Ik ben alles behalve een hopeless basket case

Daniël Gellvoet speelt zichzelf in een toneelstuk over autisme. Voortdurend laveert hij tussen de ‘normale’ wereld en die van stoornissen en afhankelijkheid.

Het eerste wat opvalt aan Daniël Gellvoet (34) is zijn opvallende manier van praten. Zijn zinnen zijn, zoals één van zijn psychologen het ooit treffend omschreef, van een ‘chirurgische precisie’. Neem bijvoorbeeld de begroeting op zijn voicemail, die luidt: „Goedemorgen, goedemiddag of goedenavond.” Omdat hij nooit kan weten op welk tijdstip iemand belt. Gellvoet heeft het syndroom van Asperger, een milde vorm van autisme, en dan wil je dat een mededeling honderd procent klopt.

Gellvoet kijkt regelmatig naar zichzelf door de ogen van anderen. En dan ziet hij twee totaal verschillende beelden. Beeld 1: Daniël de vlot gebekte, intelligente acteur die onder andere in de film Oorlogswinter speelde. Die een aantal goede vrienden heeft en op een prachtige plek in het gewilde Amsterdamse stadsdeel Zuid woont. Die voor zijn werk als verkoper bij een impresariaat voor kindertheater regelmatig om de tafel zit met schouwburgdirecteuren. Beeld 2: Daniël de autist, die een Wajonguitkering heeft omdat hij niet genoeg verdient, die intensieve woonbegeleiding krijgt omdat hij het dagelijks leven vaak te ingewikkeld vindt.

Voortdurend laveert Gellvoet tussen de ‘normale’ wereld waarin hij autonoom is, en de wereld van ‘stoornissen’ en afhankelijkheid. De strijd die dit oplevert, daar besloot de jonge regisseur Oscar de Boer een toneelstuk over te schrijven, getiteld Het Predicaat (en de weg naar Rome...). De voorstelling – waarin Gellvoet zichzelf speelt – is op 6 en 7 juni te zien in het Parktheater in Eindhoven. In deze stad staat het onderwerp autisme extra in de belangstelling sinds uit een onderzoek van de universiteit van Cambridge is gebleken dat deze aandoening hier 2,5 keer zo vaak voorkomt als in de rest van Nederland.

In het toneelstuk voert Gellvoet veel absurdistische gesprekken met zijn tegenspeelster. Er is communicatie, maar er is geen contact. Dat is waar het verhaal van Gellvoet – en dat van veel andere autisten – in de kern om draait. Dat begon al in zijn schooltijd, die hij in Luxemburg en in België doorbracht. Gellvoet: „Ik heb daar nog altijd nachtmerries van. Het hielp niet dat ik telkens weer voor ‘mietje’ werd aangezien door de alfamannetjes in de klas.”

Na een korte stilte zegt Gellvoet plotseling, alsof hij een scène uit een film beschrijft: „Ik was negen. Ik lag in Luxemburg op een speelveld bij de school en een knaap stond met zijn rechtervoet op mijn borstkast en zei: ‘Lik mijn schoenzool of ik trap door.’ Ik heb dat gedaan. De conciërge beloofde mijn ziedende moeder voortaan een oogje in het zeil te houden, maar als we twee keer in de week gingen zwemmen was ik simpel gezegd compleet de lul zodra we in het omkleedhokje arriveerden.”

Het leven is inmiddels veel aangenamer geworden, zegt Gellvoet, terwijl hij de as van zijn zoveelste dunne sigaartje afklopt. Een vrolijke en erudiete gentleman, zo ziet hij zichzelf. Maar tijdens het gesprek ontpopt hij zich ook als een angry young man. Zo nu en dan maakt hij een krachtige vuist van zijn mooie smalle hand. Bijvoorbeeld als hij het heeft over de vele vermaarde Britse acteeropleidingen waar hij net niet werd toegelaten. Over de schaarse opdrachten voor speelfilms. Over de liefde waarmee het maar niet wil lukken. En over de betutteling die hem ten deel valt sinds hij op zijn 28ste de diagnose autisme kreeg.

