Jihadisten met hun ‘coole’ filmpjes vormen een groot risico

De loopbaan van Mehdi N. onderstreept het gevaar van jonge, radicale moslims die na deelname aan de strijd in Syrië terugkeren naar Europa. Ook voor Nederland geldt dit. Gruwelijke video’s dienen vaak als propaganda.

De omzwervingen van Mehdi N.
De omzwervingen van Mehdi N.

De man die is opgepakt voor de aanslag op het Joods Museum in Brussel, droeg bij zijn arrestatie een witte vlag over zijn kalasjnikov. Het is de vlag van terreurgroep Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL). En het is ook de vlag van tientallen Nederlandse moslims. Zij zijn aanhangers van dezelfde organisatie als terreurverdachte Mehdi N.

De Fransman vuurde vorige week zijn kalasjnikov af in het Joods Museum en doodde zo drie mensen. Mehdi N. werd dit weekend in Marseille opgepakt. Hij is een ex-Syriëganger, die waarschijnlijk vocht voor terreurgroep ISIL – ook wel ISIS genoemd.

Ook veel Nederlandse Syriëgangers zijn verbonden met deze organisatie. Volgens de AIVD hebben de ruim honderd Nederlandse jihadstrijders zich „overwegend” aangesloten bij ISIL of Jabhat al-Nusra, een andere extreme islamitische beweging. En, zeggen deskundigen, je ziet op internet nooit een Nederlandse jihadstrijder met de vlag van het Vrije Syrische Leger. Bij een antiracismedemonstratie dit voorjaar in Amsterdam liep een groepje moslims nog met een zwarte ISIL-vlag rond.

ISIL en Jabhat al-Nusra komen allebei voort uit Al-Qaeda en vechten tegen het bewind van de Syrische president Assad. Maar ze bevechten ook elkaar. ISIL is berucht wegens een reeks onthoofdingen van burgers en vermeende Syrische soldaten. Al-Nusra verzocht ISIL te vertrekken uit Syrië, maar ISIL weigerde dat. Sindsdien zijn de twee groepen drukker met het bestrijden van elkaar dan van het leger van Assad. De Belgische arabist Pieter van Ostaeyen zegt dat „veel van de onderlinge gevechten plaatsvinden rond olievelden”.

ISIL voert in Nederland actief propaganda voor zijn strijd. Het heeft Nederlandstalige Facebook- en Twitteraccounts waarop meerdere updates per dag verschijnen over aanvallen die ISIL-strijders hebben uitgevoerd in Syrië. Ook worden foto’s geplaatst van gesneuvelde strijders – deze week kwam het bericht van alweer een gedode Nederlander, ‘Abu Talha’. De ISIL-account is minstens zes keer verwijderd door Facebook, maar start iedere keer opnieuw onder een nieuwe naam. De laatste keer was drie dagen geleden – sindsdien heeft de pagina 958 likes gekregen.

In Nederland wonen tientallen aanhangers van ISIL, zegt hoogleraar terrorisme en contraterrorisme Edwin Bakker. Zij steunen de doelstelling van ISIL om een wereldwijde gewelddadige oorlog te voeren uit naam van de islam. Buiten de harde kern heeft ISIL in Nederland honderden sympathisanten, zegt Bakker. „Maar dat zijn ook jongetjes van 16 die de jihad cool vinden. Die downloaden filmpjes op hun mobieltje en zeggen dan tegen vrienden: moet je kijken man, gave onthoofding!”

Met dit soort gruwelijke filmpjes en zelfmoordvideo’s probeert ISIL nieuwe jihadisten te werven. Waren het aan het begin van de 21ste eeuw nog pamfletten en video’s van de centrale leiding waarmee richting aan de strijd werd gegeven, nu is het door het gebruik van sociale media veel meer gefragmenteerd.

„Iedereen kan zo berichten en filmpjes online gooien”, zegt Pieter Nanninga, docent aan de Universiteit Groningen. Hij promoveert binnenkort op een onderzoek naar de jihadvideo’s van Al-Qaeda. „Ze hebben de functie van reclamefilmpjes, ook die van executies. Ze roepen meestal expliciet broeders en zuster op om op te staan en hen te volgen.”

ISIL eert op haar eigen Facebookaccount de ‘mediasoldaten’ die op het slagveld rondlopen met videocamera’s. Samen met strijders die zelfmoordaanslagen plegen, behoren de cameramannen volgens ISIL tot de „belangrijkste soldaten”. Ook Mehdi N. droeg een lichtgewicht camera bij zich, bij zijn aanslag in het Joods Museum.

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vindt het „verontrustend” dat Nederlandse moslims steun betuigen aan groepen als ISIL. Hoewel zij „niet direct aanzetten tot geweld in Nederland”, kan het „fanatisme” waarmee zij een gewelddadige ideologie uitdragen op den duur leiden tot „legitimering van gewelddaden tegen westerse doelwitten”, schrijft de terrorismebestrijder in zijn laatste rapport uit februari.

Hoogleraar Edwin Bakker acht het zeer wel mogelijk dat ISIL strijders als Mehdi N. heeft geadviseerd om bij terugkomst aanslagen te plegen. „We weten er nog te weinig van om er stellige uitspraken over te doen, maar het is duidelijk dat ISIL in Syrië kampen heeft opgezet waar jihadisten worden getraind. De organisatie heeft een bredere agenda dan Syrië alleen; ook westerse landen zijn een aangewezen doelwit.”

Van Ostaeyen wijst erop dat alle strijders van ISIL een eed (bay’ah) afleggen, een klassiek Arabische formule waarbij trouw wordt gezworen aan de leider. Eind vorig jaar zwoer een Haagse groep moslims trouw aan Abu Bakr al-Baghdadi, de leider van ISIL, tijdens een demonstratie die werd gefilmd. „Sheikh Abu Bakr, wij offeren onze zielen, zonen en geld voor u”, werd er verklaard.

Of die eed consequenties heeft voor wat de ongeveer dertig teruggekeerde Nederlandse Syriëstrijders hier van plan zijn, is nog onduidelijk. Bakker: „Als je kijkt naar de aantallen die zijn teruggekeerd, met gevechtservaring en mogelijk oorlogstrauma’s, is er zeker een risico dat er eentje tussen zit die iets van plan is.” De aanslag in Brussel heeft Bakker dan ook niet verrast. „Als je het mij vraagt, heeft het nog lang geduurd.”