Falstaff, berooide veelvraat die harten steelt

Verdi’s laatste en moeilijkste opera kreeg met de vrolijke en vileine Italiaanse bariton Ambrogio Maestri een opwindende uitvoering.

Ambrogio Maestri als Sir John Falstaff (in grijze doos) in Verdi's Falstaff bij de Nationale Opera Foto BAUS

Uiteindelijk kun je slechts bewondering hebben voor John Falstaff. Ja, hij is een dikke oude man zonder moraal, die zichzelf bloedserieus neemt tot grote hilariteit van de anderen. Maar hij vormt wel het zout in de pap, zoals hij zijn plaaggeesten aan het slot van Verdi’s Falstaff fijntjes mededeelt. Tot het laatst blijft hij trouw aan zichzelf en zijn buik („mijn koninkrijk”).

Zaterdag ging deze meest opmerkelijke Verdi-opera met grote bijval in première bij de Nationale Opera en het Holland Festival. De bijna 80-jarige Verdi, net als Falstaff in een „appetijtelijke nazomer”, maakte van zijn laatste opera een zeldzame échte operakomedie. Met dank aan het briljante libretto van Arrigo Boito werd Falstaff bovenal een ode aan de Italiaanse taal. In rap tempo hoor je de losjes op Shakespeare gebaseerde woordgrapjes, waarbij Verdi en Boito zich verlustigen in frasen als „pizzica, pizzica, suzzica, spizzica”, uiteraard begeleid door prikkende pluknoten (pizzicato).

Maar dat maakt een overtuigende uitvoering van Falstaff des te lastiger. Want hoe breng je dramatische gelaagdheid aan bij een opera waarvan de titelheld zelf nauwelijks tragische diepgang heeft? Hoe eer je de komische kwaliteiten zonder in meligheid te verzanden? En probeer daarbij de vele ritmisch virtuoze ensembles ook nog maar in goede banen te houden.

De Canadees Robert Carsen weet zijn regie effectief te timen op de ironische muziek, en daar bovendien nog een laagje maatschappijkritiek aan toe te voegen. Het relatief conservatieve toneelbeeld – de productie is ook vertoond voor het behoudende publiek van New York en Londen – verplaatst de handeling naar het Engeland van de jaren vijftig. We zien een viezige Falstaff de krant lezen in een groot bed in een chique hotel vol bruin hout: de berooide veelvraat die een upperclass-verleden hooghoudt.

Dat levert mooie contrasten op, bijvoorbeeld met zijn goed geklede, omhooggevallen rivaal Ford (een voortreffelijke Massimo Cavalletti met rollende r’s). Intrigerend is het verscherpte contrast tussen de mannen – in traditioneel pak en met bolhoed – en de vrouwen in kleurrijke ‘New Look’-jurken.

Alice Ford en Meg Page ontvangen een identieke liefdesbrief van Falstaff en zinnen op wraak. Die wordt hier uitgevoerd in een buitenissige keuken vol zoete kleuren, waarin het Engelse jachtkostuum van Falstaff volledig detoneert. Wanneer een groep mannen onder leiding van de jaloerse Ford deze keuken overhoop haalt, is dat een hoogtepunt van slapstick met een ondertoon van mannelijke agressie.

Robert Carsen blinkt uit in details. Zelfs de schijnbare regiegimmick van het echte paard, waarmee de verraden Falstaff in de laatste akte een stal moet delen, is zorgvuldig voorbereid: het chique hotel hangt vol met statige paardenschilderijen, de keuken in de tweede akte bevat kitscherige paardenbeeldjes als symbool van een nieuwe tijd.

Net zo gedetailleerd is de personenregie, die de zangers helpt om tot in de kleinste rol overtuigende personages neer te zetten. Voorop gaat de – qua stem – lichte bariton Ambrogio Maestri, die geen vetpak nodig heeft om een bourgondische Falstaff te zijn, vrolijk of vilein maar altijd charismatisch en imposant. Sopraan Fiorenza Cedolins maakt van Alice een overtuigende spelverdeler. Lisette Oropesa, als jonge bakvis Nannetta uithuilend bij een bak ijs, klinkt puur en zuiver. In de verkleedscène in het bos is ze een engelachtige Feeënkoningin.

Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft in de bak een nederige rol – hier geen Wagneriaanse climaxen. Maar dirigent Daniele Gatti vangt de geest mooi in sluipende loopjes en opwindende ritmiek, al heeft zelfs de technisch begaafde Italiaan geen perfecte controle over Verdi’s doldwaze groepsscènes. Talloos zijn toch de volmaakte momenten: neem Falstaff die na een glas wijn weer triomfantelijk opkrabbelt uit het hooi, terwijl het orkest het zegenende effect van alcohol uitdrukt in een blozend crescendo.

    • Floris Don