Deze betutteling en het gebrek aan autonomie is het hoofdthema van Het Predicaat. In het toneelstuk bereidt hoofdpersoon Daniël enthousiast een reis naar Rome voor, maar de mensen om hem heen proberen hem uit alle macht thuis te houden. Uiteindelijk ontsnapt hij.

In het echte leven heb je in je eentje een reis naar Rome gemaakt, in 2012. Hoe reageerde je omgeving daarop?

„Ik heb een aantal mensen om mij heen met wie ik belangrijke gebeurtenissen altijd bespreek, zoals mijn moeder, mijn pleegbroer en de begeleidster van mijn woongroep. Mijn moeder was er meteen van overtuigd dat ik de reis aan zou kunnen, maar het heeft mij heel veel tijd en energie gekost om de anderen te overtuigen.”

Waar waren ze bang voor?

„Dat ik niet levend terug zou keren. Dat ik door mijn naïviteit in zeven sloten tegelijk zou stappen. Ze deden alsof ik een diepteonderzoek naar de maffia wilde gaan doen.”

Hoe is het gegaan?

„Mijn doel was om te bewijzen dat ik die reis aan kon – dat is gelukt. Er zijn geen gekke dingen gebeurd en ik ben netjes uitgekomen met het geld waarvoor ik jarenlang had gespaard. Bovendien heb ik in Rome een mooi liefdesverhaal beleefd. Op de vierde dag kwam ik een parel van een Italiaanse vrouw tegen, Federica. Ik dacht meteen: dit wordt een Federico Fellini moment. Otto e Mezzo. Wij brachten samen een wonderbaarlijk mooie nacht door en ik had het gevoel dat ik daadwerkelijk in een film was beland. Wel had ik al gauw door dat zij geen ongecompliceerde vrouw was.”

Waardoor?

„Zij zag overal bewijzen dat ik haar eigenlijk niet leuk genoeg vond en dan werd zij heel boos. Binnen de kortste keren zat ik in het script van een heel knappe, psychologisch gelaagde film. Dat hield ik niet lang vol. Ik vond dat erg lullig voor mezelf, want ik had eindelijk een vrouw gevonden.”

Hoe gaat het nu met de liefde?

„Ik ben alles behalve een hopeless basket case. Integendeel, ik ben een gepassioneerde, veelzijdige vent, zij het met een bijzondere bedrading. Maar een goede vriend vroeg een half jaar geleden: ‘Hoe komt het toch dat je nog steeds niemand aan de haak hebt geslagen. Wat is de missing link?’ Losse scharrels, die zijn er wel, maar in vluchtige relaties ben ik niet geïnteresseerd. Ik ben geen vlinder. Op mijn veertiende had ik al een serieuze kinderwens.”

Wat is de missing link?

„Vrouwen vinden dat ik ergens tekortschiet, maar ik weet niet waarin. Dat zeggen ze je niet. Ik weet wel dat autisme voor sommige vrouwen een uithangbord is waarop staat dat je geen vadermateriaal bent en geen minnaar. Ik wil tegen die vrouwen zeggen: ik ben een mens met autistische eigenschappen en geen autist met menselijke eigenschappen.”

Herken je jezelf in de Daniël uit het stuk?

„Over het algemeen wel, al zit er natuurlijk ook een hoop fantasie van de regisseur in. Alleen die kapitein die ik een droom speel, die is volkomen wezensvreemd voor mij. Ik identificeer mijzelf helemaal niet met een kapitein. Ik dacht dat ik lef had, maar zoals hij anderen aanpakt...”

Hoe vind je het om jezelf te spelen?

„Bevrijdend. Op een gegeven moment zet ik mijn hakken in het zand en zeg ik: ‘Tot hier en niet verder. We gaan het precies doen zoals ik het wil’. Dat vind ik heel spannend omdat ik normaal gesproken veel genuanceerder reageer. Dankzij het toneelstuk besef ik dat ik steeds meer mijn eigen regisseur wil zijn. Ik ben in het verleden te kwetsbaar geweest en had, terugkijkend, graag wat krachtiger willen reageren op de betutteling door anderen.”

Zoals een kapitein?

„Ja inderdaad, als een kapitein van mijn eigen schip!”