Economie

De economie van de slavenhandel

Foto HH

Een achttiende-eeuwse Amsterdamse koopman kijkt vanuit zijn grachtenpand naar het flikkerende water. Hij peinst. Zijn laatste zending koffie leverde teleurstellend weinig op. Zal hij de koffie inruilen voor de handel in mensen? Het is ver voor de officiële afschaffing van de slavenhandel in 1814, morgen precies tweehonderd jaar geleden. Wat waren de economische motieven voor zo’n man om in Afrika tot slaaf gemaakte mensen met z’n duizenden opeengepakt naar de Amerika’s te verschepen?

Volgens zijn tijdgenoten kon je er schatrijk van worden. Johan Maurits van Nassau, gouverneur-generaal van de Nederlandse kolonie in Brazilië, pochte dat hij jaarlijks twee miljoen gulden winst maakte op de verkoop van 15.000 slaven. Sommige directeuren van de West Indische Compagnie schatten de winst zelfs op zo’n zes miljoen gulden.

De potentiële opbrengsten waren inderdaad enorm, zeggen onderzoekers Karwan Fatah-Black (Universiteit Leiden) en Matthias van Rossum (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis). Van Rossum: “Er zijn winstmarges van 25 procent bekend.” Maar die hoge winsten waar zeventiende- en achttiende-eeuwse koopmannen van droomden werden in werkelijkheid zelden gehaald.

Slavenhandel kon veel geld opleveren

De slavenhandel was een extreem riskante bedrijfstak, zeggen de onderzoekers die zijn gespecialiseerd in de economie van de Nederlandse slavernij. Fatah-Black: “De slaven konden in opstand komen en dan was je je investering kwijt. En als een schip door ongunstige winden lang stillag, liep het sterftepercentage aan boord al gauw op tot 15 procent.”

Hoewel de inkoopprijs in Afrika veel lager lag dan de verkoopprijs in Amerika, zoals de grafiek hierboven laat zien, hadden handelaren hoge kosten, zoals de aankoop en het onderhoud van een schip, het salaris van de bemanning en belastingen. De winstpercentages lagen gemiddeld rond de 2 tot 3 procent. “Heel laag voor die tijd. Je kon beter in suiker of specerijen gaan.”

Een slaaf kostte een paar honderd gulden

Reconstructie van slavenprijzen van 1657 t/m 1810

Voor plantagehouders waren slaven een dure investering, vertelt Fatah-Black. “Ongeveer de helft van het bedrijfskapitaal ging eraan op. Planters sloten vaak hypotheken af in Amsterdam om de hoge kosten te dekken.”

Als leverancier van goedkope arbeid werkte de slavenhandel als katalysator voor de wereldeconomie. Maar op zichzelf was het een relatief kleine bedrijfstak. De totale opbrengst van de Nederlandse slavenhandel in de zeventiende en achttiende eeuw lag tussen de 63 en 79 miljoen gulden, berekenden de onderzoekers. Vertaald naar nu heeft Nederland er zo’n 700 miljoen euro aan verdiend. Dat is hoger dan voorheen door historici werd aangenomen, maar marginaal vergeleken bij de totale VOC-handel, die in één jaar makkelijk 300 miljoen gulden opleverde.

Honderdduizenden slaven zijn verscheept door Nederland

Volgens de meest betrouwbare schattingen verscheepten Europese handelaren zo’n 12,5 miljoen mensen naar de Amerika’s: de grootste gedwongen volksverhuizing uit de geschiedenis. Nederland had een relatief klein aandeel in deze tragedie. De Republiek zou volgens de meest gebruikte schatting verantwoordelijk zijn voor zo’n 550.00 ingescheepte slaven. Daarmee was Nederland de vijfde grootste slavenhandelaar na Portugal (5,8 miljoen), Groot-Brittannië (3,3 miljoen), Frankrijk (1,4 miljoen) en Spanje (1,1 miljoen).

Misschien trokken de Nederlandse koopmannen dezelfde conclusies als Fatah-Black en Van Rossum nu doen: je kon je geluk beter beproeven in een andere bedrijfstak.

Tekening: London Illustrated News en Harper’s Weekly