Bussemaker: tegenstanders leenstelsel verkopen spookverhalen

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker tijdens het wekelijks vragenuurtje in de Tweede Kamer in.
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker tijdens het wekelijks vragenuurtje in de Tweede Kamer in. Foto ANP

Tegenstanders van het leenstelsel jagen studenten angst aan en verkopen ‘spookverhalen’, zo schrijft minister van Onderwijs Jet Bussemaker (PvdA) vanochtend op haar weblog. Op het moment debatteert de Tweede Kamer over het leenstelsel.

Bussemaker noemt het ‘klinkklare onzin’ dat studenten met een schuld van 30.000 euro worden opgezadeld. Ook bestrijdt zij dat jongeren uit gezinnen met lage inkomens massaal zullen afzien van een studie. “Dat bekt allemaal wel lekker en je haalt er de krant mee maar het is volledig verzonnen”, schrijft Bussemaker.

‘leenstelsel maakt onderwijs niet minder toegankelijk’

Bussemaker stelt dat in andere landen is gebleken dat invoering van een leenstelsel niet ten koste gaat van de toegankelijkheid van het onderwijs, zoals het CDA volgens haar beweert. De studieschuld wordt zesduizend euro hoger voor studenten die al lenen en zes- tot negenduizend euro hoger voor studenten die nu nog niet lenen, aldus Bussemaker:

“Ik begrijp best dat studenten tegen afschaffing van de basisbeurs zijn - ook zij behouden het liefst wat ze hebben - en ik begrijp ook best dat politieke partijen hun oren daarnaar laten hangen. Maar ik voer het debat wel graag op basis van feiten en serieuze berekeningen. Kom daarbij niet aan met spookverhalen en drogredeneringen.

We hebben de plannen voor het studievoorschot vorige week gepresenteerd. Studenten, scholieren en hun ouders zitten met vragen die we zo snel mogelijk proberen te beantwoorden. Zij zitten daarbij niet te wachten op ongefundeerde bangmakerij. Zij verdienen het om serieus genomen te worden.”

Geen basisbeurs meer, wel een OV-jaarkaart

De coalitiepartijen VVD en PvdA sloten vorige week een akkoord met D66 en GroenLinks over de invoering van een leenstelsel, dat in september 2015 van kracht wordt. Dit zijn de belangrijkste veranderingen:

  • De basisbeurs wordt afgeschaft, maar de OV-jaarkaart blijft behouden.
  • Ook minderjarige mbo-studenten hebben vanaf 1 september 2015 recht op een ov-studentenkaart waarmee ze gratis met het openbaar vervoer kunnen. Dat was in de oude situatie alleen zo bij mbo- en vo-studenten van boven de 18 jaar.
  • De basisbeurs wordt vervangen door een zogenoemd studievoorschot. Dit voorschot bestaat uit een lening en een collegegeldkrediet. Voor studenten van wie de ouders minder dan 46.000 euro per jaar verdienen komt daar nog een beurs bovenop. De aanvullende beurs kan oplopen tot 365 euro per maand voor studenten met ouders die minder dan 30.000 euro verdienen. Boven dat inkomen loopt het bedrag terug.
  • De maximale lening is het bedrag dat studenten nu al kunnen lenen plus eventueel het bedrag van de huidige basisbeurs (voor uitwonenden). De basisbeurs voor alle studenten vervalt, ongeacht het inkomen van hun ouders.
  • De maximale afbetalingstermijn gaat van 15 naar 35 jaar. Daarnaast begint het afbetalen straks vanaf het minimumloon.
  • Het bedrag dat je dan maandelijks aflost mag niet meer bedragen dan 4 procent van je maandelijkse inkomen. Heb je een handicap of een chronische ziekte, dan wordt na het behalen van je diploma 1200 euro kwijtgescholden.
  • Er komt een zogenoemd  instemmingsrecht  voor studenten en docenten. Daarmee krijgen zij meer invloed op uitgaven van de school of universiteit.
  • Startende studenten krijgen tot en met het studiejaar 2018/19 een tegemoetkoming in de vorm van vouchers. Deze studenten kunnen tweeduizend euro inzetten voor (geaccrediteerde) bijscholing 5 tot 10 jaar na het afstuderen.

De oppositiepartijen die niet betrokken waren bij het akkoord uitten vanochtend in het Kamerdebat felle kritiek. “Een leven lang leren wordt een leven lang lenen”, stelde CDA-Kamerlid Michel Rog. Met name GroenLinks kreeg forse kritiek. PVV en SP verweten de partij ‘verraad’.