Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Politiek

Eikel

‘Mijn vader wordt naar het verzorgingstehuis van mijn moeder gereden door een… (slik) Marokkaan.” Onze nieuwe nationale Ombudsman, Guido van Woerkom, hield het niet meer voor de camera. Het was te veel – al was niet duidelijk of zijn volgeschoten gemoed zijn vader, moeder, de taxichauffeur of totale verbroedering van alles en iedereen betrof.

Tot voor kort was Van Woerkom nog een ballerig blijmoedige cynicus van het soort dat het traditioneel ver schopt bij de VVD, na een week trial by media ontpopte hij zich als een moderne tranenman, die in het openbaar om nationale vergiffenis vroeg. De Marokkaanse taxichauffeur die vier jaar geleden nog als de rotte appel in de Nederlandse fruitmand fungeerde, mocht nu opdraven als Nobele Wilde, die tegen moeder Van Woerkom zei dat haar zoon niet zo kwaad is als de media hem afschilderen.

Het was al niet fraai, maar nu was het echt om te huilen. In zijn belijdenis leverde Van Woerkom opnieuw een bijdrage aan de Marokkanenporno waar Nederland nu al jaren verslaafd aan is – meestal agressief, dan weer sentimenteel, maar altijd bevoogdend. Geen moment wist hij boven de onverkwikkelijke discussie uit te stijgen.

Ongeschikt.

Op televisie leverde minister Edith Schippers diezelfde avond commentaar. Ze had „een unheimisch gevoel” van de hele affaire gekregen. Unheimisch? De Kamer moest eens goed naar z’n procedures kijken, zei ze vaag. De ophef die rond van Woerkom was ontstaan, zou kandidaten voor functies in de toekomst kunnen afschrikken. Schippers: „Ik weet niet of veel mensen dan nog denken: nou jippie, ik ga ook eens solliciteren.”

Haar uitspraken werden als nieuws gebracht, maar ik snap ze niet. Had de Kamercommissie Van Woerkom gewoon meteen moeten afschieten? Nee, want Schippers stond duidelijk achter de benoeming van haar partijgenoot. Had de commissie hem dan moeten behoeden voor controverse? Hoe dan? Die suffe Kamerleden hadden hem moeten googelen, lazen we overal, maar zelf heeft Van Woerkom de affaire ook niet aangeroerd.

Duidelijk was in ieder geval dat Schippers allereerst in termen van reputatieschade denkt. Haar gaat het niet om de vraag of Van Woerkom een goede ombudsman kan zijn, maar of de banenmachine door deze nare toestand niet dreigt vast te lopen. Mensen willen natuurlijk alleen solliciteren wanneer ze zeker weten dat hun benoeming er geruisloos doorheen gejast wordt – zo zijn we dat gewend. Stel je voor dat ze hun overtuigingen naar buiten toe moeten verdedigen. Stel je voor dat ze zich zouden moeten bewijzen.

O, de nieuwe gepikeerdheid van de politieke klasse! Het volk begrijpt niet meer wat politiek is, weet niet hoe de dingen gaan, en steekt zomaar een spaak in ieder goed geolied wiel, gewoon omdat het kan. De gevestigde orde krijgt almaar te maken met ongericht populisme en stemmingmakerij – zo kan je je werk niet doen. Men voelt zich in toenemende mate onbegrepen. En geïrriteerd.

Het geldt niet alleen voor die blind politieke benoeming van Van Woerkom, die duidelijk niet op zijn maatschappelijke inzichten is geselecteerd. Dat de basis van de huidige regering – het beruchte kwartetspel van Wouter Bos – maar geen waardering krijgt van de kiezer ligt natuurlijk aan commentatoren die gemakzuchtig antipolitiek bedrijven. PvdA-minister Jet Bussemaker, vorige week in deze krant: „Compromissen sluiten is steeds lastiger in de Nederlandse politiek. Als je dat in de tijd van de verzuiling deed, had je iets goeds gedaan. […] Nu word je [...] neergezet als een eikel, iemand die z’n zin niet doordrijft.”

Gepikeerd! Ze lijkt het zelf niet te beseffen, maar Bussemaker geeft zelf de beste verklaring voor deze betreurenswaardige tendens. In de tijd van de verzuiling wist men waar men naartoe wilde – als je iets niet voor elkaar kreeg, was het even slikken, maar het veranderde je koers niet. In het interview met Bussemaker over het door haar ingevoerde leenstelsel blijft volkomen onduidelijk wat voor haar het dragende idee voor dat stelsel is – het lijkt slechts ingegeven door de noodzaak van bezuinigen en politieke haalbaarheid.

Haalbaarheid als ideologie. De grote socioloog Max Weber wees een dikke honderd jaar geleden al op die twee soorten politieke besluitvorming: de eerste noodgedwongen realistisch, de tweede puur praktisch, zonder werkelijke overtuiging of richting. De eerste vond hij lovenswaardig, de tweede verachtelijk. Terecht.