De notaris hád ooit aanzien De mediator is nu gewild

Er zijn schandaaltjes en het salaris van notarissen daalt // Een juridisch beroep dat wél populair is, is dat van mediator // Partijen kunnen er met open vizier hun zegje doen

De notaris behoorde ooit samen met de dokter en de burgemeester tot de notabelen in dorp of stad. De notaris was door de koningin benoemd, had heel lang gestudeerd, was soms een beetje streng maar vooral het toonbeeld van onpartijdigheid. De notabelen zijn echter van hun sokkels gehaald.

In de vastgoedfraude rond het Bouwfonds liet ook een notaris zich fêteren door de vastgoedjongens en zo zijn er vaker notarissen geweest die hun plicht om fraude te herkennen verzaakten. Het imago van de notarissen is gedeukt. Er wordt sneller geklaagd. Erfgenamen die boos zijn omdat oma ze te weinig naliet, wijzen snel naar de notaris en spannen een tuchtzaak aan. Alsof dat allemaal niet genoeg is, kun je nu via de notarisservice van de Hema een testament of samenlevingscontract voor 125 euro bestellen. Wie wil er in deze omstandigheden nog notaris worden?

De notaris is niet alleen jurist, hij is ook ondernemer. Een zuchtende ondernemer, want sinds in 1999 de vaste tarieven zijn afgeschaft en de marktwerking ging gelden is de omzet van veel makelaars gedaald. Emeritus hoogleraar notarieel recht Martin Jan van Mourik: „Een goed jurist redt het niet altijd als ondernemer. Een notaris moet steeds meer gaan nadenken wat hij wel en niet doet. Dan krijg je wel het probleem dat niemand de dingen wil doen die slecht betalen. Steeds meer notarissen verdienen nu minder dan 50.000 euro per jaar. Dat is geen inkomen waar je warm voor loopt als je kijkt naar de aard van het werk en de verantwoordelijkheid die je draagt.”

De notaris komt in de knel door zijn ambtelijke taken. Officieel is de notaris een ambtsdrager, die trouw zweert aan de kroon. Voor de (ver)koop van een huis, voor een testament, een samenlevingscontract en een BV moet je naar de notaris die de akten opmaakt en registreert. Belangrijk is dat de notaris zijn klanten goed informeert over de beslissingen die ze nemen. Het ambtelijk karakter vereist onpartijdigheid en ook moet de notaris fraude herkennen. Volgens de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie wringt dit met de marktwerking. Woordvoerder Nora van Oostrom: „De politiek moet helder maken waar ze met het notariaat heen willen. Het ministerie van Justitie en het OM zijn blij dat de notarissen fraude signaleren, terwijl ze bij Economische Zaken alle economische barrières willen weghalen. De politiek wil steentjes uit de muur van het notariaat halen, maar welke muur willen ze overhouden? Wij snakken naar duidelijkheid van de politiek.”

Daling van 11 procent

Begin 2010 waren er nog zo’n 1.470 notarissen werkzaam in Nederland, in oktober 2013 waren dat er 1.353. In de afgelopen vier jaar daalde het aantal kandidaat-notarissen met 11 procent, het aantal notarissen daalde in die periode met 7 procent. Aan studenten notarieel recht geen gebrek, maar een klein deel daarvan wordt ook echt notaris. „Notariële opleidingen leiden de concurrenten van notarissen op”, betoogt Martin Jan van Mourik. „Veel studenten komen uiteindelijk in loondienst bij bijvoorbeeld een uitvaartorganisatie als Dela waar ze notarieel werk gaan doen. Na het volgen van de opleiding ben je breed inzetbaar.”

Juist dat was voor Celine Houwen, derdejaars notarieel recht in Groningen, reden om de studie te kiezen. „Je kunt ook studieonderdelen kiezen waarmee je de advocatuur in kunt. Zelf wil ik wel voor het notariaat kiezen, het ondernemingsrecht trekt me.” De negatieve berichten over het notariaat hebben de twintigjarige Houwen niet afgeschrikt. „Ik doe het omdat ik het leuk vind en omdat ik mensen via deskundig advies wil helpen. Over een paar jaar kunnen de omstandigheden in het vak weer anders zijn.”

Het duurt zeker tien jaar voordat iemand notaris is, na de studie notarieel recht volgt nog de beroepsopleiding notariaat en ten minste zes jaar praktijkervaring als kandidaat-notaris. Martin Jan van Mourik vreest voor een verdere sanering van het notariaat. „De terugloop is enorm, ook door de economische omstandigheden. Maatwerk wordt te duur. Maar juist de zwaarwegende zorgplicht van het notariaat gaat knellen wanneer je je er te makkelijk van afmaakt.”

Gemma Venhuizen

‘Een oliemannetje.” Zo omschrijft mediator Guido Bakker (40) van de organisatie Gecertificeerde Mediators zichzelf. Iemand die zorgt dat stroeve onderhandelingen soepel verlopen.

