De tweede: performancekunstenaar Phineas Q. Eldridge, homoseksueel kind van een blanke vader en een zwarte moeder, die travestie-acts opvoert in underground nachtclubs en met Harriet een speelse, plagerige vriendschap opbouwt.

Vrouwenversierder

Maar bij de derde gaat het mis. Rune is het prototype gladde, geslaagde kunstenaar – hij doet denken aan Jeff Koons en Damien Hirst. Lange, bronstige versierder, meester in het verleiden en manipuleren van zijn omgeving en producent van ‘kruizen’ in verschillende kleuren: Harriet herkent hem onmiddellijk als iemand die het spel dat ze zo veracht feilloos beheerst. Dat trekt haar aan, maar er gebeurt nog iets: ze raakt zelf van Rune onder de indruk. Harriet is gevleid als deze it-boy aandacht aan haar besteedt en ermee instemt om haar derde en laatste ‘masker’ te worden. Rune vindt het een goede grap; haar is het bloedernst. En hij bedriegt en verwoest haar.

Harriet eindigt als een gebroken mens. Ik ben hard geworden, noteert ze aan het eind van haar leven. Haar naasten kunnen haar niet voor zichzelf behoeden – hun liefde blijft voor Harriet van een lager orde dan erkenning van – ja, van wie? Gaat het echt om een anoniem ‘zij’, die incrowd waar ze zo op neerkijkt? Of gaat het om liefde van een veel intiemer soort, die de belangrijkste mannen uit haar leven haar hebben onthouden?