Vastgoed

Redder corporaties nu zelf in nood - meer dan 4.000 woningen te koop

Het Wooninvesteringsfonds (WIF) in Zeist, een ‘opkoopcorporatie’ die in 2005 is opgericht om vastgoed over te nemen van woningcorporaties in geldnood, staat nu zelf te koop. De noodlijdende corporatie biedt al haar vastgoed, ongeveer 4.150 woningen verspreid over Nederland, aan op de internationale markt.

Foto ANP / Valerie Kuypers

Het Wooninvesteringsfonds (WIF) in Zeist, een ‘opkoopcorporatie’ die in 2005 is opgericht om vastgoed over te nemen van woningcorporaties in geldnood, staat nu zelf te koop. De noodlijdende corporatie biedt al haar vastgoed, ongeveer 4.150 woningen verspreid over Nederland, aan op de internationale markt.

Dat bevestigt een woordvoerder van het WIF. De verkoop van het vastgoed moet het WIF helpen bij een oplossing voor zijn schulden. De corporatie moet in totaal 320 miljoen aan leningen van banken herfinancieren en kampt met een gat van ongeveer 80 miljoen euro, zegt de woordvoerder.

Zeer grote portefeuilleverkoop

Het WIF is in nood gekomen doordat het verdienmodel van de corporatie niet meer werkt. Sinds 2005 heeft de organisatie ongeveer 6.000 woningen overgenomen, waardoor noodlijdende corporaties met de opbrengst weer konden bouwen en renoveren. Maar door het inzakken van de vastgoedmarkt is de waarde van het vastgoed van het WIF gedaald, brengt het doorverkopen minder op, terwijl de rentelasten drukken.

De portefeuilleverkoop is een van de grootste in Nederland in vele jaren. Alleen de noodlijdende corporatie Vestia, die door speculatie met derivaten in problemen kwam, heeft onlangs bijna 7.000 woningen ineens te koop aangeboden. Het WIF plaatst morgen eerst advertenties voor de verkoop van bijna 3.850 sociale en ‘vrije’ huurwoningen.

Later deze maand wordt het restant van ruim 300 woningen te koop aangeboden. Het gaat in totaal om 114 woningcomplexen in heel Nederland. Het WIF heeft vooral veel woningen in steden als Rotterdam, Schiedam, Groningen en Purmerend.

Ook financiering door andere corporaties

Net als Vestia hoopt het WIF op grote belangstelling van grote buitenlandse investeerders. In de afgelopen jaren verkocht Nederlands vastgoed slechter dan in omringende landen zoals Frankrijk en Groot-Brittannië, maar na Duitsland en Scandinavië staat Nederland de komende jaren het meest in de belangstelling volgens een rapport van Capital Value, dat het WIF adviseert. Biedingen op de hele portefeuille hebben de voorkeur.

Of het WIF in de toekomst blijft voortbestaan en zo ja, in welke vorm, is aan de corporaties die erin investeren, zegt de woordvoerder. Naast bankleningen laat het fonds zich namelijk ook financieren door collega-corporaties, de leden.
Het WIF staat onder verscherpt toezicht van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).

De toezichthouder concludeerde eind vorig jaar dat “tot op heden onvoldoende concrete stappen zijn gezet om de financiële continuïteit van WIF te waarborgen”. Het CFV wil op dit moment alleen zeggen dat de gesprekken over de herfinanciering gaande zijn.

Bestuurder Karin de Graaf heeft in september vorig jaar haar functie neergelegd bij het WIF. De organisatie wordt sindsdien geleid door interim-manager Jacques Thielen, die eerder Vestia saneerde.