Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Overheidsfinanciën

Zorgstelsel werkt, stop dat onrust stoken

Zorgverzekeraars werken professioneel, kostenefficiënt en solidair, meent André Rouvoet.

Zorgverzekeraars moeten tegen een stootje kunnen, en dat kunnen ze ook. Het is bijna inherent aan hun taak in ons zorgstelsel dat ze het nooit goed doen: ze houden de kosten te weinig in de hand of letten juist alleen maar op het geld. Ze sturen te weinig op de kwaliteit van zorg of ze gaan juist te véél op de stoel van de dokter zitten. Van dat spanningsveld zijn zorgverzekeraars zich zeer bewust.

Maar de onzin die de afgelopen dagen over zorgverzekeraars en het zorgstelsel is uitgestort kan niet onweersproken blijven.

Dat partijen, van wie persoonlijke belangen in het geding zijn bij de discussie over aanpassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet, in hun strijd zich enige overdrijving permitteren, kan ik tot op zekere hoogte nog begrijpen. Al vind ik het onverantwoord dat ze daarbij veel onnodige onrust bij verzekerden en patiënten teweeg brengen.

Het opiniestuk van Margreet Fogteloo en Marcel Metze (NRC, Opinie, 3 juni) spant wat mij betreft echter de kroon. Hun betoog bevat tal van feitelijke onjuistheden en slecht of niet onderbouwde conclusies.

Het zijn vooral grote woorden en stoere beweringen die met hink-stap-sprong leiden naar de conclusie dat er maar gauw een parlementaire enquête moet komen. Over dat laatste ga ik niet, maar misschien kan ik degenen die daar wel over gaan en de andere lezers van deze krant een paar punten meegeven.

1. Keuzevrijheid. Er is de afgelopen weken in de media veel te doen over de keuzevrijheid van verzekerden. Daarbij wordt het beeld opgeroepen dat mensen straks, als de Kamer akkoord gaat met de wetswijziging van de minister (aanpassing artikel 13), zelf niks meer te kiezen hebben en de zorgverzekeraar uitmaakt naar welke dokter ze moeten.

Een zeer onjuiste en demagogische voorstelling van zaken: ook mensen met een zogenaamde naturapolis houden een grote keuzevrijheid. En wie verzekerd wil zijn van maximale keuzevrijheid, kiest een restitutiepolis, maar betaalt daar ook wat meer voor.

2. Kwaliteit. Zorgverzekeraars hebben het imago dat ze vooral op de cijfers letten, maar richten zich bij het contracteren juist steeds meer op de kwaliteit van de zorg. Inkopen van zorg op kwaliteit is echter niet iets wat je van vandaag op morgen regelt. Het transparant maken van kwaliteit en kwaliteitsverschillen in de zorg is een weerbarstig proces dat veel weerstanden oproept.

Zorgverzekeraars zijn niet de oorzaak van die weerbarstigheid, maar juist de partij die samen met de patiënten het hardst werkt aan die transparantie.

Naar mijn mening zijn we inmiddels gelukkig het point of no return gepasseerd, waarbij organisaties van artsen, ziekenhuizen, patiënten en zorgverzekeraars met elkaar hebben vastgesteld dat informatie over kwaliteit en uitkomsten van zorg transparant hoort te zijn.

Dat geeft zorgverzekeraars een goede basis voor hun ‘contractering’, en waarborgt ook dat voor anderen – in de eerste plaats voor de verzekerden – inzichtelijk is waarom de verzekeraars bepaalde zorgverleners wel of niet contracteren.

3. Verevening. De zorgverzekering in ons land wordt uitgevoerd door private verzekeraars, maar wel binnen zeer strikte publieke randvoorwaarden. Centraal daarin staat het begrip solidariteit: zorgverzekeraars hebben een acceptatieplicht en rekenen voor iedereen – jong, oud, ziek, gezond – dezelfde premie.

Om dat mogelijk te maken bestaat er een systeem van risicoverevening, dat moet voorkomen dat jonge en gezonde verzekerden financieel aantrekkelijker zijn voor zorgverzekeraars dan oude en zieke verzekerden.

Dat systeem is zeer ingewikkeld en moet steeds verder worden verbeterd. Zorgverzekeraars zijn de eersten die daarvoor pleiten. Ook wetenschappers van de Erasmus Universiteit dringen aan op verdere verbeteringen, maar hun basisconclusie is nu juist – anders dan in het opiniestuk gesuggereerd werd – dat het systeem goed werkt en er nergens ter wereld een beter systeem daarvoor bestaat dan het onze.

Het stelsel dat we in 2006 in ons land hebben ingevoerd is niet perfect en het perfecte stelsel bestaat ook niet. Maar laten we vooral onze zegeningen tellen: de Nederlandse gezondheidszorg staat al jaren bovenaan internationale lijstjes.

Solidariteit en toegankelijkheid van zorg in ons land zijn uitstekend geregeld. En de kostenstijging in de zorg krijgen we steeds beter in de hand. Sterker, kijkend naar de Voorjaarsnota 2014 zijn de rollen voor het eerst omgedraaid: waar de zorg altijd moest ‘lenen’ van andere sectoren, levert de zorg nu een bijdrage aan houdbare overheidsfinanciën!

Kortom: het zorgstelsel werkt. Als er een parlementaire enquête nodig is om dat met elkaar vast te stellen, verheug ik me op het verhoor.