Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Breinlezende auto denkt met je mee

De auto krijgt een eigen willetje. Een hersengestuurde cruise control kan ingrijpen als je vermoeid raakt.

Een auto die het aanvoelt als je moe wordt. En die je daarvoor waarschuwt of er zelfs voor zorgt dat je langzamer moet rijden, want dat kost minder mentale energie. Zo’n auto is er nog niet, en dat duurt ook nog wel even. Maar in Groningen promoveert Chris Dijksterhuis vandaag al op zijn onderzoek aan een mogelijke ‘brain-car-interface’, een soort hersengestuurde cruise control waarbij een computer is getraind om iemands mentale toestand te kunnen afleiden.

Dijksterhuis liet zijn proefpersonen bijvoorbeeld met een badmuts met EEG-elektroden op in een rijsimulator plaatsnemen: een autostoel compleet met gordel, pedalen en andere bediening en drie breedbeeld tv-schermen ervoor. Daarop verschijnt dan, verrassend realistisch, zo’n enge provinciale tweebaansweg: smal, bochtig, en vol snelle tegenliggers. Dijksterhuis varieerde breedte, bochtigheid en aantal tegenliggers, zag op de EEG’s de mentale inspanning bij zijn proefpersonen veranderen en liet de auto daarop automatisch de snelheid aanpassen. Een systeem dat nog niet goed werkt – soms wisselde de computer te snel tussen versnellen en vertragen, of blééf hij maar vertragen – maar het is een begin.

Even technisch: het gaat in Dijksterhuis’ onderzoek om ‘passieve BCI’ (brain computer interface). Bij actieve BCI laat je mensen met denkkracht bijvoorbeeld een cursor op een beeldscherm bewegen, of je laat aapjes dat doen die een elektrode in hun hersenen geïmplanteerd hebben gekregen – zulke toepassingen kwamen de laatste jaren regelmatig in het nieuws. Bij passieve BCI ‘leest’ de computer iemands interne toestand en handelt zonder dat diegene op dat moment actief iets wilt.

In zijn werkkamer legt Dijksterhuis, een bescheiden blonde jongen uit Haren, de bedoeling van zijn onderzoek uit. „Hier in Groningen”, zegt hij, „wordt al sinds de jaren 80 onderzoek gedaan naar het idee van de auto als co-chauffeur, iemand die met je meedenkt en meerijdt. De meeste machines zijn passief, ze wachten op input van ons, maar technisch gesproken kunnen ze al veel méér. Daar willen we gebruik van maken. In communicatie van mens tot mens let je op elkaars emoties, intenties en capaciteiten en stem je je gedrag daarop af. Dat kan een computer misschien ook wel.”

Ook een computer in de auto. Niet dat Dijksterhuis direct voor zich ziet dat die dan de snelheid van de auto bepaalt. „Als het 100 procent betrouwbaar zou kunnen, dan wel. Maar als er ook maar enige onzekerheid is moet je daar voorzichtig mee zijn. Dat is ook het probleem met de Google Car.”

Internetbedrijf Google onderzoekt al een aantal jaar de mogelijkheden van een auto zonder chauffeur. „Maar die rijdt nog steeds niet zo goed als wij. Voordat dat zo is, zijn we denk ik twintig jaar verder. En dan moeten er nog juridische hobbels genomen worden: als er iets misgaat, wie is dan verantwoordelijk, de automobilist of de fabrikant?”

Slingeren

Als toepassing van zijn eigen onderzoek ziet hij eerder technologie voor zich die de bestuurder waarschuwt: je lijkt nu heel moe, je moet je nu wel heel erg inspannen. Hij keek naar de hartslag van zijn ‘chauffeurs’, naar het slingeren en naar EEG-gegevens. Met EEG meet je trouwens niet louter hersenactiviteit, zegt hij, maar ook spierspanning in het gezicht. „Theoretisch gezien is dat vervelend, maar als je toewerkt naar een toepassing, en iemand spant altijd zijn gezichtsspieren aan als hij moe is, dan werkt dat ook prima.”

Er zijn ook autofabrikanten die dit soort toepassingen onderzoeken, vertelt hij, zoals een cameraatje dat registreert of je nog naar de weg voor je kijkt en hoe lang je tijdens het knipperen je ogen dichthoudt. Sowieso dringt co-chauffeur-technologie de laatste jaren steeds meer de auto binnen. Moderne auto’s helpen je moeiteloos inparkeren of voorkomen dat je voetgangers omver rijdt. „Japanse auto’s zijn bijvoorbeeld goed in dat soort toepassingen”, vindt Dijksterhuis. „Die hebben bijvoorbeeld systemen ontwikkeld die waarschuwen als je over de lijntjes gaat zonder richting aan te geven, of die je zelfs een beetje terugduwen – maar als je dat niet wilt, kun je dat overrulen. De metafoor is die van een paard dat een eigen willetje heeft, maar jij bent de baas. Mijn indruk is dat Aziaten er misschien wat minder moeilijk over doen dat de auto óók wel wat mag beslissen.”

Zelf rijdt Dijksterhuis een Opel Astra uit 1997. „Nog steeds mijn eerste auto. Hij doet het nog zo goed.”