Niks meer écht lezen – geen tijd – en toch lekker meepraten

Foto ANP

Jij weet genoeg, je hoeft niet verder te lezen. Toch? Je hoeft een film niet te zien om er een mening over te hebben. Een tweet erover is genoeg. Waarom veinzen we kennis terwijl we eigenlijk geen idee hebben?

Tekst Karl Taro Greenfeld

Ik kan het niet helpen. Als mijn vrouw vertelt welk boek ze aan het lezen is met haar leesclub – ongeacht welk boek en of ik het überhaupt gelezen heb – heb ik mijn mening paraat, volledig gebaseerd op… ja, op wat eigenlijk?

Vaak heb ik er nog geen recensie of boekverslag over gelezen. Toch duid ik moeiteloos de betekenis van schrijfster X en de subtiele sentimentaliteit van schrijver Y. Die flinters kennis dwarrelen blijkbaar neer vanuit de ether – of beter gezegd, vanuit allerlei socialemedia-kanalen.

Waarom dit stuk?

Het artikel hiernaast komt uit The New York Times. We werden erop gewezen door Margriet Oostveen in haar column van vorige week. Zij begon haar column zo:

“Dit stukje moet gaan over een stuk dat ik las over lezen. Maar terwijl ik begin, raak ik op Twitter verzeild in een discussie over de 22-jarige zoon van een Hunger Games- regisseur die afgelopen weekend zes mensen doodde in Californië. The New York Times had een lang verslag met alle vooralsnog bekende feiten, dus ik postte een link op Twitter. Zelf deed ik er toch wel een minuut of tien over om het van begin tot eind te lezen. Maar al veel sneller kwam de vraag waarom ik het relevant vond te melden dat de dader de zoon was van die regisseur.”

Margriet reageerde op de vraag, hoewel zij het artikel nog niet had uitgelezen. Iemand anders mengde zich in de discussie met een eigen betoog.
“Ook die had het New York Times-stuk, noch eerdere tweets daarover gelezen. Als men mij nog kan volgen. En dit is geen verwijt, het illustreert alleen maar wat iedereen die zich informeert via oude en nieuwe media tegelijk kan overkomen. Allemaal blazen we dankzij de mening van anderen intussen een leuk deuntje mee, we hoeven ze alleen maar te volgen in sociale media. Hoe vaak lezen we zelf nog waarover ze het hebben? We discussiëren over meningen over ‘feiten’ die met iedere mening verder uit het zicht raken. Ook daarover had The New York Times dus een goed verhaal: ‘Faking Cultural Literacy’ door Karl Taro Greenfeld.”
(…)
De culturele canon wordt steeds meer bepaald door computeralgoritmen, ofwel wie of wat de meeste clicks krijgt. Wie in die ontwikkeling niet wil doorgaan voor ‘cultureel analfabeet’, schrijft Greenfeld, moet meeclicken. ‘Simpelweg weten dat iets er is, is genoeg’, aldus Greenfeld. Een filmpje van een agressieve zus van Beyoncé heeft in deze nieuwe canon evenveel waarde als 600 pagina’s Piketty (Franse econoom, red).
Greenfeld noemt deze vorm van kennisvergaring een ‘pastiche op kennisvermogen’.
Ik noem het weetkunde.”

Hiernaast het hele stuk ‘Faking Cultural Literacy’ waarover Margriet Oostveen schreef. Het is het lezen waard.

Hoe zat het eigenlijk met die aanvaring van Solange Knowles met Jay-Z in de lift? Ik heb de veiligheidsbeelden op Vox niet bekeken – dat duurt me te lang – maar ik heb langs genoeg roddels gescrolld om te weten dat Solange alle foto’s van haar zus Beyoncé van haar Instagram-account heeft verwijderd.

En het huidige seizoen van Game of Thrones, met die ongewenste vrijage in de kelder? Ik volg die serie niet eens, maar gezien de reacties op vulture.com kan ik wel stellen dat het weerzinwekkend was.

Vaak ge-retweet

Is paus Franciscus een postmoderne hogepriester? Ik heb hem nooit horen preken en heb ook niet gekeken toen hij bij 60 Minutes was, maar zijn @Pontifex-tweets worden wel vaak ge-retweet, dus hij moet wel bijzonder progressief tegenover ongelijkheid en sociale rechtvaardigheid staan.

Het is makkelijker dan ooit om kennis van zaken te veinzen terwijl je eigenlijk geen idee hebt.

