Eritrea, wat een tópdictatuur MINI WK-SPECIAL Kijk op het uitneembare wedstrijdschema wanneer ik win! pagina 12-13

Eritrese vluchtelingen zouden ons land overspoelen // Maar in de media vertellen Eritreeërs juist dat alles koek en ei is in hun straatarme geboorteland // Waarom zeggen ze dat?

foto rink hof / hollandse hoogte

Op 14 mei sloeg staatssecretaris Fred Teeven ‘alarm’ in het tv-programma Een op Een. Hij had net de cijfers binnengekregen, zei hij: waar er in heel 2013 980 Eritrese vluchtelingen naar Nederland kwamen, waren het er in de maand april van dit jaar al meer dan duizend.

Met de ‘tsunami aan Eritreeërs’ kwam ook een stroom aan Eritrea-artikelen op gang. Vrijwel alle media regelden een interview met ‘een Eritreeër’ of een Eritrea-expert.

Alleen al in de geschreven media nam het aantal artikelen over Eritreeërs toe van 11 in heel 2013, naar 98 in de maand mei, blijkt uit krantenarchief LexisNexis. Ook tv-zenders deden mee: de zoekopdracht ‘Eritrea’ in het archief van Beeld en Geluid levert 31 hits op uit mei 2014 – tegenover 9 in 2013.

Zelfs PowNews besteedde aandacht aan de Eritrese vluchtelingen. Rutger reisde met staatssecretaris „Fredje Teeven” mee naar Hazeldonk om te checken of vluchtelingen daar stiekem de grens oversteken. Resultaat: veel aanhoudingen van ‘gekleurde’ Nederlanders. Rutger met zijn roze microfoon in een touringcar („Zijn hier nog illegaaltjes?”).

Wie de publicaties over Eritrea naast elkaar legt, ziet dat een paar Eritreeërs steeds weer opduiken. Het Parool interviewde Masfen Worku (28), Meseret Bahlbi (27) en Eden Weldai (29). Meseret Bahlbi had uitgebreid contact met Nu.nl. Eden Weldai sprak met AT5. Bahlbi en Weldai schoven, samen met Biniam Daniel (41), aan bij het radioprogramma Dichtbij Nederland.

Samen nuanceerden ze het beeld van Eritrea. De Eritreeërs die nu naar Nederland komen, zijn geen politieke vluchtelingen, maar simpelweg op zoek naar een beter leven in Europa, aldus Meseret Bahlbi tegen Nu.nl. ‘Vrees voor vervolging is volgens Bahlbi niet iets dat leeft onder de Eritrese bevolking.’

Tegen Het Parool: ‘Ik merk dat Eritrea wordt afgeschilderd als een soort Noord-Korea. Dat is te eenzijdig, uit ervaring kan ik vertellen dat veel verhalen niet kloppen. Zo kun je het land gewoon in en uit, ik ben er de afgelopen jaren vier keer geweest, waaronder voor een stage van een half jaar bij een bank.’ […] ‘Dienstplicht is niet nodig als er meer rust zou zijn in de regio.’

Eden Weldai: ‘Het is onterecht dat Eritrea wordt gezien als een duivel en wordt vergeleken met Noord-Korea. Ja, er is dienstplicht, maar scholing is er ook gratis.’

Tegen AT5 vertelt Weldai dat niet alleen Eritreeërs naar Nederland komen, maar ook Ethiopiërs die doen alsof ze Eritreeërs zijn.

De onderliggende boodschap: er is weliswaar armoede in Eritrea, maar met het regime is niets mis. Het enige minpuntje – de lange dienstplicht – is er alleen omdat het Westen die agressieve Ethiopiërs niet terugfluit.

Fuck Isaias

Voor de duidelijkheid: er is wel degelijk wat mis met het bewind in Eritrea. Het land staat helemaal onderaan op de Persvrijheidsranglijst van Reporters without Borders. Onder Noord-Korea. De regering heeft alle buitenlandse media verboden, net als alle private kranten, radio- en televisiezenders. Voor zover bekend zitten er 28 journalisten in de gevangenis. 7 journalisten zijn in hun cel overleden.

„De rechteloosheid van burgers is in Eritrea een groot probleem”, zegt Jan Abbink, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Net als grof machtsmisbruik door de autoriteiten. Volgens vrijwel alle mensenrechtenorganisaties is Eritrea een van de landen ter wereld waar mensenrechten het vaakst worden geschonden.”

De invloed van het Eritrese regime reikt tot in Nederland. Eritrese Nederlanders zouden 2 procent van hun inkomen moeten afdragen aan Eritrea. Volgens een rapport van de VN gaat de heffing vaak gepaard met intimidatie, bedreiging en dwang. Ook worden er in het buitenland ‘Verenigingen van Eritreeërs’ opgericht om de belangen van het regime te waarborgen.

Eritrese Nederlanders uit Amersfoort die een onafhankelijke organisatie wilden oprichten, maakten bij de burgemeester melding van incidenten met aanhangers van het Eritrese regime. En er zijn meer „signalen dat activiteiten tegen het Eritrese regime worden gedwarsboomd door pro-regimeaanhangers in Nederland”, zei toenmalig minister Rosenthal in oktober 2012. Even daarvoor was een Eritreeër die op een Eritrees festival in Rotterdam ‘fuck Isaias’ riep bewusteloos geslagen door een groep mannen. Isaias Afewerki is de president van Eritrea.

Ze spreken namens het regime

Mocht het kwartje nog niet zijn gevallen: de eerder genoemde Eden Weldai en Meseret Bahlbi poetsten de afgelopen weken het imago van het Eritrese regime op. Ze spraken namens de Eritrese Vereniging Amsterdam en Omgeving (EVAO).

