Feest van het jaar voor alle filmnerds

Het wereldberoemde stille epos van regisseur Abel Gance is tijdens het Holland Festival opnieuw in volle glorie te zien, met begeleiding van een symfonieorkest. Een grote gebeurtenis.

De vertoning van het heldenepos Napoléon van regisseur Abel Gance was het meest spraakmakende evenement van het filmseizoen 1927. En in het filmseizoen 2014 is dat eigenlijk nog steeds zo.

Het Holland Festival biedt een zeldzame kans om de beroemde stille film in volle glorie te ervaren, vijf en half uur lang. Tijdens de voorstelling zal het Gelders Orkest onder leiding van componist Carl Davis de muziek verzorgen: een potpourri van eigen thema’s van Davis en klassiekers uit de tijd van Napoleon zelf, afkomstig uit de pen van Haydn, Mozart en Beethoven, en uit de lievelingsopera van de keizer: Nina van Paisello. Film dateert sneller dan andere kunsten, die minder zijn verweven met technologie, maar de film van Gance blijft een begeesterende, unieke ervaring.

Gance was een pionier op het gebied van baanbrekende technieken: hij ontketende zijn camera, die hij onder meer vastmaakte aan paarden, liet beelden in elkaar overvloeien, en zijn montagestijl is in sommige scènes nog steeds ultramodern: Gance knipte snel, soms zelf per frame. De film is zo een waar feest voor filmnerds.

Napoléon van Abel Gance dus, maar welke Napoléon precies? De film heeft in de loop van de geschiedenis vele gedaanten aangenomen, maar een echte oer-versie is er niet. Vanaf het prilste begin waren er uiteenlopende versies in omloop. Bij de première in de Opera Garnier die een daverend succes was – en waarbij zowel Generaal De Gaulle als maarschalk Pétain aanwezig waren – was al een andere versie te zien dan de film die kort daarop aan de pers is getoond.

Vooral het revolutionaire procedé van Gance dat hij ‘polyvision’ noemde – een manier om met drie projectoren drie beelden tegelijk te vertonen – zorgde voor grote problemen bij het uitbrengen van de film. Dat de film nu is te zien in een versie die dicht komt bij het oorspronkelijke visioen van Abel Gance, is de grote verdienste van de Britse filmhistoricus Kevin Brownlow.

Brownlow zag als vijftienjarige filmfreak voor het eerst enkele scènes uit de film, werd gegrepen en is sindsdien zijn hele leven lang bezig geweest met het opsporen van delen van de film in archieven, om ze weer zo goed mogelijk achter elkaar te zetten. Hij was ook bij eerdere revivals van de film betrokken, zoals die van 1980, die onder auspiciën stond van Francis Ford Coppola. De regisseur organiseerde een zeer succesvolle tournee van de film in de VS, en liet zijn vader, Carmine Coppola, een nieuwe soundtrack componeren. De oorspronkelijke muziek uit 1927 van Arthur Honegger is verloren gegaan. Brownlow kreeg in 2010 een Oscar voor zijn verdienste voor de stille film.

Kort voor zijn dood mocht Gance de wederopstanding van zijn meesterwerk nog meemaken. In 1979 zag hij als 89-jarige vanuit zijn hotelraam hoe een openluchtvertoning op het Amerikaanse filmfestival Telluride met gejuich werd ontvangen. Sindsdien duikt de film van tijd tot tijd op, maar de – dure – vertoningen blijven schaars.

Napoléon begon als poging om een daverende hit te maken, ontwikkelde zich tot een onhandelbaar, megalomaan project van tussen de zes en acht films, die het hele leven van de keizer moesten navertellen, en eindigde als een torso dat als een spook door de filmgeschiedenis waart. Gance was begin jaren twintig de coming man van de Franse cinema, maar zijn melodrama La roue – inmiddels een erkende klassieker – was verdeeld ontvangen. Met Napoleon als onderwerp dacht hij de Fransen massaal naar de bioscoop te lokken. Tijdens een reis naar de Verenigde Staten had hij D.W. Griffith ontmoet en was diep onder de indruk geraakt van diens The Birth of a Nation (1915). Zo’n grandioos nationaal epos wilde hij de Fransen ook geven. Gance stond een reeks films voor ogen, die de opkomst en de ondergang van de keizer zouden behandelen. Alleen het eerste deel wist hij te voltooien. Napoléon zoals we de film nu kennen behandelt alleen de kindertijd en de opkomst van Napoleon te midden van de chaos van de Franse revolutie, inclusief zijn ontmoeting en huwelijk met Joséphine. De film eindigt met de Franse invasie van Italië onder leiding van de jonge generaal. Van de keizerskroning, de veldtocht in Rusland, de slag bij Waterloo en de verbanning naar St. Helena ontbreekt elk spoor. Dat zou Gance allemaal later behandelen in de vervolgfilms. Dat zijn Napoléon erg bewonderend is uitgevallen, heeft daar deels mee te maken: de schaduwzijden van de held, diens hoogmoed en val, wilde hij later behandelen.

Zijn heldenverering is Gance vaak aangewreven: Napoléon zou met zijn bewondering voor de sterke leider in uniform zelfs ‘fascistisch’ zijn. Gance smeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog op genante wijze stroop bij maarschalk Pétain, de leider van het collaborerende regime van Vichy. Maar volgens zijn biograaf Roger Icart stond de regisseur met de film een portret van de keizer voor ogen, dat aanzienlijk complexer was dan louter het eenvoudige etiket ‘fascistisch’ doet vermoeden.

Gance zag in Napoleon in de eerste plaats een ziener, een visionair en een poëet, een man met de ziel van de kunstenaar. Dat wil zeggen:een man zoals Abel Gance zichzelf graag zag. De stijl van zijn epos is eerder poëtisch en zacht dan militaristisch of macho. In de speelstijl van zijn Napoleon, Albert Dieudonné, is niet direct een oorlogshitser of volksmenner te herkennen. De acteur blinkt uit door zo min mogelijk te doen, als baken van rust te midden van alle opwinding. Hij is eerder een traditionele, conservatieve vaderfiguur dan een charismatische, dynamische leider.

Gance zag in Napoleon niet alleen een ziener en een kunstenaar, maar ook de staatsman die rust en orde bracht in het door interne verdeeldheid, bloedvergieten en terreur geteisterde Frankrijk. Maar dan wel in de geest van de idealen van de revolutie, van vrijheid, gelijkheid en broederschap. De scène waar Gance zelf het meest aan hechtte in zijn epos, was de – fictieve – scène waarin Napoleon de revolutionaire leiders Robespierre, Danton en Marat ontmoet. Hij belooft hen plechtig te zullen blijven handelen in de geest van de revolutie.

Hoewel Gance met zijn film in de conservatieve hoek is gedrukt, is de boodschap van de film tegenstrijdig. Wat de regisseur voor ogen stond was de verzoening van het verlangen naar orde en gezag, én vrijheid en gelijkheid. Dat is misschien wel de belangrijkste tweedeling in de Franse geschiedenis sinds de revolutie; een tegenstelling die Gance weliswaar oplost in zijn fameuze film, maar die in werkelijkheid nog altijd voortduurt.