We plukken wat interessante flarden informatie van Facebook, Twitter of nieuwssites en blazen ze nieuw leven in. In plaats van echt te kijken naar Mad Men, de Super Bowl, de Oscar-uitreikingen of een presidentieel debat, kun je live volgen wat iemand erover twittert, of de dag erna de reacties doorlezen. Ons culturele canon wordt steeds sterker bepaald door wat het vaakst wordt aangeklikt.

In zijn boek Cultural Literacy: What every American needs to know heeft E.D. Hirsch 5.000 belangrijke ideeën en namen op een rij gezet die mensen met een opleiding zouden moeten kennen. (Zoiets was het tenminste; ik weet het niet zeker, want ik heb het boek zelf niet gelezen.) Hirschs boek benadrukt dat culturele geletterdheid de grondslag vormt voor onze algemeen geaccepteerde waarden.

Tegenwoordig staan we voortdurend onder druk om te allen tijde van alles op de hoogte te zijn, bang als we zijn om door de mand te vallen als cultuurbarbaar. Alles om een ritje in de lift, een vergadering, een loopje langs de koffieautomaat en een borrel ongeschonden door te komen. Dan kunnen we weer posten, tweeten, reageren en sms’en alsof we echt iets hebben meegemaakt, gelezen, bekeken, gehoord.

We zitten zo volgestampt met terabytes dat het niet meer uitmaakt of we iets uit de eerste hand weten, als we er maar vanaf weten – er iets van vinden en erover kunnen meepraten. We komen gevaarlijk dichtbij een kennis-potpourri die in feite staat voor totale onwetendheid.

Foto ANP / Lex van Lieshout

Read the story!

De 1-aprilgrap van National Public Radio rond het online artikel ‘Waarom Leest Amerika Niet Meer?’ ging viral op Facebook. De bedenkers deelden het artikel en daarna spoorden andere gebruikers hun vrienden ongegeneerd aan om toch vooral het verhaal te lezen (Read the story!) zonder dat ze het zelf hadden aangeklikt – dan zouden ze de onthulling van de grap gezien hebben: “Volgens ons reageren sommige mensen op NPR-artikelen zonder ze te lezen. Als je dit leest, like deze post dan en plaats geen reactie/comment. Laten we eens kijken wat mensen van dit ‘artikel’ vinden.”

In een recent onderzoek door het American Press Institute geven zes van de tien Amerikanen toe dat ze alleen maar nieuwskoppen lezen – ik weet dat trouwens alleen omdat ik het in een kop van de Washington Post voorbij heb zien komen. We lezen iets vluchtig en delen het meteen.

In een recent onderzoek geven zes van de tien Amerikanen toe dat ze alleen maar koppen lezen

Commentatoren beginnen hun reactie vaak met TL;DR – de afkorting voor Too Long; Didn’t Read – en verkondigen dan doodleuk alsnog hun mening over het bewuste onderwerp. Tony Haile, directeur van het bedrijf Chart Beats dat internetverkeer analyseert, stelde recentelijk: “We hebben geen verband kunnen vinden tussen wat op sociale media gedeeld wordt en wat mensen daadwerkelijk lezen.” (Het was een tweet.)

Herkennend knikken

Het is niet nep als je op een borrel of feestje herkennend knikt als iemand het over een film heeft die je niet gezien hebt, of een boek noemt dat je niet gelezen hebt. Het zou zomaar kunnen dat je gesprekspartner ook alleen maar de scherpe observaties van iemand op zijn of haar timeline of twitterfeed herhaalt.

Alles wat je één op één bespreekt komt voort uit de wetenswaardigheden die je in de loop van de dag vanuit je apps bij elkaar hebt geharkt. Niemand wil de slome duikelaar zijn die moet toegeven dat hij of zij nog nooit een boek van Malcolm Gladwell heeft gelezen en eigenlijk niet weet wat ‘Gladwellian’ precies betekent – al gebruikt hij of zij de term zelf weleens.

Als wie dan ook, waar dan ook, wat dan ook beweert, moeten wij vooral doen alsof wij het ook weten. Gegevens zijn ons betaalmiddel geworden. (Bitcoin is trouwens een klassiek voorbeeld van iets waar iedereen het over heeft, maar wat letterlijk niemand lijkt te begrijpen.)

Degenen die werkzaam zijn in de informatiesector zijn de allerergsten. Ik belde laatst met een redacteur over een stuk van een prominent auteur. Ik zei dat ik het gelezen had. Later in het gesprek bedacht ik me pas dat het bewuste stuk nog niet eens gepubliceerd was en dat ik het met geen mogelijkheid kon hebben gelezen.

