En nu nog even naar de Jumbo

Ernst-Jan Beukers begeleidt de Zuid-Afrikaanse hockeyers in Den Haag // Hij doet boodschappen voor de spelers // En zijn vrouw wast de shirtjes van de ploeg

De shirts van het Zuid-Afrikaanse team, in de tuin bij Ernst-Jan Beukers.
De shirts van het Zuid-Afrikaanse team, in de tuin bij Ernst-Jan Beukers. foto Ernst-Jan Beukers

Zijn vrouw doet de was voor de mannen. Een paar keer per week kleurt de achtertuin van hun huis in Leidschendam geel. „Als ze de was in het hotel doen, kost het vijf euro per setje”, zegt Ernst-Jan Beukers. „En dat twee weken lang, iedere dag, voor 18 man. Een vermogen. Tel maar uit.”

550 vrijwilligers zijn er dagelijks op het WK hockey in Den Haag in de weer, en Beukers (53) is één van hen. Hij begeleidt het mannenteam van Zuid-Afrika. Als ‘teamadjudant’, of kortweg: ‘TA’, is hij tijdens het toernooi verantwoordelijk voor het contact tussen de ploeg en de organisatie. Hij is het eerste aanspreekpunt voor de manager van het team en zorgt ervoor dat de spelers niets tekort komen.

Hij heeft iets met Zuid-Afrika, vertelt hij in de auto tijdens een van de vele ritten van het hockeyveld naar zijn woonplaats. Hij hockeyde zelf in Zuid-Afrika en zijn vrouw is er geboren. Toen de teams een paar maanden geleden verdeeld werden, hoefde hij niet lang na te denken welk land zijn voorkeur had.

Mannen én vrouwen in Den Haag

Het is pas de tweede keer dat de wereldkampioenschappen hockey voor mannen en vrouwen tegelijk worden gehouden. De andere keer was in 1998, in Utrecht. Twaalf heren- en twaalf vrouwenteams verblijven op dit moment in Den Haag, in totaal 432 spelers. Ze slapen met hun coaches, trainers, managers en fysiotherapeuten verspreid over vijf hotels in de stad. En dat vergt aardig wat logistiek.

Het vervoer naar de wedstrijden is geregeld. Dat gaat volgens voorschriften van de FIH, de internationale hockeybond. Daarin staat bijvoorbeeld dat de teams in aparte bussen moeten, ook als ze vanuit hetzelfde hotel vertrekken, legt Beukers uit. „Maar de jongens moeten ook trainen. Daarvoor ben ik. Ik bel eerst de vertegenwoordiger van de vereniging. Die kijkt dan op z’n overzicht en zegt: geen probleem, ik zet je erop. Vervolgens bel ik het transport office. Dat zorgt dat er drie busjes en een auto komen. Die auto, dat is omdat je met 26 man net niet in drie busjes past.”

Tijdens de eerste training van het Zuid-Afrikaanse team, zo’n twee weken geleden, ging het al een beetje mis. „Hun trainingspakken zijn anders dan wat wij gewend zijn, van dat hele dunne spul. En ze hebben van die mouwloze shirtjes. Dus toen ze na de training lang op de bus moesten wachten kregen ze het ontzettend koud. Toen heb ik snel dekentjes geregeld.”

Alle teams hebben een eigen trainingslocatie. De mannen van Zuid-Afrika trainen op HBS Craeyenhout, met 611 leden de kleinste Haagse hockeyclub. De clubs zijn flexibel in het ontvangen van de teams, zegt Beukers. „Ze doen het met liefde. Ze hebben ook allemaal een veld gekregen, het officiële kunstgras van het WK.”

Het toernooi is inmiddels over de helft. Het duurt officieel twee weken, maar voor een ‘TA’ bijna drie. Sinds 27 mei staan de teams namelijk onder de verantwoordelijkheid van de organisatie en dus van een begeleider. Beukers: „Je moet twentyfour seven standby staan.”

Beukers legt veel eer in zijn klus. „Deze jongens hebben niet zoveel geld als het Nederlandse team of het Duitse. Ze hebben wel een sponsor, maar het is geen vetpot. Dus wat doe je als je hoort dat ze iets nodig hebben? Dan ga je naar de Jumbo en haal je een paar tassen met boodschappen.”