Je mag een Dalit-meisje verkrachten en doden

In de dorpen blijven de sociaal zwaksten overgeleverd aan de willekeur van de hogere kasten. Dit systeem laat zich niet snel uitroeien.

Dalit-meisjes, die werken als prostituee (boven en links). Veel Dalit-meisjes belanden in de seksindustrie. Foto’s Atul Loke

Een kleine, tengere man, vroeg grijzend, verlaat een van de vele textielfabrieken in Noida, een industriestad onder de rook van de Indiase hoofdstad Delhi. Hij kijkt behoedzaam om zich heen.

Noida ligt in Uttar Pradesh, India’s volkrijkste deelstaat, waar vorige week een dubbele verkrachting plaatshad die de wereld schokte. De lichamen van twee nichtjes van 14 en 15 jaar werden bij dageraad gevonden, hangend aan de takken van een mangoboom. Foto’s van het middeleeuwse tafereel flitsten de wereld over via sociale media en de pers. Gisteren werden details uit het autopsierapport bekend: de nichtjes waren nog in leven toen ze werden opgehangen. Ze waren Dalits, de laagst geplaatsten in het kastenstelsel, die vroeger ‘onaanraakbaren’ werden genoemd. Een familielid zag hoe ze na het vallen van de duisternis werden weggevoerd door Yadavs: leden van een kaste die in de rangorde boven de Dalits staat. Vijf Yadavs, onder wie twee politieagenten die weigerden naar de meisjes te zoeken toen ze nog te redden waren, zijn gearresteerd.

De kleine man neemt plaats op de achterbank van onze auto. Portieren en raampjes dicht, om zijn verhaal weg te houden van de in India alom aanwezige omstanders. Zijn naam is Dharam Singh, hij is een Dalit. Ook hij verloor een dochter aan de Yadavs. Het half ontklede, gewurgde lichaam van Sanyogita Singh (21) werd in januari vorig jaar gevonden langs de weg. Ze was verkracht door meerdere mannen. Drie vrienden, allen Yadavs, werden gearresteerd. Dat gebeurde pas nadat vier agenten waren geschorst, onder wie twee Yadavs, omdat ze weigerden op te treden.

Bij het eerste bezoek van deze krant, enkele dagen na de dood van Sanyogita, zaten de vier overgebleven gezinsleden, samen met ooms en tantes, stilletjes voor hun huis, geschaard rond een ingelijste foto van Sanyogita. „Voor de rechter bestaat er geen kastenonderscheid”, zei Dharam Singh toen. Bij een tweede bezoek vertelde hij dat hij door een dorpsleider (een Yadav) onder druk was gezet om zijn beschuldigingen in te trekken. Hij weigerde. Tot zijn verbijstering kwamen de drie vrienden vervolgens op borgtocht vrij. Inmiddels begrijpt hij waarom. „In ons dorp vormen de Yadavs de grootste groep. Zij bezitten land, wij Dalits niet. Velen hebben hun akkerland verkocht aan projectontwikkelaars. Ze zijn nu rijk. Ze kunnen getuigen omkopen, en misschien zelfs rechters.”

Executie-door-ophanging

India presenteert zich graag als een land dat zich in volle vaart ontwikkelt en de ergste armoede en ongelijkheid achter zich heeft gelaten. Maar de verkrachting en executie-door-ophanging van de nichtjes drukt de optimistische, hoog opgeleide stedelijke middenklasse met de neus op de feiten: tweederde van de Indiase bevolking van 1,24 miljard mensen woont op het platteland en dat is nog altijd zeer onderontwikkeld. Zo hangt de dood van de nichtjes samen met het gebrek aan toiletten: ze waren naar buiten gegaan om zich te ontlasten. In 65 procent van India’s ruim 630.000 dorpen ontlasten de mannen zich overdag in het veld, de vrouwen in het duister. Dan kunnen ze minder goed bespied worden, maar het maakt hen kwetsbaar voor verkrachters.

Maar de grootste verontwaardiging geldt de brute onderdrukking van een lagere kaste die aan de dubbele verkrachtingsmoord ten grondslag ligt. De twitterende, Engels-sprekende middenklasse associeert het kastenstelsel met achterlijke tradities, maar op het platteland is het springlevend.

In de grondwet is ‘onaanraakbaarheid’ uitgebannen en kastendiscriminatie verboden. Maar ook de wetgevers beseften dat de oeroude indeling in groepen, onder meer vastgelegd in de tweeduizend jaar oude Wetten van Manu, niet per decreet uit te bannen was. Dit systeem kent vier hoofdkasten: de brahmanen (de priesterkaste), de kshatriya (krijgerkaste), de Vaisha (kooplieden) en de shudra (boeren). De Dalits, als kastelozen, vallen hier buiten en staan het laagste in de pikorde. De Yadavs horen tot de kshatriya-kaste. Veel Indiërs hoopten dat de voortschrijdende modernisering zijn werk zou doen maar dat is bij de Dalits nog nauwelijks gebeurd.

„De meisjes werden opgehangen en tentoongesteld omdat ze Dalits zijn”, zei schrijver Indrajit Hazra gisteren in een opiniestuk in India’s grootste Engelstalige dagblad The Times of India. „De vijf beschuldigden uit de Yadav-gemeenschap beschouwden het verkrachten en vermoorden van hun Dalit-slachtoffers als hun recht.”

Akhilesh Yadav, de premier van Uttar Pradesh, behorend tot de Yadav-gemeenschap, krijgt nu veel kritiek om zijn laatdunkende houding. Zijn vader Mulayam Singh Yadav, zelf drie keer premier van Uttar Pradesh, zei eerder: „Jongens zijn jongens. Ze maken fouten.” Volgens Indrajit Hazra was dit geen verspreking. „Badaun en talloze andere zaken waarin Dalits worden gekozen als slachtoffer omdat ze Dalits zijn, maken deel uit van een gigantische, voortgaande seriële moordpartij waarbij door Manu gegeven rechten worden gekoppeld aan politieke bescherming.”

De vader van een van de vermoorde nichtjes vertelde aan Indiase journalisten dat hij werd bedreigd door de Yadavs. „Ze zeggen: de media verdwijnen, maar onze regering is er de komende drie jaar nog. Ze zeggen: we veroorzaken een oorlog.”

Het verbaast Dharam Singh niet. „Hun zaak wordt vergeten, net als die van ons.” De moord op zijn dochter gebeurde enkele weken na de beruchte dodelijk groepsverkrachting van een 23-jarige studente eind 2012 in Delhi, die in India en elders tot grote verontwaardiging leidde. De daders, afkomstig uit lagere kasten, kregen in een snelrechtproces de doodstraf.

Maar Dharam Singh, die het moet opnemen tegen de hoger geplaatste Yadavs, wacht al anderhalf jaar op het autopsierapport. „We hebben een advocaat toegewezen gekregen, maar ik moet zelf naar de rechtbank om uit te vinden wanneer er een zitting is. De verdachten komen binnen, tekenen een presentielijst en vertrekken. De rechter heeft nog nooit iemand gehoord.”