Bestrijd ongelijkheid niet met hogere tax

Het is ongelijk verdeeld in de wereld, en Nederland is daarop geen uitzondering. Dat bleek afgelopen week uit cijfers over de inkomens- en vermogensverhoudingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en uit een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een adviesorgaan van het kabinet.

De aandacht bij politici, economen en opinieleiders voor het onderwerp ongelijkheid is de afgelopen maanden geïntensiveerd door de publicatie van een boek van de Franse econoom Piketty die een verdere groei van ongelijkheid voorspelt. Zijn boek is een verrassende wereldhit. Dat succes is een bewijs voor een van de trends die leiden tot extra ongelijkheid, namelijk de economische mondialisering. Een product dat aanslaat, kan meteen over de hele wereld verkocht worden en de makers instant rijkdom opleveren.

Het boek van Piketty confronteert met name de Amerikaanse en Britse samenlevingen met de gegroeide ongelijkheid in inkomen en vermogen. De cijfers van de WRR duiden erop dat de afstand tussen de hoogste brutolonen, zoals de beloning van topmanagers in het bedrijfsleven, en de laagste inkomens, zoals bijstandsmoeders, ook in Nederland is toegenomen. Het goede nieuws is echter dat de belasting- en premieheffing deze ongelijkheid in substantiële mate tenietdoet. Dat is wat telt.

Extreme ongelijkheid is ongezond. Een samenleving kan alleen gedijen als zo veel mogelijk mensen vergelijkbare kansen hebben op de arbeidsmarkt en er tevens voldoende stimulansen en prikkels bestaan om die prestaties aan te moedigen.

Twee observaties van het CBS zijn wat dit betreft interessant. Relatief hoge inkomens worden maar in beperkte mate van ouders op kinderen doorgegeven: bijna 70 procent van kinderen kan die gunstige inkomenspositie niet behouden, terwijl ruim 70 procent van kinderen uit de minst welvarende gezinnen zich weet op te werken op de inkomensladder. De tweede observatie: huishoudens die de hoogste 10 procent van de inkomens hebben, betalen samen 38 procent van de totale opbrengst van inkomstenbelastingen en sociale premies.

Het debat over de gewenste ongelijkheid van inkomens en vermogens speelt inmiddels zijn rol in de politieke strijd om veranderingen in het belastingstelsel. Het kabinet moet hier concrete stappen zetten. Belasting op arbeid moet verlaagd worden, zoveel is zeker. Dat kan banengroei en economie stimuleren. Maar die verlaging moet niet geruild worden tegen verhogingen elders. We moeten af van de politieke reflex om elke (vermeende) misstand te bestrijden met extra belastingen.