Robert Harris schreef volgens Vrij Nederland de beste thriller van het jaar

Robert Harris is met zijn thriller De officier de winnaar van de jaarlijkse VN-thrillergids. Vrij Nederland noemt Harris’ boek onder meer “een briljante reconstructie in romanvorm van de Dreyfus-affaire”. De Dreyfus-affaire vond eind negentiende eeuw plaats, toen de Franse officier Alfred Dreyfus ten onrechte werd veroordeeld voor spionage. Hij werd tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld,

Robert Harris is met zijn thriller De officier de winnaar van de jaarlijkse VN-thrillergids.

Vrij Nederland noemt Harris’ boek onder meer “een briljante reconstructie in romanvorm van de Dreyfus-affaire”.

De Dreyfus-affaire vond eind negentiende eeuw plaats, toen de Franse officier Alfred Dreyfus ten onrechte werd veroordeeld voor spionage. Hij werd tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld, die hij op Duivelseiland moest uitzitten. Harris schreef zijn thriller vanuit het perspectief van Jacques Picquart, toenmalig chef van de Franse militaire geheime dienst, die ontdekt wie de werkelijke spion is en die dit in de openbaarheid tracht te brengen.

Er waren dit jaar naast Harris nog zeven auteurs voor de prijs genomineerd: Isabel Allende (Ripper), Harlan Coben (Ik mis je), Arne Dahl (Hebzucht), David Ellis (De verkeerde man), Thomas Erikson (Illusies), Stephen King (Mr. Mercedes) en Chris Pavone met Het ongeluk.

Robert Gooijer besprak De officier voor NRC Handelsblad en ook hij was enthousiast.

De officier is om drie redenen een uitstekende thriller. Harris blijft dicht bij de onthutsende historische werkelijkheid en hij weet de bij veel lezers alleen oppervlakkig bekende geschiedenis bloedstollend spannend op te dissen.

Picquart is een veelkleurige en getormenteerde held tegen wil en dank en hij, zijn onfrisse vak en het naar stront riekende en roerige Parijs van zijn tijd worden door Harris onnadrukkelijk maar effectief in woorden gevangen.

Tenslotte leest De officier als een onheilspellende waarschuwing tegen scanderende massa’s, het mobiliseren van afkeer en vooral tegen het gif van karaktermoord, dat het slachtoffer bijna onherroepelijk bezoedelt en de daders bijna onherroepelijk corrumpeert. Hoewel de namen van Dreyfus en Picquart in 1906 werden gezuiverd, wist het Franse leger pas in 1995 expliciet te erkennen dat Dreyfus slachtoffer was van een militair complot.”