‘Hervormingsplan publieke omroep is in strijd met het Europees recht’

Jan Slagter, directeur van omroep MAX. Zijn omroep heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de plannen om de publieke omroep te hervormen.
Jan Slagter, directeur van omroep MAX. Zijn omroep heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de plannen om de publieke omroep te hervormen. Foto ANP / Martijn Beekman

Het hervormingsplan voor de publieke omroep dat de Raad voor Cultuur eind maart uitbracht, is mogelijk in strijd met het Europees recht. Dat stelt hoogleraar mediarecht Wouter Hins, en dat blijkt ook uit het rapport Een vlucht naar achteren dat drie advocaten van Kennedy Van der Laan hebben opgesteld in opdracht van Omroep MAX.

Met het kritische rapport neemt MAX een voorschot op een hoorzitting over het hervormingsplan, morgen in de Tweede Kamer. Publieke omroepen hebben moeite met het plan omdat zij vrezen hun monopolie op publieke zendtijd kwijt te raken.

Oneerlijke concurrentie dreigt

De Raad voor Cultuur adviseerde aan staatssecretaris Dekker (VVD, Media) om het bestel te hervormen. Naast de omroepen mogen voortaan ook andere bedrijven en organisaties programma’s maken. De NPO, koepelorganisatie van de publieke omroep, moet meer macht krijgen, ten koste van de losse omroepen. Dekker wil binnenkort reageren op het advies.

Wouter Hins, hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Leiden, ziet een juridisch probleem in het openstellen van de publieke zender voor niet-omroepen: “Hierdoor krijg je twee soorten contentleveranciers: een groep die door de overheid wordt gesteund, en een groep concurrenten die niet door de overheid wordt gesteund. Zo ontstaat een publiek-private mengeling. Dat lijkt me de achilleshiel. Het kan leiden tot oneerlijke concurrentie, die in strijd is met het Europese mededingingsrecht en het verbod op staatssteun.”

Pluriformiteit verschraalt

Volgens het rapport van MAX zou de NPO een ‘superomroep’ worden met ‘driedubbele pet op’: verdeler van budget en zendtijd, inhoudelijk verantwoordelijke, én zelf omroep. Dit zou de NPO zoveel macht geven dat het Europese mededingingsrecht zou worden geschonden: “De NPO krijgt een wurggreep op de markt, als gevolg waarvan misbruik op de loer ligt.”

Politiek en publieke omroep zouden ook te dicht op elkaar komen. Er zou geen effectief toezicht meer zijn. Hierdoor zou het Europese staatssteunrecht worden geschonden. Verder zou de pluriformiteit verschralen, wat een schending zou zijn van de vrije meningsuiting, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Hins ziet geen probleem in die machtsconcentratie: “Als dit in strijd is met het Europees recht, zijn eerst andere landen aan de beurt om op de vingers getikt te worden.” Grote, uniforme publieke omroepen als de Britse BBC en de Belgische VRT zijn immers de norm in Europa.

‘Echt onzin’

Nico van Eijk, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Raad van Toezicht van de NPO, vindt de juridische kritiek ongenuanceerd. Volgens hem is het huidige bestel allang een publiek-privaat amalgaam; omroepverenigingen zijn ook private instellingen. Maar hij onderschrijft dat de politiek te dicht op de omroep zit en dat dit kan verergeren in een nieuw bestel. Meer afstand moet dan ook onderdeel zijn van de hervorming, bijvoorbeeld door de Raad van Toezicht van de NPO te verzwaren.

Inge Brakman, voorzitter van de commissie die het advies opstelde, vindt de kritiek ‘echt onzin’: “Wij willen een publieke omroep die minder centralistisch is dan bestaande Europese omroepen.” Over het toelaten van niet-omroepen: “Er verandert niet veel. Nu bestellen omroepen programma’s bij buitenproducenten. Straks doet de NPO dat, nog steeds via een omroep.”

Over het op afstand zetten van de politiek: “Daar moeten we naar kijken. Maar de NPO blijft een absoluut onafhankelijke organisatie. Er zitten twee bestuurslagen tussen de NPO en de staatssecretaris. Wij organiseren de universiteiten ook zo.” Henk Hagoort, bestuursvoorzitter van de NPO, laat weten niet in te gaan ‘op aanvullende onderzoeken en rapporten die nu rondgaan’.