‘Studieschuld stijgt straks naar 21.000 euro’

De afschaffing van de studiefinanciering leidde vorige week tot onrust: studies zouden onbetaalbaar worden en de schulden torenhoog. Dat valt wel mee, suste minister van Onderwijs Jet Bussemaker: “Het CPB heeft het doorgerekend en komt uit op € 6.000 extra schuld voor studenten die al lenen.” Hoe kan het Centraal Planbureau dit nu al weten?

Een vertegenwoordiger van middelbare scholieren overhandigt aan staatssecretaris Jet Bussemaker van Onderwijs foto's van studenten met een toekomstige studieschuld. De scholieren voerden actie voor behoud van hun studiefinanciering en de OV-studentenkaart.
Een vertegenwoordiger van middelbare scholieren overhandigt aan staatssecretaris Jet Bussemaker van Onderwijs foto's van studenten met een toekomstige studieschuld. De scholieren voerden actie voor behoud van hun studiefinanciering en de OV-studentenkaart. Foto ANP / Martijn Beekman

De afschaffing van de studiefinanciering leidde vorige week tot een hoop gekrakeel. Onbetaalbaar zouden de studies worden en torenhoog de schulden. Dat valt wel mee, suste minister van Onderwijs Jet Bussemaker gisteren op haar weblog: “Het CPB heeft het doorgerekend en komt uit op € 6.000 extra schuld voor studenten die al lenen.” Volgens Bussemaker stijgt de gemiddelde studieschuld, die nu 15.000 euro is, dan naar 21.000 euro. Hoe kan het Centraal Planbureau dit nu al weten?

Waar is het op gebaseerd?

Het CPB bracht een jaar geleden een notitie uit waarin het de effecten onderzocht van de invoering van het leenstelsel op het aflossen van de studieschuld. Om deze effecten te kunnen bepalen, moest het CPB weten met welk bedrag de gemiddelde studieschuld zou stijgen. In de notitie schrijft het planbureau: “We gaan uit van een gemiddelde stijging van de studieschuld met 6.000 euro.” Opgeteld bij de 15.000 euro die de studieschuld nu gemiddeld bedraagt, is dat 21.000 euro. Sinds de CPB-notitie duikt de 21.000 euro overal op. Sommige media, zoals de NOS en de Volkskrant, namen het cijfer zelfs over als een feit in plaats van als een verwachting. En nu doet ook Bussemaker dat.

En, klopt het?

Om tot een schatting te komen, moest het CPB eerst de gemiddelde studiefinanciering berekenen, die de studenten vanaf 2015 dus niet meer krijgen. Dat gemiddelde bedraagt volgens het CPB 9.000 euro. Dat getal is als volgt berekend:

  • Bij thuiswonende studenten gaat het om 100 euro per maand, dus 4.800 (4 jaar lang elke maand 100 euro) in totaal.
  • Uitwonenden lopen een groter bedrag mis: nu krijgen zij nog 279 euro per maand, in totaal 13.400 euro.
  • Voor het gemak rondt het CPB de bedragen voor thuis- en uitwonenden af op 5.000 en 13.000 euro.
  • Om het gemiddelde bedrag te berekenen dat studenten mislopen wanneer de studiefinanciering verdwijnt, neemt het CPB het gemiddelde van deze twee cijfers: 9.000 euro.

Dat zou kloppen, als er evenveel thuis- als uitwonende studenten waren. Volgens de meest recente cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) waren er in 2012-2013 228.700 thuiswonende en 274.700 uitwonende studenten. Als je niet de afgeronde maar de echte studiefinancieringsbedragen neemt, en als je vervolgens meeweegt dat er meer uitwonende studenten zijn, kom je uit op een gemiddelde studiefinanciering van 9.500 euro.

Maar, belangrijker: hoe komt het CPB erbij dat de gemiddelde schuld voortaan 21.000 euro zal zijn? Als je bij de huidige schuld van 15.000 de huidige studiefinanciering (9.000 volgens het CPB) optelt, kom je uit op 24.000 euro, 3.000 euro hoger dan het CPB inschat. Het CPB schrijft in de notitie:

“In de praktijk zal de studieschuld minder hard stijgen omdat een deel van de lagere inkomsten wordt opgevangen door bijvoorbeeld een hogere ouderbijdrage, meer inkomsten uit bijbaantjes, of minder consumptieve uitgaven.”

Maar waarom het planbureau inschat dat deze compensaties samen 3.000 euro gaan schelen, staat er niet bij. We vragen het aan Marcel Lever, auteur van de CPB-notitie. “Er ligt geen berekening aan die 3.000 euro ten grondslag”, zegt hij.

“We hebben in dit geval een educated guess gedaan. We verwachten dat meer dan de helft van de misgelopen studiefinanciering geleend zal worden. Als dat hele bedrag gecompenseerd kon worden door meer werken of hogere ouderbijdrages, hadden mensen al wel eerder naar dit soort mogelijkheden gekeken. Maar we denken dat niet het hele bedrag geleend zal worden. Dat denken we op basis van wat je bij andere regelingen ziet. Als de AOW-leeftijd wordt verhoogd, zie je ook dat mensen dat opvangen, bijvoorbeeld door langer door te werken. Dus ja, zo zijn we op een gemiddelde extra schuld van 6.000 euro uitgekomen. We hebben overigens ook een berekening gemaakt waarbij wél het volledige bedrag wordt bijgeleend. Dan stijgt de schuld naar 24.000 euro.”

Conclusie

Het CPB maakte vorig jaar een schatting van de gemiddelde studieschuld na afschaffing van de studiefinanciering. Volgens het CPB lopen studenten door deze afschaffing gemiddeld 9.000 euro mis. Het planbureau denkt dat studenten meer dan de helft van dit bedrag, maar niet de volledige 9.000 euro zullen bijlenen – zo kwam het tot de 6.000 euro. Aangezien het CPB zelf zegt dat het bedrag een ‘aanname’ is en geen berekening, beoordelen we de uitspraak van Jet Bussemaker als ongefundeerd.

Lees ook: Wat verandert er voor studenten? Drie vragen over het nieuwe leenstelsel.