Een treffende term, want in mediation draait het tenslotte om de bemiddeling van conflicten. Conflicten op het werk, conflicten in de familie, conflicten in de liefde. Vooral die laatste categorie lijkt ervoor te zorgen dat mediation de laatste jaren snel in populariteit is gestegen. Vroeger geloofden we nog in eeuwigdurende liefde, in onvoorwaardelijke trouw. Maar tegenwoordig mondt één op de drie huwelijken uit in een echtscheiding. Per jaar zijn dat er ruim 30.000. Steeds vaker maken echtparen in die situatie gebruik van mediation. Bakker: „In de vier jaar dat ik in dit vakgebied werk, heb ik gemerkt dat mediation steeds normaler wordt en de behoefte groeit.” Ook bij arbeidsconflicten wordt volgens hem vaker een mediator ingeschakeld. Daan de Snoo, secretaris van de Mediatorsfederatie Nederland (MfN) bevestigt dat beeld. „Onder andere door de toenemende media-aandacht is mediation de laatste jaren veel bekender geworden. In Nederland heeft zo’n 50 procent van de mediations met familiezaken te maken. Echtscheidingen dus, maar ook erfenissen. 30 procent is arbeidsgerelateerd. De overige 20 procent draait om bijvoorbeeld burgerlijke geschillen.” Hoeveel mediationzaken er jaarlijks zijn houdt het MfN niet officieel bij, maar op basis van onderzoeken schat De Snoo dat het aantal per jaar ruim boven de 50.000 ligt.

Ook vanuit de politiek komt er steeds meer aandacht voor het beroep van mediator. De VVD heeft afgelopen najaar zelfs een wetsvoorstel ingediend dat mediation vastlegt als volwaardig alternatief voor een gang naar de rechter. Bakker: „Vanuit zakelijk perspectief is dat goed voor ons, maar daardoor komt wel het vrijwillige karakter van mediation in het gedrang. Er moet wel enige bereidheid zijn vanuit de deelnemende cliënten.”

Bij mediation gaan twee partijen immers op vrijwillige basis met elkaar in gesprek om een conflict op te lossen. De mediator vormt de neutrale, derde partij die geen oordeel velt, maar de communicatie vergemakkelijkt. Bakker: „Mediation is vrijblijvend, vrijwillig en vertrouwelijk. Waar er bij rechtszaken al gauw sprake is van juridisch getouwtrek, kunnen partijen bij mediation met open vizier hun zegje doen. In echtscheidingszaken zie je dat het in negen van de tien gevallen om erkenning draait. Beide partners willen gehoord worden en mediation biedt daar de ruimte voor. Eigenlijk draait het vooral om communicatie. De juiste vragen stellen, op het goede moment iets op de goede manier samenvatten.”

Strengere eisen

Sinds begin 2012 is een speciale opleiding nodig om als ‘registermediator’ te mogen werken: alleen dan word je vermeld in het kwaliteitsregister van de Nederlandse Mediatorsfederatie. Met dat register is iets opvallends aan de hand. Het recentste jaarrapport van de MfN, van twee jaar geleden, laat zien dat het aantal geregistreerde mediators tussen 2010 en 2012 afnam van 4.600 tot 2.500. Inmiddels staan er 2.800 mediators ingeschreven. Dat lijkt tegenstrijdig met de bewering dat het beroep mediator steeds populairder wordt. Maar volgens het rapport heeft de afname te maken met de verplichtstelling van de opleiding: er worden aan mediators strengere eisen gesteld. Bakker: „Tussen die 4.600 zaten ook veel mensen die zich mediator noemden, maar hooguit één zaak per jaar behandelden.”

Zelf heeft hij in vier jaar ruim driehonderd zaken behandeld. Volgens de nieuwe vereisten van de MfN moet je een minimum van negen zaken in drie jaar hebben, en je moet de geaccrediteerde mediatorsopleiding (inclusief theorie- en praktijkexamen) met succes hebben afgelegd. De Snoo: „We leggen het verplichte aantal mediations nog niet al te hoog, omdat veel mediators ook nog een ander beroep uitoefenen. Een kwart van de geregistreerde mediators is advocaat of rechter. Zo’n juridische achtergrond is vooral handig in echtscheidingszaken. Maar er zijn bijvoorbeeld ook ingenieurs ingeschreven bij de federatie. Die treden vaak op als mediator bij geschillen in de bouw.”

Naast de ‘gewone’ mediator wordt ook de rechtbankmediator steeds populairder. Die werkt op locatie: hij zit klaar in een kamertje in de rechtbank. Bakker: „De rechter weet dat zo iemand beschikbaar is en kan er in sommige zaken voor kiezen mensen te adviseren naar de mediator te gaan in plaats van een uitspraak te doen. Het kan voorkomen dat er dan in een zaak die zich al jaren voortsleept, opeens binnen een half uur een doorbraak plaatsvindt.” De Snoo: „Mensen die voor mediation kiezen, willen ook echt graag een oplossing vinden. Daarom verloopt het proces vaak snel. Een extra voordeel is dat ze hun eigen oplossing aandragen. Dat werkt vaak beter dan een van hoger hand opgelegde oplossing. Soms zien mensen aanvankelijk niets in mediation, maar als de rechter ze dan voor de keus stelt – of een bindende uitspraak, of naar de mediator – dan kiezen ze toch voor de tweede optie.”