WRR: verzorgingsstaat compenseert inkomensongelijkheid, vooral bij ouderen

ANP / Lex van Lieshout

De kloof tussen de hoogste en laagste tien procent van de inkomens in Nederland is toegenomen. Dat meldt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een vandaag gepubliceerd rapport. De inkomensongelijkheid wordt echter in belangrijke mate gecompenseerd door herverdeling via sociale zekerheid en belastingen.

In 2001 en 1990 werd 45 procent van de inkomensongelijkheid verminderd door de verzorgingsstaat. Dat aandeel nam de afgelopen jaren sterk toe: in 2012 was het 49 procent. Dit geldt overigens vooral voor ouderen; het aow-stelsel blijkt, zo schrijven de onderzoekers, een zeer sterke “herverdelende werking” te hebben. Bij de beroepsbevolking is de herverdeling door de overheid de laatste decennia niet toegenomen. Werknemersverzekeringen als de WW en WAO zijn zelfs minder gaan bijdragen aan herverdeling.

Dat de verschillen tussen de hoogste en laagste inkomens toenemen, komt onder meer door grotere beloningsverschillen. Hierbij speelt globalisering en technologisering een rol. Tegelijkertijd heeft een grotere groep mensen kans om onder aan de inkomensladder te komen, zoals éénverdieners of zzp’ers.

Grote kloof arm en rijk volgens velen niet rechtvaardig

In 2012 vond 61 procent van de Nederlanders dat de inkomensverschillen te groot waren. Het overgrote deel, 57 procent, vond dat de overheid deze verschillen moet nivelleren. De grotere kloof tussen arm en rijk wordt niet als rechtvaardig ervaren. Over het algemeen vonden Nederlanders in dat jaar dat een directeur van een grote onderneming tot 5,4 keer zo veel mocht verdienen als een geschoolde arbeider. Ze vermoedden dat dit 11,4 keer zo veel was. In werkelijkheid verdiende een directeur echter zeventien keer zo veel.

Vermogensongelijkheid ook toegenomen

Vermogen is in Nederland - net als in veel andere landen - ongelijker verdeeld dan inkomen. De meest vermogende 10 procent van Nederland bezig volgens voorzichtige schattingen 61 procent van het totale vermogen. De meest vermogende 2 procent bezit éénderde van het vermogen. De crisis heeft daar niets aan veranderd: de meeste vermogenden hebben alleen maar nog méér bezit verworven. Aan de andere kant hebben steeds meer mensen problematische schulden.

Hoewel economen er nog niet uit zijn of economische ongelijkheid de groei afremt, zijn er wel sociale en politieke gevolgen aan te merken. “Economische afstand leidt tot sociale afstand”, stellen de onderzoekers. Daarbij neemt het vertrouwen in rechtsstaat en parlement af als de verschillen toenemen. Dat geldt voor zowel de economische bovenlaag als voor de onderlaag van de samenleving.