In datzelfde gesprek bespraken we een idee voor een stuk over een politicus in Californië die in een schandaal verwikkeld was. Geen van ons tweeën kon op zijn voornaam komen. Belette dat ons om, niet gehinderd door gedegen feitenkennis, de voors en tegens van het te schrijven artikel te bespreken? Allerminst.

Iedereen is razend druk

Vaak weet een van de deelnemers aan een gesprek amper waar het over gaat. Soms weten ze het zelfs geen van beiden. Iedereen heeft het razend druk. Drukker dan alle voorgaande generaties, als ik de gehaaste antwoorden op mijn meeste e-mails moet geloven – als er al een antwoord komt.

Omdat er zo veel op telefoons en beeldschermen gekeken wordt en we voortdurend sms’en en twitteren hoe druk we het hebben, is er geen tijd meer over om de oorspronkelijke materie tot ons te nemen. In plaats daarvan vertrouwen we op de terloopse observaties van onze ‘vrienden’ of de mensen die we ‘volgen’ of… wie eigenlijk?

Wie bepaalt wat we weten, welke opvattingen we meekrijgen en welke ideeën we hergebruiken als onze eigen ondervindingen?

We knikken en zeggen: “die naam heb ik langs zien komen, ja”

Dat moeten dan algoritmen zijn, aangezien Google, Facebook, Twitter en de overige sociale media binnen het postindustriële stelsel deze ingewikkelde wiskundige modellen gebruiken om precies bij te houden wat we lezen, bekijken en kopen.

We hebben onze mening uitbesteed aan een stroom gegevens die ons tijdens een etentje uit de wind houdt, maar als jij en ik interessant zitten te doen over de film The Grand Budapest Hotel en we die geen van beiden gezien hebben, zijn we eigenlijk sociale media-feeds aan het vergelijken.

Verzucht iemand ooit nog dat hij het gesprek niet meer kan volgen? Nee. We knikken en zeggen: “die naam heb ik zien langskomen, ja” of: “het komt me wel bekend voor”, wat meestal betekent dat we geen flauw idee hebben.

Foto ANP

Het leesplezier verhogen

Vroeger wisten we nog waarop we onze mening baseerden. In de tweede klas van de middelbare school moesten we bij Engels A Tale Of Two Cities lezen en kregen daarbij de opdracht om bij het lezen van Dickens klassieker te letten op symbolisme. Toen ik op een middag in de bibliotheek naar symbolen zat te speuren, kwam ik een paar klasgenoten tegen die een opgevouwen vel papier uit hun pockets te voorschijn haalden met CliffsNotes erop en daaronder in blokletters de titel van Dickens roman.

Die ‘studiegids’ was een openbaring. Daar stonden het plot, de hoofdpersonen en zelfs de gebruikte symbolen allemaal keurig op een rij. Ik las het CliffsNotes-uittreksel in één avond uit en haalde een 8 voor mijn opstel zonder het boek te hebben uitgelezen. De kunst was dus om je niet onder te dompelen in het culturele document zelf, maar om erin te graven naar de juweeltjes – feitjes, dingen die je echt moest weten – en ze dan op de vrije markt te brengen.

Bij elke technologische vernieuwing zijn er jammerklachten opgestegen over het naderende eind van boeken, tijdschriften en kranten. Dit keer vervangt de alomtegenwoordigheid van de nieuwste technologie echt alle oude media.

Informatie is nu werkelijk overal, continu onder handbereik: in onze broekzak, op ons bureau, in de auto, zelfs in de cloud. Je kunt de informatiestroom niet uitzetten. Ons leven wordt overspoeld door een vloedgolf van woorden, feitjes, grapjes, plaatjes, achterklap en opinies waarin we dreigen te verdrinken.

Misschien zijn we uit angst om kopje onder te gaan wel zo vastberaden op de hoogte te blijven. Dan blijven we tenminste nog enigszins drijven. Zo peddelen we wanhopig rond en roepen af en toe iets afgezaagds over popcultuur, want toegeven dat we achterlopen, dat we geen idee hebben waar iedereen het over heeft en dat we niet elk bliepje op het scherm volgen, is hetzelfde als dood zijn.

Karl Taro Greenfeld is journalist en auteur van de nieuw te verschijnen roman ‘SubPrime’.

Copyright New York Times. Vertaling Welmoed Smith