Schrijvers verdienen evenveel als zeventienjarige vakkenvullers

Foto ANP

De vaste boekenprijs is achterhaald en niet effectief, stelde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gisteren vast. Dat hebben we eerder gehoord. Voor- en tegenstanders van de vaste boekenprijs in Nederland kunnen elkaars argumenten, na een discussie die al decennia duurt, inmiddels dromen. Welles versus nietes.  Nieuw is hooguit de invloed van moderne media. Niet nieuw, maar wel in blijvend relevant, zijn de ontlezing en de teruglopende oplages.

Wat je als argument veel minder tegenkomt is waar het eigenlijk om zou moeten gaan: het verdienmodel van de schrijver. Een voorbeeld uit eigen kring, namelijk mijzelf. In 2007 publiceerde ik bij Meulenhoff een roman met de naam Drie. Het boek won het jaar daarop de Selexyz-prijs voor het beste literaire debuut en was een van de drie genomineerde boeken voor de  Anton Wachterprijs.

De gemiddelde prijs blijft gelijk

Binnengelopen? Neuh. De totale verdiensten voor de schrijver uit de oplage: zo’n vijfduizend euro. De tweede roman, Narcissus uit 2010, verkocht wat minder. (Dit is geen post-promotie, beide boeken zijn inmiddels uit oplage. Wel wordt op dit moment gewerkt aan een derde). Verdienste van Narcissus: 4.000 euro, en dan nog uit een voorschot dat vermoedelijk door de verkoop niet is goedgemaakt.

Blij met tweeduizend verkochte boeken

Kan een mens daarvan leven? Nee. Latere debuutwinnaars als Franca Treur en Peter Buwalda waren beduidend succesvoller. Maar dat vertekent. Verreweg de meeste literaire schrijvers en hun uitgevers knijpen in hun handen bij verkochte oplages van tweeduizend stuks. Daar verdient een schrijver nog geen 4.000 euro aan.

Niet iedereen schrijft even snel, maar je kunt er van uitgaan dat, als je de werkzaamheden per uur omslaat, snelle literaire schrijvers gemiddeld hooguit het uurloon verdienen van een zeventienjarige vakkenvuller bij de Albert Heijn (iets meer dan vijf euro bruto). Ploeteraars en preciezen gaan al snel in de richting van een textielarbeider uit Bangladesh.

Oplages dalen

En de oplages blijven dalen, evenals de inkomsten van de schrijver. Proza  komt al vaak in de buurt van wat vroeger poëzie was. Dat is onhoudbaar. Wie van het schrijven een beroep maakt, heeft al lang andere bezigheden. Lezingen, optredens, columns en andere werkzaamheden die voortvloeien uit het schrijverschap.

Het verdienmodel is in wezen omgekeerd. Promootte een schrijver vroeger met publieke optredens zijn of haar boek, nu begint het boek steeds meer te dienen als een motor voor wat vroeger nevenverdiensten heetten maar vaak al lang hoofdverdiensten zijn geworden.

Ook de omzet daalt

Waar kennen we dit van? Deze omkering is al langer geleden gemaakt in de muziekindustrie. Vroeger waren optredens van bands een manier om de elpees (en later cd’s) aan de man te brengen. Een noodzakelijke kostenpost, dus. Tegenwoordig wordt het geld verdiend met optredens, en zorgen de cd’s en clips voor bekendheid en vers materiaal om mee de bühne op te gaan.

Gemiddelde omzet per titel bijna gehalveerd

Waar brengt dit ons, vanuit het perspectief van de schrijver? Zijn of haar boek zal een zo groot mogelijke lezerskring moeten verwerven om, ironisch genoeg, de werkelijke verdiensten van het schrijverschap aan te jagen. Zo bezien is er eigenlijk meer belang bij een hoge omzet voor een lage prijs dan bij een lage omzet tegen een hoge prijs. En dat geldt het meeste voor debutanten of schrijvers die nog niet zo bekend zijn. Wellicht dat veel uitgevers er anders over blijven denken – en die hebben het ook niet makkelijk. Maar vanuit het perspectief van de literaire auteur is het loslaten van de vaste boekenprijs veel logischer dan je op het eerste gezicht zou denken.