Op de Facebook-pagina van de EVAO is duidelijk te lezen hoe actief is gepoogd om het beeld van Eritrea te beïnvloeden. ‘Hou alle media de gaten. Komende dagen zal een tegengeluid te horen zijn. Vandaag een start met Het Parool’, zo wordt gepost op 21 mei. Vijf dagen later: ‘Na lange gesprekken met NU.NL hebben ze vandaag het belangrijkste stuk over Eritrea aangepast.’

Alleen bij Dichtbij Nederland werden Weldai en Bahlbi stevig aan de tand gevoeld. Daar zaten ze overigens namens het landelijk Eritrees Platform Nederland, een organisatie die – op de webpagina van Dichtbij Nederland na – nul hits heeft op Google.

Bahlbi gaf tijdens het radio-interview toe dat hij lid is van de jongerenafdeling van de enige politieke partij in Eritrea. Leden van de Eritrese gemeenschap in Nederland mailden na de uitzending dat ook Weldai en Daniel lid zijn van de YPFDJ, de jongerenafdeling van de Eritrese regeringspartij. Bahlbi zou zelfs voorzitter zijn. Na de uitzending postte EVAO op Facebook: ‘Gisteren avond/nacht te gast geweest bij Radio5. Een journalist die niet hoorde wat ze wilde horen, maar flink in probeerde te spelen op schuldgevoel. More to come!’

De Eritrese journalist Habtom Yohannes is boos over de uitspraken van Weldai en Bahbli. „Hun families kregen in Nederland asiel omdat ze politieke vluchtelingen waren. Nu hun landgenoten vluchten, schilderen zij hen af als gelukszoekers.” Yohannes stuurt een foto mee van de 23ste viering van de Eritrese onafhankelijkheid in Rijswijk. Weldai en Bahlbi poseren in militaire uniforms met nep-Kalasjnikovs. Op de Facebook-pagina van Eritrean Festival Nederland zijn meer foto’s te zien.

Als we de foto’s voorleggen aan Patrick Cammaert, in het jaar 2000 Force Commander van de VN-vredesmissie in Ethiopië en Eritrea, herkent hij de kledij van de „vrijheidsstrijders tijdens de struggle”, met als in het oog springend onderdeel de zwarte plastic sandalen. „Er is in Asmara zelfs een groot standbeeld van die sandaal.” Meron Estefanos, bekend van de documentaire Sound of Torture over Eritrese vluchtelingen, zegt zeker te weten dat de outfits geleverd zijn door het regime.

„Weldai en Bahlbi vechten een andere oorlog uit”, zegt een Nederlandse Eritreeër die anoniem wil blijven, maar wiens identiteit bij de redactie bekend is. „Weldai is geboren in Nederland, Bahlbi is jong hiernaartoe gekomen. Hun ouders vluchtten vanwege de strijd met Ethiopië. Zij hebben de onderdrukking die volgde niet meegemaakt, daarom is Ethiopië voor hen de enige echte vijand.” Eenzelfde indruk heeft hoogleraar Abbink. „Dertig jaar hebben Eritreeërs gestreden voor onafhankelijkheid. Daardoor heerst nog altijd de gedachte: wie kritiek levert op het regime, speelt Ethiopië in de kaart.”

Dat is niet zo, zegt de vereniging

De Eritrese Vereniging Amsterdam en Omgeving ontkent dat er een link is met het regime in Eritrea. „Er komen inderdaad veel aanhangers van het regime bij ons over de vloer”, zegt Tewelde Bahta, jurist en voorzitter van de Vereniging. „Maar dat komt omdat er in Amsterdam veel aanhangers van het regime wonen. Een paar jaar geleden had de Vereniging een grote schuld. Als we bij het regime hoorden, dan hadden die ons toch wel geld gestuurd?”

Bahta zegt dat EVAO echt geen politieke stichting is. „Als je dat opschrijft, dan raken wij onze subsidie kwijt. Ons doel is om in Nederland een hechte Eritrese gemeenschap te faciliteren.” Bahta wijst met de beschuldigende vinger naar de oppositie. Tegenstanders van het regime hebben sinds kort een eigen vereniging in Amsterdam. „Die is wel heel politiek. Door ons in een negatief daglicht te stellen, proberen ze onze leden af te pakken.”

Meseret Bahlbi en Eden Weldai zijn inderdaad lid van de jongerenpartij YPFDJ, maar dat heeft volgens Bahlbi niets met het regime te maken. „Wij zien het als een jongerenpartij die ervoor zorgt dat jongeren hier met Eritrea in contact blijven. Ik ben er trots op dat ik lid ben.”

Hij vindt het jammer dat de media de afgelopen weken focusten op de vluchtverhalen van Eritreeërs en niet op hun vluchtredenen. Daarom zocht hij de media op. „De constante invallen van Ethiopië brengen zo’n angst teweeg bij de jongeren. Daarom komen ze naar Nederland.” Dat Bahlbi hiermee de media benadert, is volgens hem omdat hij „de taal en de weg kent in Nederland”. Het heeft niets te maken met zijn lidmaatschap van de jongerenpartij, zegt hij.

Andere Eritreeërs durven niet naar buiten te treden. De angst voor het regime zit diep, zegt de Eritrese Nederlander die anoniem wil blijven. „Zelfs degenen die uit de Vereniging stappen, durven zich niet uit te spreken. Als je dat doet worden namelijk alle banden met Eritrea doorgesneden. Je kunt je familie daar nooit meer opzoeken. Je bent niet meer welkom op feestjes hier. Je moet heel sterk in je schoenen staan, voordat je die stap zet.”

Naschrift (7 juni 2014): In een eerdere versie van dit artikel kon onbedoeld de suggestie ontstaan dat Tewelde Bahta lid is van de jongerenpartij YPFDJ. Dat is niet het geval.