Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Voorlezen? Daar krijg ik jeuk van

Deze week presenteert Dionne Stax een jaar het NOS Journaal. Ze denkt dat ze het inmiddels „wel aardig” doet. „Ik heb een gezond wantrouwen.”

Dionne Stax legt tijdens dit interview niet al haar kaarten op tafel, dan weet je dat alvast. Ze vertelt bijvoorbeeld niets over haar onzekerheden. En ook niet waar ze wel zeker over is. „Als ik dat zeg, kom ik gelijk arrogant over.” Nou vooruit, een tipje van de sluier dan: „Ik denk dat ik inmiddels wel aardig kan presenteren, beter dan een jaar geleden.”

Deze week presenteert Stax (29) het NOS Journaal één jaar. Eerder was ze binnenlandredacteur bij de NOS en presenteerde ze NOS op 3. Sindsdien is ze beter op haar woorden gaan letten. Op tv, maar ook in haar privéleven. Als nieuwspresentator moet je doseren wat je van jezelf laat zien, vindt ze. „Als ik nu iets raars zeg, bekijkt iedereen me morgenochtend met andere ogen.” Een presentator van het journaal moet objectiviteit uitstralen. „Ik kan mijn gedachten over dingen niet de hele tijd ventileren. Ik heb natuurlijk wel meningen. Maar het hoort niet bij een presentator van het journaal om die te laten zien.”

Mensen zijn juist meer meningen over haar gaan vormen sinds ze vaak op tv is. Dat merkte Stax al toen ze in 2012 NOS op 3 ging presenteren. „Ik wilde toch weten wat mensen over me dachten en zocht op Twitter weleens op mijn naam. Tweets gingen bijna altijd over mijn uiterlijk. Maar een paar over de inhoud.”

Wat werd er dan precies gezegd?

„Dat heb ik niet allemaal bijgehouden hoor.” Afgelopen week vonden twitteraars haar bijvoorbeeld ‘de knapste vrouw van de Nederlandse tv’, wilde iemand ‘graag koffie met haar drinken’ en zag ze er ‘lekker zomers uit’. „Op een gegeven moment vroeg ik me af of ik beter werd van het lezen van die reacties. Niet echt, was mijn conclusie. Dus ik ben ermee gestopt.”

Professioneel en bedachtzaam. Dat zijn woorden die te binnen schieten als je Stax hoort praten, ook als ze het NOS journaal presenteert. Daar herkent ze zich in. „Ik ben heel erg van de voorbereiding en zoek alles heel goed uit. Ik heb een gezond wantrouwen. Ik ben nieuwsgierig en vasthoudend. Misschien af en toe iets te, maar dat hoort bij het werk van een journalist.”

Ben je gevoelig voor commentaar van kijkers?

„Er kijken heel veel mensen naar de NOS en iedereen heeft er wel een mening over. Het is niet zo dat ik dat als een enorme druk ervaar, maar we zijn ons er allemaal heel erg van bewust dat je het goed moet doen.

„Kritiek is heel zichtbaar door Twitter en andere sociale media. Je kunt jezelf gemakkelijk even googelen om te zien wat men over je denkt. Nu klink ik net als een of ander oud wijf, maar vroeger – dan maar even oubollig – moesten mensen natuurlijk veel meer moeite doen om hun kritiek zichtbaar te maken. Nu is het één druk op de knop en je gooit het de hele wereld in. Ik denk dat sommige mensen zich niet realiseren dat iedereen het kan zien.”

Welke eigenschappen moet een presentator van het Journaal hebben?

„Je moet stressbestendig zijn, goed kunnen spreken en natuurlijk goed kunnen presenteren. Je moet ook echt interesse hebben in de actualiteit. Dat onderscheid je van andere presentatoren. Anders kun je net zo goed een spelshow presenteren. Je moet het doen omdat je een nieuwsjunk bent.”

Kun je het Journaal ook presenteren als je goed bent in voorlezen, maar niet om het nieuws geeft?

„Sommige presentatoren krijgen heel erg jeuk bij de term ‘voorlezen’. Ik ook steeds meer. Het klinkt denigrerend. Je probeert te vertellen wat er aan de hand is en ik denk dat je dat pas kunt als je ook echt weet wat er gebeurt. Je moet weten waar je het over hebt, anders kun je het niet overbrengen.

„Er kwam laatst iemand naar me toe en die zei: jeetje, jij hebt wel een fijne baan. Je komt binnen, gaat een beetje in de make-up, trekt kleren aan, gaat de studio in en dan kun je weer naar huis. Zo werkt het niet. Er komt veel meer bij kijken.’’

Wat dan?

„Als ik een ochtenddienst heb sta ik om 3.30 op en ben ik om 5.00 uur op de redactie in Hilversum. Dan tik ik snel het krantenoverzicht dat we in het Journaal hebben. Daar doe ik ongeveer een kwartier over. Ik overleg met de eindredacteur, die het Journaal heeft samengesteld. Als ik het niet eens ben met een onderwerp of de toon van de tekst, bespreken we dat. Vervolgens de make-up in, omkleden. Vanaf 6.30 presenteer ik ieder half uur een Journaal, tot negen uur. En dan om 10.00 uur en 11.00 uur nog een keer.

„Je moet goed kunnen improviseren. De aanslag op de marathon in Boston, ik zat toen nog bij NOS op 3, was vlak voor de uitzending. Dan moet je wel gewoon even rustig blijven. Je moet op een rijtje krijgen wat er aan de hand is en hoe je dat verwoordt. Dat was heel spannend. Na zo’n uitzending krijg je een enorme adrenalinekick. Dan voel je dat je écht bovenop het nieuws zit.”

Is het vreemd om een kick te krijgen van een uitzending over een aanslag?

„Het rare aan de journalistiek is dat als er iets ergs in de wereld gebeurt, jij moet knallen om het allemaal heel goed te doen. Dat is soms een beetje tegenstrijdig. Je hebt natuurlijk liever geen aanslag, maar als het dan toch gebeurt zijn wij er om het zo goed mogelijk te doen en er zo goed mogelijk over te vertellen.”

Waarom ben je journalist geworden?

„Ik heb communicatiewetenschappen gestudeerd en zou eerst de marketingkant op gaan. Het snelle campagnes bedenken en een beetje creatief bezig zijn, dat leek me leuk. Ik liep stage bij een reclamebureau toen ik ontdekte dat het toch niets voor mij was. Dan moest ik een product aanprijzen terwijl ik niet wist of ik het wel zo briljant vond. In de reclame moet je heel subjectief kunnen zijn. Dat wrong bij mij. Daarom ben ik de journalistiek in gegaan.”

Als presentator kun je je minder in onderwerpen vastbijten dan toen je nog binnenlandredacteur was. Vind je dat jammer?

„Af en toe wel. Omdat ik ervan houd om heel diep in de materie te duiken en alles uit te zoeken. Maar wat ik nu doe, is ook heel erg leuk. Je mag je heel breed oriënteren op alle onderwerpen. Verandering is onvermijdelijk als je een stap maakt. Soms moet je afscheid nemen van dingen die je ook heel leuk vindt.”

Waar moet nieuws aan voldoen?

„Nieuws is datgene wat opvalt of afwijkt. We discussiëren er wel vaak over. Sommige dingen zijn niet heel hard nieuws maar leuk om te laten zien. Zoals laatst dat hologram van Michael Jackson. Daar moesten we het even over hebben. Iemand zei: ‘Kom op, dat is leuk voor internet, maar voor tv toch niet.’ Je moet altijd over de inhoud van het nieuws blijven praten.”